boekbeslag

Boekbeslag

one 18th century copper book clasp locker.
Length: 80 mm.

Een 18e eeuwse koperen boeksluiting, zat aan de voorkant van een boek en wel onder en boven. Als men ermee aan de wandel ging met de klemmen erop bleef het boek dicht en kon 't tegen een stootje.
Lengte sluiting: 80 mm.

Boeksluitingen met beslagstukken erop

De eerste boeken werden door monniken met de hand, in het Latijn's geschreven en waren echte kunst werken, het duurde dan ook jaren voordat een boek klaar was waardoor ze zeer zeldzaam zijn. Omdat deze boeken een religieus onderwerp hadden lag het gebruik dan ook alleen bij de kerk of het klooster. Om deze kostbare boeken te beschermen werden ze voorzien van boekbanden waardoor ook de boeksluiting en het boekbeslag zijn intrede deed. De boekband werd in het begin gemaakt van hout welke omspannen werd met perkament of leder. Het beslag diende er voor om beschadiging van de boekband te voorkomen en tevens had het ook een decoratieve functie. De sluiting werd gebruikt , om het vormen van stof consentraties tussen de pagina's zo veel mogelijk tegen te gaan. Stof kon namelijk het perkament/papier en de inkt aantasten. De oudst bekende boekband die bekend is stamt uit de 7de eeuw en is afkomstig uit Engeland. In het midden van de 15de eeuw nam de boekdrukkunst in Europa zijn vaste vorm aan. Omdat alle letters met de hand gezet moesten worden nam het nog steeds veel tijd in beslag om een kompleet boek te drukken, maar toch werd hierdoor het gebruik van een boek wat algemener. Pas in 1787 werd de drukpers uitgevonden waarmee men in staat was om een hele bladzijde in een keer af te drukken.

De onderdelen die we kunnen aantreffen op de boekband zijn :

Sluiting :

Slothaak

Muiter

Beslag :

Hoekbeschermer

Centraalstuk

Vormgeving

De sluiting bestond dus uit een slothaak en een muiter. Bij de slothaken kunnen we twee typen onderscheiden. Het eerste type bestond uit een rechthoekig plaatje welke aan de ene zijde was voorzien van een haak, en aan de andere zijde een soort kokertje wat weer , als een soort scharnier, aan een bevestigingstong werd bevestigd. Deze bevestigingstong werd dan weer vast geklonken aan een leertje dat aan de boekband werd bevestigd. Er is ook een twee delige, scharnierende, bevestigingstong bekend waardoor het leertje minder werd belast zodat de kans op breken minder werd. Het andere type bestond uit twee aan elkaar geklonken plaatjes, of uit een soort gegoten riemtong, met daartussen een strookje leer welke ter bevestiging aan de boekband diende. Een uiteinde van de slothaak was voorzien van een haak welke, bij het sluiten van het boek, om het uiteinde van de muiter werd geklemd. De muiter is qua opbouw het zelfde als de slothaak maar met dit verschil dat de haak is vervangen door een soort van oog waarom de haak van de slothaak werd geklemd. Het meest voorkomend model van de slothaak en de muiter is een rechthoek, welke aan het gedeelte waar hij aan de boekband werd bevestigd was voorzien van een soort vissenstaart. Dit model wordt ongeveer rond 1500 voor het eerst gebruikt.

De beslagstukken zijn dus te verdelen tussen de vier hoekbeschermers en het centraalstuk. De hoekbeschermers zijn meestal gemaakt in de vorm van een driehoek waardoor ze precies in de hoek van de boekband paste. Het centraalstuk heeft niet echt een bepaalde vaste vorm, dit kon zowel rond, vierkant als ruitvormig zijn. Wat we wel kunnen vaststellen is dat er, en zeker in zijn begin periode, in het midden een verdikking was gemaakt zodat dit nog meer bescherming gaf aan de boekband wanneer hij werd plat gelegd. Pas later, toen het bezit van boeken algemener werden door de vernieuwde druktechnieken, kregen de beschermhoeken en het centraalstuk meer een decoratieve functie waardoor alle denkbare vormen gebruikt werden.

Materiaal

Voor zowel de slothaken, muiter's, hoekbeschermers en het centraalstuk geldt dat deze gegoten of handmatig gemaakt kunnen zijn. Bij de vroegste boekbanden waren de boeksluitingen en beslagstukken gemaakt van zilver of goud. Deze boekbanden zijn uiterst zeldzaam omdat er maar heel weinig van zijn gemaakt, zelfs in de musea's, . Dit is ook de reden waarom de sluitingen en beslagstukken die we vinden altijd na 1450 dateren toen men begon met het drukken van boeken waardoor het bezit van een boek niet alleen voor de kerk of klooster was weggelegd maar ook voor de adel en hogere burgerij.

De vroegste boeksluitingen en beslagstukken die we tegenkomen kunnen we dateren vanaf ongeveer 1450 en zijn gemaakt van koper/messing of lood/tin. Ongeveer rond 1500 verdwijnd het gebruik van lood/tin omdat dit materiaal erg kwetsbaar was. Vanaf 1700 was het bezit van een boek, zoals een bijbel, voor de meeste mensen wel weggelegd en komen er dan ook meer boeksluitingen en beslagstukken in zilver voor, goud blijft tot op de dag van vandaag zeldzaam.

Versiering

De eerste boeken welke in het bezit waren van de kerken of kloosters, waren altijd rijkelijk versierd dmv edelstenen, ivoor of andere kostbare materialen. Pas in de 15de eeuw, toen het boek wat algemener werd, dus ook beschikbaar was voor de adel en de hogere burgerij, werd de versiering eenvoudiger omdat dit de koper extra geld koste. Maar het bezit van een boek bleef een zeldzaamheid wat tevens geld voor de mensen die het ook daadwerkelijk konden lezen. De meest gevonden slothaken, muiters, hoekbeschermers en centraalstukkken welke na 1500 dateren zijn bijna altijd versiert met een simpele graveringen, dit kunnen cirkels, veren, vierkantjes of een ruitpatroon zijn. Pas in de 17de eeuw ging men de nadruk weer wat meer op het versieren van de boekband leggen, er is een beslagstuk bekend waarin zelfs het laatste avondmaal wordt afgebeeld.


Terug