Oude bikkels

Bikkels

Here some play brochures of the ones that are called in Dutch -bikkels- its a given thing that the Romans, Egyptians and other people of the antic world had the knowledge to play with these play dices. You could get, overnight, a wealthy or rich person or overnight you could become broke with this game. The oldest ones of these dices are the ones made in bones. They were made from a back leek of a sheep watch here below, the picture numbers 4 and than number 3 --or the picture here on this website under "Roman" and than nr.196-200. In the antics world you could also make this bikkel from the bones of a hero or from your mother in law.

German: Fangsteine - Perducksteine ##### English: five-stones-play at dibs ##### French: jouer aux osselets

Met het Bikkelen kon je stinkend rijk worden of straatarm het is een gegeven dat in de oudheid o.a. bij de Romeinen-Egytenaren en bij vele andere volkeren dit spel bekend was, en er was een grote variant aan spelwijze. 't Is maar net in welk land je was, tevens de oudste bikkel is van de achterpoot van een schaap en daar het bot van. De talus genaamd, te zien op foto nr 4.

Nu nog wordt het spel gespeeld in vele delen van Argentinie en ongetwijfeld hebben de Spanjaarden het overgebracht in veroverde Latijnse gebieden en genoot daardoor bekendheid. Kijk ook eens hierboven op fotonummer 511 dan heb je er weer iets meer kennis van zaken bij zo ook te doen hier op deze Website ff kijken in rubriek "Romeins" en dan het linkerrijtje daar ziet men een oude bikkel van schapenbot. Waar de beenderen al niet goed voor zijn ............. Het bikkelen is al een zeer oud spel, dat vrijwel over de gehele wereld in de een of andere vorm werd gespeeld. Zo kennen we uit de Egyptische, Griekse en Romeinse tijd bikkels of voorstellingen van bikkelende meisjes. Tot in de 18e eeuw was bikkelen in ons land algemeen bekend, doch in de tweede helft van die eeuw schijnt het spel al niet meer overal te worden gespeeld, immers Francq van Berkhey schrijft in zijn "Natuurlijke Historie van Holland" (6, p. 1418): "of liever in onze jeugd gespeeld wierd; want het is nu bykans buiten gebruik". Toch moet in de 19e eeuw plaatselijk nog wel vrij veel gebikkeld zijn, gezien de vele afbeeldingen op 19e eeuwse kinderprenten, het grote aantal bikkels dat bewaard is gebleven en het feit dat de generatie van rond 1900 het spel nog kende. Thans is het spel bij de Nederlandse jeugd vrijwel onbekend. Voor het bikkelen, zoals dit vooral in Nederland werd gespeeld, waren vier bikkels en een bikkelbal nodig. Een echte bikkel is het sprongbeen (latijn: talus grieks: astragal) uit een achterpoot van een schaap. Picture nr. S4. Linker achterpoot van een schaap

Poot bikkels

a. voor bet ontvlezen;
b. na het ontvlezen;
1. tibia scheenbeen
2. calcaneus = hielbeen
3. talus = sprongbeen (= bikkel)
4. ossa metatarsi = derde en vierde middenvoetsbeen (vergroeid)
5. phalanx prima = kootbeen (1e teenkootje)
6. phalanx secunda = kroonbeen (2e teenkootje)
7. phalanx tertia klauwbeen (3e teenkootje)


De benen bikkels waren veelal rood geverfd. Ook werden metalen bikkels gebruikt, bijv. van tin, messing of brons; uit de Romeinse tijd zijn nog glazen bikkels bekend. Thans zijn in ons land plastic bikkels te koop, die uit Frankrijk worden geïmporteerd en waarbij een stel bestaat uit vier witte en een rode bikkel.

Een bikkel heeft vier verschillende zijden, ieder met een eigen benaming, die van streek tot streek kan verschillen:

holle zijde put of kuilder
bolle zijde bolleke of stovert
ene vlakke zijde esser
andere vlakke zijde staander


bikkels
Vier benen bikkels (met resten van rode veto + bikkelbal van gres; afm. van een bikkel: 31 x 26 x 29 mm, diam. bikkelbal: 31 mm. Opm.: de bikkelbal is ca. 1910 in gebruik geweest in Oud-Sabbinge (Zld.), waar deze "ket" werd genoemd (vgl. "boncket" in Vondels gedicht op pag. V).

bikkels
Vier bikkels van messing + bikkelbal; afm. van een bikkel: 23 x 17 x 16 mm. Herkomst: Middelburg.


