Schaalmodel zeilboot

Verenigde Oost-Indische Compagnie

The Dutch ---- V.O.C ----
The meaning of these Dutch words are: united compagny. This cooperation oversee started in the Netherlands in the year 1602 and ended after about 4789 welthy and also rich oversees trips in 1799.

Het ontstaan van onze Hollandse V.O.C en haar schone muntgeld.
Gelijk 'tzelfde houten schip als hiervan is afgebeeld een driemaster vertrok men naar het ongewisse werd men haaievoer. Of kon men bruinen op een van onze koloniŽn.

Het ontstaan van de VOC - Verenigde Oost-Indische Compagnie

Van 1602 tot de ondergang 1799.

Het einde van het Portugese monopolie
Aan het einde van de zestiende eeuw was het niet meer mogelijk om specerijen vanuit Portugal te verhandelen, aangezien dit land ingenomen was door Spanje. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was nog steeds in oorlog met Spanje zodat het nodig was om op een alternatieve manier aan specerijen te komen. De vaarroute naar Oost-Indie was nog alleen bekend bij de portugezen, bovendien was het niet aanlokkelijk om langs Spanje te varen. Daarom werden er nog pogingen gedaan om een route 'langs de noord' naar Oost Indie te vinden. Maar toen in 1597 De Houtman en Van Beuningen terugkwamen van een route langs Kaap de Goede Hoop (de zogenaamde zuidroute), was de beer los. Er werd een groot aantal tochten georganiseerd om specerijen op te halen uit het verre oosten. Het portugese monopolie was gebroken.





De compagnieŽn
Voor het ondernemen van tochten werden zogenaamde compagnieŽn opgericht. Een compagnie was een tijdelijke onderneming waarin directeuren en deelnemers geld bijeenbrachten om een boottocht te financieren. Als de tocht slaagde dan konden de specerijen vaak met grote winst worden verkocht. Na de tocht werd de bemanning ontslagen, de schepen verkocht en de compagnie opgeheven. Bij winst kon het gewonnen geld worden besteed aan een nieuwe compagnie. Al snel werden er zoveel compagnieŽn opgericht dat het niet meer lonend dreigde te worden. Er ontstond een ware 'Goldrush' waardoor het aanbod van specerijen toenam en de prijzen dreigden te zakken naar een niveau waarop het niet meer rendabel zou zijn om handel te drijven.

De oprichting van de VOC
Onder druk van de Staten Generaal (de Regering) gingen de kooplieden een verbond aan. Alle plaatselijke compagnieŽn werden samengevoegd tot een Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). Deze VOC kreeg het alleenrecht voor alle nederlandse handel en scheepvaart op AziŽ. Niet alleen kreeg de VOC het alleenrecht, zij mochten ook oorlog voeren, verdragen sluiten met Aziatische vorsten en forten bouwen. De plaatselijke compagnieŽn in Amsterdan, Zeeland, Rotterdan, Delft, Hoorn en Enkhuizen werden afdelingen van de VOC, de zogenaamde kamers. De bewindhebbers van de oude compagnieŽn werden de directeuren van de nieuwe onderneming. Bij de oprichting werd een kapitaal ingelegd van 6,5 miljoen gulden, een voor die tijd gigantisch bedrag. Het grote verschil met de oude compagnieŽn was de doorloop van de VOC. Na een tocht werd de ondernemning niet opgeheven. De schepen en bemanning konden worden ingezet voor een nieuwe tocht. Het ingelegde geld van de andeelhouders werd beloond door dividenduitkeringen. Eigenlijk kun jij de VOC vergelijken met een tegenwoordige N.V. (Naamloze Vennootschap).

De vaarroutes van de Verenigde Oost Indische Compagnie.



Vertrek en aankomst in Nederland

Vanuit de veschillende vestigingen in Nederland, voerden de schepen de Noordzee op. In het algemeen waren de wateren in Nederland vrij ondiep. Daarom waren de Hollandse schepen over het algemeen licht gebouwd met een geringe diepgang. Soms moesten er speciale maatregelen worden genomen, zoals het gebruik van lichtschepen welke de lading overnamen, of scheepskamelen om het schip te drage. Enkhuizen en Hoorn hadden veel last van het dichtslibben van de haven. Er werd veel moeite gedaan om met baggerschuiten en moddermolens de haven toegankelijk te houden. Uiteindelijk tevergeefs.



De routes naar IndiŽ
Op het kaartje hiernaast zie je de route van de VOC naar IndiŽ en weer terug. De startpunten waren Amsterdam, Middelburg, Rotterdam, Delft, Hoorn en Enkhuizen. Ze voeren door Het Kanaal, over de Atlantische Oceaan aan de Azoren. Daar pikten ze de Noordoost Passaat (regelmatigewind naar het westen) op tot bij de Zuid-Amerikaanse kust. Vanaf daar voeren ze verder naar het zuid oosten waar ze tussen windstille gebieden ("Paardebreedte'') door moesten varen. Door het zogenoemde ("Brouwersroute")waar altijd een harde westenwind waait en ook de stroming oostwaarts is. Voor AustraliŽ moest dan een noordelijke koers worden aangehouden. Als ze dat allemaal achter de rug hadden bereikten ze het eiland Java.

De vestigingen
Niet alle schepen voeren naar Java, de VOC had ook nog een paar vestingen in de rest van AziŽ. Ceylon, India en PerziŽ hoorden ook bij de doelen van hun reizen. In AziŽ had de VOC een heleboel vestigingen met factorijen (gebouw waar kruiden opgeslagen worden ). Belangrijke vestigingen waren Ternate, Anlo, de Batavia eilanden, Coromandel in India, Ceylon en natuurlijk Java. Op Java werd in 1619 door Jan Pieterszoon Coen de stad Batavia (het huidige Jakarta) gesticht, nadat hij eerst de stad Jacatra veroverde. De stad Batavia ontwikkelde zich tot de meest belangrijke overslaghaven (haven waar goederen overgeladen worden) van het VOC - bedrijf in AziŽ en vormde in feite het hoofdkantoor van het Aziatische bedrijf (het echte hoofdkantoor bevond zich in Amsterdam). Tusen Nederland en AziŽ lag aan de zuidkust van Afrika Kaap de Goede Hoop. Deze plaats werd in 1652 door de VOC als continent verversingsstation (voor water, eten enz.) gebruikt. Gedurende 200 jaar van zijn bestaan heeft de VOC 1772 schepen uit laten varen en er zijn en totaal 4789 reizen mee gemaakt.

Scheepskamelen VAN DE V.OC.
Op het schilderij hiernaast is te zien hoe een schip in een zogenaamd scheepskameel wordt gesleept door Marker vissers. Ten tijde van de Verenigde Oost-Indische Compagnie bestonden het Noordzeekanaal en de Afsluitdijk nog niet. Dit betekende dat alle schepen van en naar Amsterdam door de Zuiderzee moesten varen. Veel diepliggende schepen bleven vastzitten op Pampus. Eerst loste men dit op door een deel van de lading over te laden op kleinere boten. Maar het water rond Pampus verzandde steeds meer terwijl de schepen groter een zwaarder werden. Tegen het einde van de 17de eeuw werd er gebruik gemaakt van een soort dok. Dit bestond uit twee waterdichte houten bakken onderling verbonden met touwen waar het schip in pastte. De bakken werden leeggepompt zodat het schip omhoog getild werd. Op deze manier kon het schip de ondiepten passeren. Omdat deze bakken net als kamelen zulke zware lasten kon vervoeren, werden ze scheepskamelen genoemd. In het Amsterdams Historisch museum kun jij er een model van vinden.









 Terug