horlogesleutels

Horlogesleutels

DIFFERENT 18th CENTURY WATCH KEY'S FOR THE POCKET WATCH.
PERIOD: 18th - 20th CENTURY.

VERSCHILLENDE HORLOGE SLEUTELS UIT VERSCHILLENDE VERVLOGEN TIJDEN.
PERIODE: 18E - 20E EEUW.
MATRIAAL: MESSING-BRONS.

HOE KWAM MEN NA 'T SCHADUWSTOKJE IN DE GROND
MET DE TEGENWOORDIGE TIJD OP DE PROPPEN ?

Mechanische uurwerken, die dus niet afhankelijk waren van zonneschijn, ontstonden in de 14e eeuw. Vermoedelijk Midden-Europese makers (Italianen) worden genoemd als eerste bouwers van zulke mechanieken. Van zo'n klok- meestal geheel van ijzer gemaakt - moet men zich trouwens niet al te veel voorstellen. Als antiquiteit is zo'n uurwerk interessant en zeer waardevol, maar als tijdaanwijzer is het- door onze ogen gezien -eigenlijk waardeloos. Belangrijker is, dat er op zeker moment in de geschiedenis een aanvang is gemaakt met een nieuwe ontwikkeling die, evenals dat het geval is geweest met andere vindingen na die tijd, steeds verder geperfectioneerd gaat worden. De uurwerkmakers van die tijd waren nog lang niet wat wij een 'uurwerkmaker' zouden noemen; het waren -zoals de Duitsers zo treffend zeggen- 'Kleinschmiede'. In de smidswerkplaats werden raderen gesmeed, de tandband werd rond geslagen en bij grote hitte tot een cirkel vast gesmolten, de spaken werden erin gesmeed, waarna de tanden er met de hand werden in gevijld. Die vroege klokken waren overigens alleen in gebruik in de kloosters bij wijze van primitieve wekkers; de broedervan-dienst werd er nogal hardhandig door wakker geschud en op zijn beurt moest hij dan weer zijn medebroeders uitde slaap halen door op de luidklok-nietvoor niets zo genoemd- de gebedsuren te slaan. Ook aan de vorstenhoven en bij gefortuneerde lieden kon men soms een klok aantreffen, maar de eenvoudige bewoners van stad of dorp richtten zich naar - indien aanwezig - de klok in de kerktoren. Want tot de vroegste uurwerken kan men zeker menige kerkklok rekenen en bij het ontbreken ervan was het volk nog steeds aangewezen op de stand van de zon, die in Noord-Europa niet altijd echt zichtbaar was. Kerken, kerktorens en torenklokken waren lange tijd niet alleen statussymbool, maar ook een praktische verworvenheid

DE 18e EEUWSE ZAKHORLOGES MET ZIJN SLEUTELTJES.

Bovendien komen kwaliteitshorloges steeds meer in aanzien. Draagbare horloges dus, zoals het zeldzame rijtuighorloge, een vergrote uitgave van het vestzakhorloge, zijn begeerde objecten. Veel waarde, gemakkelijk op te bergen. Ook het zakhorloge en sinds kort zelfs het polshorloge worden druk verzameld; hier valt nog avontuur te beleven. Het mag duidelijk zijn, dat we alleen praten over zaken van hoge kwaliteit.

Van groot belang voor de liefhebber en verzamelaar is wie de maker is van zijn horloge. Evenals bij klokken geldt dat een goed gesigneerd horloge waardevoller is dan een anoniem product. In de 17e eeuw waren er al prachtige zakhorloges gemaakt door ware kunstenaars; vrij zware en dikke mechanieken, die echter met veel raffinement en een perfect gevoel voor stijl en verhoudingen zijn gemaakt. Het verbaast ons steeds weer dat men dat in die tijd al kon. De producten van de 18e eeuw zijn ware wonderen van techniek. Kasten met geëmailleerde deksels welke soms de meest gecompliceerde miniaturen bevatten, dikwijls omrand met parels of diamanten. Onovertroffen grootmeesters van deze kunst waren de gebroeders Huaud uit Parijs. Onnodig nog eens te vermelden dat beschadigingen aan zulke meesterstukjes onherstelbaar zijn en de waarde van zo'n klokje sterk beďnvloeden. Zulke illustratieve veelkleurige emailles kan men namelijk niet restaureren. Een eenmaal geëmailleerd plaatje kan niet nog eens in de emailleeroven worden geplaatst. Wat wel kan, zijn restauraties aan niet-illustratieve wijzerplaten. Een witte plaat met cijfers waar blutsen in zijn, kan men onzichtbaar herstellen. Dat is kostbaar en het vraagt tijd, maar het is mogelijk. En voor een waardevol uurwerk van een beleende meester is dat dan ook zeker de moeite waard. Bovendien, en dat is immaterieel, geeft een goede restauratie het aangename gevoel iets waardevols behouden te hebben.

In de tweede helft van de 18e eeuw en in het eerste kwart van de 19e eeuw krijgen wij te maken met de beroemdste uurwerkmaker aller tijden: Abraham Louis Breguet (1747-1823). Wat deze Zwitser die in Parijs werkte heeft gemaakt, is nooit overtroffen. Zijn horloges en klokken zijn alle geregistreerd en beschreven; zij vormen de top van wat met mechanische middelen bereikbaar was en is. Naast Breguet zijn erin genoemde periode nog meer grote Franse meesters werkzaam: Ferdinand Berthoud, Antide Janvier,leden van de familie Lepaute, Lépine en vele anderen. In de latere 19e eeuw komt geleidelijk aan de massafabricage op gang. Het horloge wordt gemeengoed; ook de minder bedeelden kunnen er zich een veroorloven. Met deze massafabricage komen ook de eerste kitscherige producten op de markt. En van die producten komen we nog regelmatig exemplaren tegen. Niet waardevol, soms wel curieus


 Terug