bodemvondst bodemstempel tinnen kan

Voorwerp: Bodemstempel lood/tinnen kannetje.

One tin/lead stamp of de dutch city off Amsterdam.

Lengtematen zoals de wel bekende UNCIA of de ROEDE en de YARD en nog veel meer.

De lengtematen die in de zeventiende eeuw in West-Europa gebruikt werden waren alle afgeleid van het oud-romeinse maatstelsel, waarvan men wel beweerde dat het gebaseerd was op de afmetingen en proporties van de ideale mens. Het oud-romeinse matenstelsel was als volgt onderverdeeld:

mille passum (5000 pedes) 1478.70 m
actus (120 pedes) 35.49 m
passus (5 pedes) 147.87 cm
gradus/pes sestertius (2 pedes) 73.94 cm
cubitus (1 pedes) 44.36 cm
palmipes (1 pedes) 36.97 cm
pes 29.57 cm
palmus maior (3/4 pes) 22.18 cm
palmus (1/4e pes) 7.39 cm
uncia (1/12e pes) 2.46 cm
digitus (1/16e pes) 1.85 cm

Met de ondergang van het Romeinse Rijk werd dit stelsel in wezen gehandhaafd, al werden de Latijnse benamingen veelal vervangen door namen uit de volkstaal. Aangezien er echter geen middelen waren om in een groot gebied identieke maten op te leggen of constant te houden, werden de verschillende lengtematen in de Middeleeuwen (en nog lang daarna) lokaal gedefinieerd. Het was bijvoorbeeld een stadsbestuur dat vastlegde hoe groot binnen haar rechtsgebied een voet of el zou zijn. Binnen andere steden golden andere definities. Als men een lengte opgaf in zoveel voeten, moest men dus tevens opgeven welke voet eigenlijk bedoeld werd. Toen echter met de toename van handel en contacten over grote afstand weer behoefte ontstond aan een eenheidsstelsel, kregen sommige lokale maten ook buiten hun directe gebied gezag.

In de Hollandse gewesten werden voor landmeetkundige en wetenschappelijke doeleinden met name de Rijnlandse maten gebruikt. De Leidse wiskundige Willebrord Snel van Rooyen (Snellius) gebruikte deze in 1615 en 1621 voor zijn aardomtrekmetingen. De basiseenheid van het Rijnlandse matenstelsel was de Rijnlandse roede waarvan de lengte door twee inkepingen bij de ingang van het stadhuis van Leiden was aangegeven. Deze gingen in 1929 verloren toen het stadhuis door brand werd verwoest en zijn bij de herbouw vervangen door twee ijzeren knoppen. Een kopie van de oorspronkelijke Rijnlandse roede in de vorm van een lange ijzeren staaf werd vroeger in de Leidse Sterrewacht bewaard en bevindt zich nu in Museum Boerhaave (Leiden).

roede (12 voeten) 376.73580 cm
voet 31.39465 cm
duim (1/12e voet) 2.61622 cm
lijn (1/12e duim) 0.21802 cm


De algemeen gebruikte Franse maten waren toen als volgt:

toise (6 pieds) 194.903659 cm
pied 32.483943 cm
pouce (1/12e pied) 2.706995 cm
ligne (1/12e pouce) 0.225583 cm

De algemeen gebruikte Engelse maten waren toen als volgt:

yard (3 feet) 91.438348 cm
foot 30.479449 cm
inch (1/12e foot) 2.539954 cm
line (1/12e inch) 0.211663 cm







 Terug