Voorwerp:Hendrik I van Brabant verleende in 1232 Eindhoven zijn stadsrechten. Het wapen van Eindh. is een klimmende leeuw naar links en rechts drie jachthoorns in het vlak.
HERTOG JAN I, HIJ WAS DE ELVIS PRESLEY VAN ZIJN TIJD.
VAN ZANGER TOT VECHTERS BAAS 1253--1294.A.D.
Hertog Jan: dat is hertog Jan I, hertog van Brabant en Limburg, die in de tweede helft van de dertiende eeuw, zo'n zevenhonderd jaar geleden, leefde.

Bijnamen had deze ridder en levensgenieter ook: Jan Primus (de Latijnse vorm van zijn naam, verbasterd tot Cambrinus), De Minnesinger, der Wapenen God.

Hij was een kleurrijk figuur, wiens leven door talloze kroniekschrijvers beschreven werd.

In 1253 werd Jan in Brussel geboren als de tweede zoon van hertog Hendrik III van Brabant. Hij leek niet voorbestemd te zijn voor de hoogste zetel in het hertogdom. Jan kreeg een opvoeding als alle jonge edelen uit die tijd. Hij leerde lezen en schrijven, maar ook paardrijden en vechten. Als Jan elf jaar oud is, sterft zijn vader. De oudere broer Hendrik volgde zijn vader op als hertog van Brabant. Maar deze Hendrik kon het blijkbaar niet aan: zowel lichamelijk als geestelijk was hij erg zwak. Dat had tot gevolg dat er van deze crisistoestand gebruik gemaakt werd door de Brabantse buren: zowel Luik als Gelder(land) vielen het hertogdom binnen. Met de grootste moeite konden zij worden teruggedreven. Het gevolg was dat Hendrik IV werd afgezet en in een klooster ondergebracht.

In 1267 werd Jan, vijftien jaar oud, in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de Brabantse adel en de steden, uitgeroepen tot hertog van Brabant. Dit gebeurde in de Abdij van Kortenberg, halverwege Brussel en Leuven gelegen. Op 3 juni van dat jaar bekrachtigde de Duitse Keizer dit.

Het hertogdom Brabant omvatte toen een groot gebied, bestaande uit de huidige (Nederlandse) provincie Noord-Brabant en de (Belgische) provincies Brabant en Antwerpen. De vier belangrijkste steden van het hertogdom waren: Leuven, Brussel, Antwerpen en 's-Hertogenbosch.

De jeugd van Jan heeft hem toch gekenmerkt: hij zou steeds gelegenheden zoeken om het aangedane onrecht (het binnenvallen van het hertogdom) te wreken.

Bang ? Bang was Jan zeker niet. Steeds streed hij in toernooien om de hoogste eer; tijdens veldtochten was hij - duidelijk herkenbaar - steeds in de voorste gelederen te vinden.

Met grote dapperheid trok hij eens het gebied van de aartsbisschop van Keulen binnen, die behalve geestelijk leider ook wereldlijk heerser over een groot gebied was. Jan liet zijn paarden drinken in de Rijn en met zijn speciaal meegekomen jachthonden hield hij een grote jachtpartij in het wildpark van de aartsbisschop, onder het oog van zijn tegenstanders.

Levensgenieter. Ook op andere wijzen was hij een levensgenieter. Hij trok regelmatig naar de grote Brabantse abdijen en liet er zich rijk onthalen. Nooit was hij alleen: jagers, minnestrelen, trompetters, herauten, ambtenaren en leden van de hofhouding maakten deel uit van zijn gezelschap. De tafels werden voor hen dan gevuld met een rijke dis: kaas, vlees, vis, wijn en natuurlijk bier. Waarom hij naar de kloosters trok? Hij wist er zich verzekerd van een goede maaltijd, en het bier werd er in ruim voldoende mate gebrouwen. Erg godsdienstig was hij trouwens niet aangelegd. Toen hij de aartsbisschop van Keulen gevangen genomen had, zou zelfs de paus hem veroordelen.

Wie zal dat betalen? De veldtochten, de hertogelijke vrijheden van de levensgenieter, die brengen Hertog jan regelmatig in financiŽle moeilijkheden. Het benodigde geld moest hij aan de Brabantse steden vragen. Leuven, Brussel, Antwerpen en 's-Hertogenbosch betaalden hem dan ook regelmatig grote sommen, maar men eiste er iets voor terug: nieuwe voorrechten en privileges. Deze kreeg men dan van de hertog en beiden waren tevreden.

Ook de Rijnpolitiek van hertog Jan was voor Brabant van belang: dat strookte met hun handelsbelangen. Het was een goede tijd voor Brabant; men spreekt dan ook van DE BRABANTSE GOUDEN EEUW.

De dichter en minnezanger De liefde voor de vrouw is regelmatig bezongen door hertog Jan. Hij componeerde ook zelf, bijvoorbeeld dit lied:

Eens meienmorgens vroe

Was ic opgestaen,

in een scoen boemgaerdekijn

Soudic spelen gaen.

Daar vant ic drie joncfrauwen staen:

Dene sanc vore, dander sanc ca:

Harba lori fa, harba harba lori fa, harba lori fa.

