De Bikkel

Voorwerp: Bronzen Bikkel / zie kielbeenbikkel van mens of dier (oudste bikkel zie collectie).
Afmeting: 3 cm.
Periode: ±800 B.C./2006.zie lectuur coinhunter 12e jaargang 1998 / nr. 45 pag. 7, artikel over bikkels. (maar weer in een andere context).

Het bikkelen is zeer oud.Een gezelschapsspel was door de eeuwen heen overal bekend in Europa. Ongetwijfeld hebben de spanjaarden het overgebracht naar hun Latijns Amerikaanse kolonien. Aanvankelijk werden bikkels vervaardigt uit de kielbeenderen van een schaap,geit of held. Later werden ze vervangen door items van lood, tin of brons. De bikkel heeft vier benamingszijden t.w. schoot,scheit,staantje en eske. Gelet op verbastering van dialect in andere provincies te Nederland en dan onder rijkelijk vloeiende drankjes heten deze vlakken denk ik anders. In sommige landen wordt het gezelschapsspel nog steeds gespeeld bijvoorbeeld in Argentinie. Hoe? Men duwde in het bikkel gat een balletje ter grote van de bikkel. Vervolgens gooide men het ongeveer vijftig centimeter de lucht in ,waarna ze probeerde beide weer op te vangen. Lukte dit? Dan legde men ze uit de hand op een vlak stuk grond c.q. tafel. Uiteraard werden voor deze handeling de weddenschappen al ingezet. Zoals geld, een slaaf of iets anders.

Natuurlijk kon dit ook met een hand achter de rug gespeeld worden. Belangrijk was hoe de bikkel viel,en op welk vlak. Overnacht kon je met dit spel rijk c.q. arm worden. Het is de bikkel niet aan te zien welk woord hij meegemaakt heeft in zijn lange periode. Of wel?

Kinderspelen.

Het Bikkelspel

In het oude Griekenland werden de kootjes van schapenpoten 'astragaloi' genaamd, gebruikt om de toekomst te voorspellen. Zij deden ook als dobbelstenen dienst en bovendien voor een spel dat ook nu nog bestaat en dat bij ons "bikkelen" wordt genoemd.

Op oude Griekse vazen ziet men zowel goden als mensen met de botjes spelen en ook in de Ilias en de Odyssee van Homeres komt men dergelijke spelen tegen. Het lijkt echter waarschijnlijk dat het spel van Aziatische oorsprong is. De Romeinen hebben het bikkelen op hun vele veldtochten in allerlei landen ingevoerd; maar ook is het een traditioneel spel in andere delen van de wereld - van Rusland tot Polynesië- waar de Romeinen nooit zijn geweest. Een moderne vorm van het bikkelspel vind men bij schoolkinderen over de hele wereld.

Spelregels

Bikkelen kan door twee of meer kinderen worden gespeeld. Het spel bestaat uit verschillende ´figuren´ die worden gemaakt door het gooien en vangen van de bikkels in een vastgestelde volgorde. De namen van de figuren kunnen in bepaalde streken verschillen, maar de meeste bewegingen zijn over de gehele wereld dezelfde. Hieronder beschrijven we enkele van de meest voorkomende.

Een elementaire en zeer oude `figuur`is te zien op een Romeins fresco uit Pomeji. De speler gooit vijf bikkels tegelijk de lucht in en probeert ze boven op de rug van de hand te vangen. Daarna gooit hij ze opnieuw op en vangt ze in de palm van zijn hand. De score die de speler daarbij behalen kan, wordt gebruikt om de beurt vast te stellen bij het vormen van de overige figuren.

Om de figuur `enen` te spelen goot de speler de vijf bikkels op de grond. Hij pakt er één op, de `boer`; hij gooit hem in de lucht, pakt snel een van de bikkels van de grond en vangt daarna de opgegooide bikkel in dezelfde hand op. Hij legt de opgenomen bikkel in zijn andere hand, gooit de boer op en probeert weer een andere bikkel van de grond te nemen voor hij de boer vangt; dit gaat zo door tot alle vier de bikkels zijn opgeraapt. Laat hij een bikkel vallen, vangt hij de boer niet op of verschuift hij een andere bikkel van de grond, dat is zijn beurt voorbij en moet hij bij de volgende beurt opnieuw `enen` maken voordat hij aan een volgend figuur mag beginnen. Daarna komen de `tweeën` aan de beurt; nu moet een speler proberen twee bikkels op te rapen voor hij de boer opvangt; daarna `drieën`, waarbij hij er drie moet oprapen, en tenslotte `vieren`, waarbij alle bikkels moeten worden opgeraapt.

Bij "Onder de brug" gooit de speler de vijf bikkels op de grond. Met een hand maakt hij een boogje door zijn wijsvinger en duim met de toppen tegen de grond te houden. Hij vormt het bruggetje dicht bij de bikkels. Hij pakt de boer, gooit hem op en terwijl die in de lucht is probeert hij één van bikkels door het boogje te schieten voordat hij de boer vangt. Dit doet hij tot alle vier de bikkels eenmaal door het boogje zijn gegaan. Wanneer dat hem gelukt is, probeert hij hetzelfde met `tweeën`, `drieën`en `vieren`. (twee paar, drie en één en tenslotte vier bikkels tegelijk door de boog).

Een variant van "onder de brug" noemt men "de stallen". Een hand wordt met gespreide vingertoppen op de grond geplaatst. Wanneer de boer wordt opgegooid moet er telkens een bikkel in de `stal` worden gemikt (de ruimte tussen de vingers). Daarna moeten de bikkels één voor één uit de `stallen` worden gehaald.

"'Pad in het gat" is een soortgelijk figuur; de speler legt weer een hand op de grond, maar nu maakt hij een gaatje door wijsvinger en duimtop tegen elkaar te houden. Bij elke gooi probeert hij nu de bikkels één voor één in het gaatje te schieten. Daarna haalt hij zijn vingers weg en probeert de vier bikkels tegelijk op te pakken voor hij de boer vangt.







 Terug