oude knikkers

Knikkers in alle kleuren en maten

Different kids iron and glass bolders for a kidsgame in the early days in Europe. These are eyefinds from some fields. The Romans and the Egyptians knew this bolder game also.
Period the clay ones: 18 th century
The iron and the glass bolders 20th century.

Diverse ijzeren bolders tevens klei – glasstuiters dit was een kinderspeelgoedje uit de jaren 50.
De kleiknikkers waren de oudste uit de periode ong. 1740.
Leuke jongenstijd ervaring 't stuiteren meiden noemden het knikkeren in een kuultje.

Knikkeren bestaat al eeuwenlang. Vroeger maakten de mensen de knikkers zelf van marmer, steen, hout of klei. Al voor het jaar 1 speelden Romeinse en Egyptische kinderen ermee. Maar ook volwassenen knikkerden. In de 17e eeuw speelden de rijke mensen in Frankrijk een soort knikkerspel: het 'bruggenspel'. De knikkers moesten door een poortje getikt worden om punten te halen. Vroeger had je ook geen knikkerzakjes, maar deden de kinderen hun knikkers in een washandje.

Hoe maak je een glazen knikker?
Eerst smelt je glas in een oven. Dan pers je het zachte gesmolten glas door een klein gaatje heen zodat je een sliert krijgt. Zoals tandpasta uit een tube. Die sliert knip je met een schaar in gelijke stukjes. Die stukjes doe je in een molen, zoals een bingomolen. In die molen worden de warme stukjes glas tot balletjes gerold.

Wie maakt de knikkers?
Knikkers van klei worden al sinds 1870 in fabrieken gemaakt. Vanaf 1890 werden de eerste glazen knikkermachines ontworpen. Dat was in Lauscha, in Duitsland. Daar kwamen toen al onze knikkers vandaan, want in Nederland was geen fabriek. Er waren wel een paar glasblazers die knikkers maakten. Tegenwoordig worden in het Glasmuseum in Hoogeveen nog knikkers gemaakt. Het is echt de moeite om daar eens te gaan kijken. Ze houden daar glasblaasdemonstraties. Maar de meeste knikkers komen nu uit Mexico. Daar maken ze wel vijftien miljoen knikkers per dag.

Het spel
Je kunt verschillende soorten spelletjes doen met knikkers. Bijvoorbeeld wie ligt het dichtste bij de muur. Dan moet je om beurten een knikker naar de muur gooien. Welke knikker het dichtste erbij ligt mag alle knikkers hebben. Of knikkeren in een potje: je moet proberen om alle knikkers in het potje te krijgen. Als je een knikker in het potje rolt mag je nog een keer. Rol je de knikker er naast dan is de volgende aan de beurt. Wie de laatste knikker in het potje krijgt heeft gewonnen, die mag alle knikkers hebben die in het potje liggen. Maar: 'Het gaat om het spel, niet om de knikkers'.

Hoe knikker je?
Er zijn verschillende manieren om te knikkeren, door je wijsvinger van achter je duim vandaan te laten schieten of andersom, of door met een kromme wijsvinger tegen de knikker aan te stoten. Een vaste hand, goed mikken en een hoop oefening: dat heb je nodig om een goede knikkeraar te zijn.

Hoe ziet een knikker er uit?
Knikkers zijn glazen balletjes met een figuurtje erin en met verschillende kleuren. Er zijn verschillende soorten en maten..

Soorten zijn bijvoorbeeld: spikkel, gewoontje, afrikaantje, chinees, mexicaantje, parel, crystal en walvis.

Knikkers hebben ook maten: bijvoorbeeld: keizer, 5-keer, 64-keer, dub-dub, kleintje en een bom. Gewoontjes worden niet meer gemaakt.



Knikkernamen

Knikkers hebben uiteenlopende namen, afhankelijk van de kleur, materiaal en grootte. De namen kunnen ook per regio, of zelfs per school, verschillen. Bijvoorbeeld:
gewoontje, ééntje/éénteller, bam, (reuzen)bonk, bommel, cristal, kanarie, lodder, mini, piraat, spikkel, kattenoog, pikineesje, flamingo, stuiter, vlinder, water, bakker, meteoor, keizer, reuzereuze(bonk), bikkel, parel, olie, looiedet, rood-wit-blauwtje, komeet, turtle, kogel, dubbeldekker, presto, smurf, panda, tokker, bomber, papegaai, jumbo, beer, uppie, porceleintje, draden, kalebas, rode duivel

Kampioenschap
Tegenwoordig wordt het spel door volwassenen en kinderen gespeeld. Er worden kampioenschappen gehouden, in de plaats Noordeloos, in Almere en ook in de Efteling.

 Terug