Doe ic versach dat scone cruut

In dat boemgaerdekijn,

Ende ic verhoorde dat soete geluut

In den mageden fijn,

Doe verblide dat herte mijn,

Dat ic moeste singen na:

Harba. . . . . . . . . . . . . .

Doe groette ic die allerscoenste,

Die daer onder stont;

Ic liet mine arme al omme gaen;

Doe, ter selver stont

Ic woudese cusse an haren mont.

Si sprac:,,laet staen, laet staen".

Harba. . . . . . . . . . . . . .

Dit "Harba lori fa" is zo'n veertig jaar geleden nog eens gebruikt door Harrie Beecx en Floris van der Putt in het lied "Toen de Hertog Jan kwam varen". In dit bekende lied komt namelijk voor "Harbi lori fa, zong de hertog".

"Als musschen voor den sparwere", als mussen voor de sperwer, zo vluchtten zijn tegenstanders als zij de komst van Jan vernamen, zo meldt ons een kroniekschrijver.

Hij was een echte ridder: tijdens een toernooi liet hij zijn verslagen vijanden steeds in leven, iets wat anderen blijkbaar niet deden. Ook organiseerde hertog Jan zelf toernooien. Bijvoorbeeld in 1277. Tijdens deze dertien dagen dat het grote toernooi duurde, werd Floris V, graaf van Holland, door hertog Jan tot ridder geslagen.

Het belangrijkste heldenfeit van jan is het veroveren van Limburg, tijdens de zgn. Slag van Woeringen op 5 juni 1288.

De Limburgse hertogin was kinderloos gestorven en haar echtgenote, Reinald I van Gelre, maakte aanspraken op het gebied. Ook jan I maakte er aanspraken op: hij wilde bovendien zijn gebied tot aan de Rijn uitbreiden. Hoewel de strijd in hoofdzaak tussen hen beiden ging, bemoeiden zich talloze bondgenoten van beide partijen met de strijd. Op 5 juni werd die uitgevochten. Vlak voor het gevecht houdt hij een toespraak, in het kader van de psychologische oorlogsvoering. Hen herinnerend aan de dapperheid van hun voorgangers houdt hij de Brabantse troepen voor: "Na het coenen aert van uwen vordren seldi drinken".

Jan I won de strijd. Daarmee bekrachtigde hij het machtsoverwicht dat Brabant bezat. Bovendien was het gevolg dat Limburg gedurende vijf eeuwen met Brabant verbonden zou zijn.

De hertog van Brabant breidde toen ook zijn eigen wapen uit was het eerst enkel het Brabantse wapen (een gouden leeuw op een zwarte achtergrond, sedert deze Slag voert hij in zijn wapen twee Brabantse en twee Limburgse leeuwen.

De vrouwen Hertog jan is tweemaal gehuwd geweest; beide malen werd hij weduwnaar. Als hij op zijn 32ste voor de tweede maal een vrouw verliest zoekt hij daarna als een levensgenieter liefde en gezelschap bij andere vrouwen. Tijdens de toernooien wist hij regelmatig de gunst van vrouwen voor zich te winnen. Diverse malen is hij ook enkele dagen afwezig geweest, zodat zijn hofhouding niet wist waar hij uithing. Hij was vader van een aantal buitenechtelijke kinderen. De liefde voor de vrouw bracht hij ook in zijn liederen tot uiting:

Ic zag nie zo roden mond

Ochte ook zo minlike ogen

Als zi heeft, die mi heeft gewond

Al in dat herte dogen.

Lief, mi hevet u minne

Zo vriendelike bevaan

Dat ic u met zinne

Moet wezen onderdaan.

Hij was een groot liefhebber, en dat niet alleen: ook een taalkundig vernieuwer, van het Nederlands. Dat was opmerkelijk, omdat de meeste officiŽle teksten in deze dertiende eeuw nog steeds in het Latijn werden geschreven. Hertog Jan vaardigde zijn publicaties in het Nederlands uit. Talloze minnestrelen en liedjeszangers zorgden ervoor dat zijn roem uitgedragen werd. Niet alleen zong men zijn liederen, men zong ook over hem; mede daarom zijn ons nog deze heldendaden van de Slag van Woeringen bekend.

In 1294 neemt Hertog Jan weer eens deel aan een toernooi; opnieuw is een vrouw de inzet. Maar hij raakt gewond en bezwijkt aan de opgelopen verwondingen. Nauwelijks vijftig jaar oud is hij dan. Zijn lichaam wordt in Brussel begraven.

Hertog Jan, Jan Primus, Cambrinus, wordt dikwijls afgebeeld met een grote drinkbeker bier in zijn hand, dwars zittend op een biervat. Het bier dat hij op het punt staat te drinken herinnert ons aan hem als de levensgenieter. Het zitten op het vat, is ons overgeleverd door de kroniekschrijver. Die verhaalt dat Hertog Jan na afloop van de Slag bij Woeringen boven op een stapel biervaten is geklommen om daar zijn strijders geluk te wensen met de overwinning. Hij brengt een toost op hen uit, en geeft zelf het goede voorbeeld.

Terug