kruit vuller

Musket Kruitmaatje en tevens laadstokhouder

Een 19e eeuwse messing musket kruitmaatje.
Totale lengte: 95 mm.

Musket

De musket is een zeer oud schoudervuurwapen. Het is niet precies bekend waneer dit vuurwapen ontwikkeld is. Men vermoedt dat de musket voor het eerst verscheen aan het einde van de 15de eeuw na Christus. De musketten werden in gebruik genomen tot aan het midden van de 19de eeuw. Daarna werden ze naar de achtergrond geplaatst omdat er veel handzamere en effectievere infanterie wapens kwamen. De geweren, die veel lichter en korter waren dan de musket, veroverden de plaatst van de musket op het strijdtoneel.

De musket in de strijd

De musket was een wapen dat in twee typen kalibers voor kwam, in het .50 kaliber en het .80 kaliber. Een goede schutter kon wanneer het musket goed stil lag en van het juiste kaliber was voorzien, een tegenstander raken over een afstand van 200 yards (ongeveer 182 meter). In een gevecht was het musket echter effectief tot een afstand van ongeveer 80 meter.

De werking van een musket

De musket was een soort schouderkanon. Het wapen werkte namelijk voor een groot deel hetzelfde als een kanon. De musket werd op de grond geplaatst en er werd door de loop kruit ingegoten vanuit de kruithoorn. Daarna werd de prop er ingebracht. Het geheel werd met een lange steel, die ook wel de laatstok werd genoemd, aangestampt. De pan aan de zijkant van de musket werd gevuld met kruit. De lont werd aangebracht in de pan en daarna werd pan afgesloten met een klepje. Vervolgens werd de lont aangestoken en kon het wapen zodoende worden afgevuurd. Later werd de lont vervangen door vuursteen. Deze vuursteen sloeg tegen een stuk staal waarin ook een vuursteen werd geplaatst. De vonk die deze stenen op elkaar veroorzaakte zette het kruit in ontbranding. Het systeem van laden en vuren werd erg veel gedrild in de professionele legers van die tijd. Handige musketiers konden 3 keer schieten per minuut. Alleen zeer goede schutters haalden 4 schoten in een minuut. De musket kon na het afvuren van enkele schoten oververhit raken en moest daarom regelmatig aan de kant worden gelegd. Musketiers moesten zich toen met degens verdedigen en raakten hierin vaak erg bedreven.

Kogels en kaliber van de Musket

De kogels van een musket kwamen in verschillende vormen voor. Vaak waren de kogels van lood gemaakt en rond van vorm. De kogels werden gegoten in een speciale kogeltang. De musketiers maakten hun kogels vaak zelf. Soms werden de kogels bewerkt doormiddel van krassen en strepen zodat ze uit elkaar zouden vliegen waneer ze een tegenstander zouden raken. Op deze manier werd de schade en de verwonding bij de vijand groter. Er werd ook wel geschoten met meerdere kogels tegelijk. Deze werden door de stuwkracht van het kruit in de richting van de tegenstander gesproeid.

Conclusie over de musket

De musket was een zeer effectief infanteriewapen tot het midden van de 19de eeuw. De effectiviteit was tot een afstand van ongeveer 90 meter. Daarna werd het wapen onzuiver en was een tref een kwestie van geluk. De musket werd in de 19de eeuw vervangen door betere en lichtere schoudervuurwapens. De vormgeving van de musket lijkt echter sterk op de moderne geweren van tegenwoordig.







 Terug