Om de beide vlakke zijden duidelijk van elkaar te kunnen onderscheiden, werden in de S-vormige zijde een letter S, enkele putjes of een sterretje geslagen; deze zijde, de esser, ontleende zijn naam aan de S-vorm. De bikkelbal was gewoonlijk een grote gebakken knikker (gres) met een doorsnede van ca. 3 cm; later werd ook wel een massieve gummibal gebruikt. Het bikkelen is een behendigheidsspel, door twee meisjes gespeeld en wel bij voorkeur op een hardstenen stoep bij uitzondering zien we op tegels ook wel eens een jongen en een meisje bikkelen. In de 17e en 18e eeuwse Nederlandse kunst wordt dit spel vrijwel niet aangetroffen. Een paneel van Willem van Mieris (Leiden 1662 - Leiden 1747) is hierop een fraaie uitzondering

bikkels
Bikkelende meisjes; Willem van Mieris (Leiden 1662-Leiden 1747), olieverf op paneel, 16,3 x 13,0 cm.

bikkelsbikkels

Tijdens het spel werd er meestal een versje opgedreund. Een van de vele varianten laten we hier volgen
"Muuske me floo,
Ze bite me zo,
Bijt ze maar weer
Smijt er 'en gouden bikkeltje neer."
Tot slot geven we zeer beknopt een beschrijving van het bikkelspel, waarvoor gebruik werd gemaakt van gegevens van De Cock en Teirlinck (Kinderspel en kinderlust in Zuid-Nederland 1902-1908, blz. 151-185).

Algemene regels:
- elk meisje gooit vier bikkels op; degene die de meeste verschillende zijden heeft, mag beginnen;
- de speelster mag maar met één hand spelen;
- elke handeling geschiedt tussen opgooien-stuiten-opvangen van de bikkelbal;
- als men één of meer bikkels opraapt, mogen de andere niet worden geraakt;
- de bikkels mogen niet op elkaar komen, anders moet de beurt worden afgestaan;
- de bikkelbal mag niet op de bikkels neerkomen;
- de geworpen bikkels mogen niet alle dezelfde zijde boven hebben;
- een put mag nooit het laatst worden omgekeerd;
- nooit mag de laatst verplaatste of omgekeerde bikkel het eerst worden aangeraakt.

Speelwijze:
1. de een: neergeworpen bikkels een voor een oprapen;
2. de twee: neergeworpen bikkels per twee oprapen (2 x 2);
3. de drie: eerst drie bikkels tegelijk oprapen en dan nog de vierde;
4. de vier: alle vier bikkels tegelijk oprapen;
5. de putten: de geworpen bikkels moeten met de put naar boven worden gekeerd; hierna mogen de putten in een, twee, drie of vier keer worden opgenomen;
6. de stoverts: als 5, doch nu met de stoverts in plaats van de putten;
7. de essers: als 5, doch nu met de essers;
8. de staanders: als 5, doch nu met de stalanders;

9. een-klats-om: de geworpen bikkels eerst met de stalanders naar boven keren; als het zover is, moeten ze worden omgekeerd met de palm van de hand naar boven en de bikkel tussen wijs- en middelvinger; dan weer de bikkels in een, twee, drie of vier keer opnemen;
10. twee-klats-om: als 9, doch twee bikkels tegelijk omkeren met een bikkel tussen wijs- en middelvinger en een bikkel tussen middel- en ringvinger;
11. drie-klats-om: als 9 en 10, doch nu met drie bikkels waarbij de derde bikkel tussen ringvinger en pink;
12. vier-klats-om: de vier staanders moeten in één keer worden omgedraaid;
13. het enkel: de bikkels weer eerst met de staanders naar boven; dan wordt een bikkel tussen wijs- en middelvinger opgenomen; vervolgens een bikkel tussen middel- en ringvinger maar daarbij wordt de eerste losgelaten enz.;
14. het dubbel: bikkels weer met de staanders naar boven; nu worden twee bikkels in een keer opgenomen tussen wijs- en middelvinger en middel- en ringvinger; daarna tussen ringvinger en pink een derde bikkel opnemen en de tweede bikkel loslaten; dan de vierde bikkel opnemen en de derde loslaten; tenslotte wordt de vierde bikkel omgedraaid; vervolgens worden alle bikkels opgeraapt.
In veel landen wordt met 5 bikkels gespeeld (bijv. België, Frankrijk, Amerika; vgl. de naam "five-stones"). In plaats van de bikkelbal wordt één van de 5 bikkels als opwerper gebruikt. Een verschil met de hier beschreven speelwijze is bijv. dat de bikkels op de rug van de hand moeten worden gevangen. Een dergelijke speelwijze zien we ook bij de Grieken en Romeinen.

bikkels
137. Bikkelen (meisje); blauw, Amsterdam, le kwart l9e eeuw.

bikkels
138. Bikkelen (meisjes); blauw, 131 x 130 x 7 turn, fries, 2e helft l9e eeuw.

bikkels
139. Bikkelen (jongen en meisje); blauw, Ravesteyn, Utrecht, 4e kwart 19c eeuw.
Opm.: in situ in het pand Korte Vijverberg 7, Den Haag.

bikkels
140. Bikkelen (jongen en meisje); blauw, Ravesteyn, Utrecht, ca. 1906.
Opm.: tot 1978 in de keuken van het in 1906 gebouwde landgoed Cairnhill te Epe.

Kennis van bikkels vernomen uit de literatuur - artefacten -- de Cock--Teirlinck—W. Mieris--F. v. Berkley----J. Herman en voor geïnteresseerden H. Hasselt heeft nog ‘n zeer uitgebreide maar weer in ‘n andere versie geschreven uitleg in zijn wel bekende coinhunter.

Wil je alles weten omtrent de 80 jarige oorlog met de Spanjaarden en hun koning Philips III en de andere periode van 1566, de betekenis van ‘t woord geus, en hun symbolen o.a. de geuzenpenning en de bedelzak, bedelnap, .........


Terug