koperen kan met stempel

Voorwerp: zeventiende eeuwse koperen Bierkan met meesterstempel aan de onderzijde.

Afmeting: Hoogte 14.5 cm

WANNEER WERDEN DEZE BLONDE JONGENS MET SCHUIMKOPPEN GEBOREN ???

Het begin

Bierbrouwen is een bezigheid die al eeuwen oud is. De SumeriŽrs, een volk dat ongeveer 5000 jaar geleden in MesopotamiŽ leefde, kenden het al. Zij waren vermoedelijk de eersten die bier maakten. Het bier en de wijze waarop dit gemaakt werd, is echter niet zoals we dat nu kennen. Men bakte een soort brood van emmer (een soort tarwe), dat van buiten gaar was, maar van binnen nog week. Als men bier wilde maken, weekte men het brood in water, en bracht dit aan het gisten. Aan het bier werd vaak honing of kruiden toegevoegd. Nadat de BabyloniŽrs het Sumerische rijk hadden over genomen, nam het brouwen toe. Uit kleitabletten van die tijd heeft men kunnen afleiden, dat men reeds verschillende soorten bier kende.

Romeinse tijd

De Egyptenaren namen het bierbrouwen over van de BabyloniŽrs (de Egyptenaren brouwden bier, waar ze ook dadels bij deden). Voor hun behoorden brood en bier tot de elementaire voedselbestanddelen. Bier wordt al genoemd in teksten uit het vroege Oude Rijk en vanaf deze tijd werden er houten "modellen" gemaakt, die de productie van brood en bier uitbeeldden. Ze werden meegegeven in het graf of werden vermeld in de offerlijsten op de wanden van grafkamers en sarcofagen. Doordat het in de loop der eeuwen verdampt is heeft men nog nooit bier uit het oude Egypte gevonden. Wel zijn kruiken en vaten aangetroffen waarin het residu van bier aanwezig was. Analyse hiervan heeft aangetoond dat bier van verschillende soorten graan gemaakt werd. Blijkens teksten uit het Nieuwe Rijk kende men inderdaad verschillende soorten bier. Naast drank voor de levenden en de doden was bier ook een ingrediŽnt van een aantal medische recepten. De kennis over de brouwkunst verspreidde zich via IsraŽl, naar Griekenland en ItaliŽ. Maar in die tijd, ongeveer 3000 geleden, raakte ook het wijn maken in zwang, vooral in Griekenland en ItaliŽ. In de Romeinse tijd werd er nog gebrouwen door de Romeinen, maar ze hielden toch meer van wijn. Door de Romeinen werd de brouwkunst verder naar het noorden verspreid. De Germanen waren de eerste, die de tussenstap van het broodbakken oversloegen en ontdekten dat uit ontkiemde en gedroogde graankorrels ook bier gebrouwen kon worden. Zij maakten van graan een beslag en lieten dat vergisten.

Middeleeuwen

In de middeleeuwen waren het vooral de monniken die brouwden om in hun levensonderhoud te voorzien. Verder was in die tijd het drinkwater van slechte kwaliteit en men ontdekte dat het drinken van bier gezonder was. Dat dit vooral door het koken van bier kwam, wist men toen nog niet. In die tijd gebruikte men nog geen hop als conserveringsmiddel en/of smaakmaker, maar gruit. Gruit is een kruidenmengsel met vooral gagel en rozemarijn en verder o.a. duizendblad, laurierbessen, salie, enz. De monniken hoorden, in die tijd, tot de hoogst opgeleide mensen en zij brachten het bierbrouwen dan ook naar hoog niveau. Omstreeks het jaar 800 waren het waarschijnlijk dan ook de monniken van het klooster van Weihenstephan in Duitsland die als eerste hop gebruikten om het bier langer houdbaar te maken. Aangezien in veel landen een hele industrie was ontstaan rond gruit en ook de overheden inkomsten hadden uit het zogenaamde gruitrecht, heeft het tot ongeveer 1320 geduurd, voordat in Nederland hopbier werd gebrouwen.

1516

Hertog Willem de vierde van Beieren komt met het Reinheitsgebot. In deze wet bepaald hij dat de Duitse bieren slechts met gerst, water en hop gebrouwen mogen worden. (De werking van gist was nog niet bekend). Dit hield ook in dat er geen bieren uit andere landen geÔmporteerd mochten worden. Hoewel dit laatste tegenwoordig wel mag, houden de Duitse brouwerijen zich nog steeds aan het Reinheitsgebot.

18e Eeuw

Bier was vroeger een populaire drank, want dit was veiliger te drinken dan het aanwezige water. Totdat het drinken van bier in de loop van de 18e eeuw wat minder in zwang raakte. Dit kwam door de opkomst van koffie en thee. In 1788 vindt Richardson de sacharimeter uit, een toestel voor het bepalen van het suikergehalte in vloeistoffen.

19e Eeuw

Ook het soort bier dat men brouwde veranderde. Eerst was het altijd bovengistend bier dat er werd gemaakt, maar in de 19e eeuw ging men vooral ondergistend bier, pils, maken. Een aantal belangrijke jaartallen:

1830
Het eerste flessenbier verschijnt op de Duitse markt.

1833
Payen ontdekte de diastase: het enzym dat de omzetting van het zetmeel in suiker teweegbrengt.

1876
De Franse chemicus Louis Pasteur verklaart de vergisting, een belangrijk onderdeel van het brouwproces. Tevens ontdekte hij dat door het verhitten van bier diverse bacteriŽn uitgeschakeld werden. Dit proces werd naar hem vernoemd: pasteuriseren.

1879
Von Linde vindt de koelmachine uit. Vanaf nu kon elke brouwerij het hele jaar door het bier koel houden. Dit luidde de overgang in van hoog- naar laaggistende bieren.

1885
De Amsterdamse brouwmeester Wilhelm Feltmann verbeterde het brouwproces en legde de basis voor een bier dat een eeuw later bijna overal ter wereld gedronken wordt.

1897
Buchner ontdekt het enzym zymase, dat de splitsing van suiker in koolzuurgas en alcohol veroorzaakt.

20e Eeuw
In de 20e eeuw zien we een enorme vervlakking optreden als gevolg van de twee wereldoorlogen. Tegelijkertijd zorgde de economische recessie voor een sterke daling van de koopkracht. Het gevolg was, dat zowel het aantal soorten bier als het aantal brouwerijen sterk afnam. In 1945 waren er in Nederland van de 148 brouwerijen nog maar 83 over. In de naoorlogse periode krabbelde de brouwindustrie langzaam uit het dal. Kenmerkend hiervoor waren de horizontale concentraties: veel brouwerijen produceerden naast bier ook mineraalwater en limonades. Tevens bundelden een aantal brouwerijen hun krachten. De opleving was echter maar van korte duur. In 1980 stond de Nederlandse biercultuur op een dieptepunt en waren er nog slechts negentien brouwerijen (waarvan verscheidene in dezelfde handen) die tezamen een zestigtal bieren brouwden. Het positieve keerpunt in de Nederlandse biercultuur ontstond doordat de speciaalbieren aan hun opmars begonnen. In het begin ging dat nog erg traag maar al snel prikkelde het succes van de ťťn, de navolging van de ander. De gevestigde brouwers breidden hun assortiment uit en amateur-brouwers besloten van hun hobby hun beroep te maken. De opkomst van deze kleine brouwerijen heeft geleid tot een grote versterking van de Nederlandse biermarkt. Inmiddels is het aantal Nederlandse brouwerijen weer gestegen tot ruim 60. Bovendien staan er nog vele brouwerijen en uitbreidingen op stapel wegens de toegenomen vraag.







 Terug