Middeleeuwse detectorvondsten

Detectorvondsten 9e eeuws Ruiterspoor Beslag

Verschillende Detectorvondsten 9e eeuws Ruiterspoor Beslag bovenkant van n zilveren Ring de Scheen erlangs n Vroegmiddeleeuwse Heraldic Hanger.

Middeleeuwen in Europa en ook in onze eigen steden.

De naam middeleeuwen is eigenlijk pas aan het einde van die periode bedacht, in de Renaissance, toen ieder “ontwikkeld persoon” graag terugkeek op de Grote Klassieken: de Grieken, Romeinen, Egyptenaren. De tijd tussen het verdwijnen van de laatste Grote Klassieken en de periode vlak voor onze Gouden Eeuw, de Verlichting werd omschreven als de Tussentijd, en later “de middeleeuwen”. De middeleeuwen duurden ongeveer van 500 tot 1500. We laten tegenwoordig de middeleeuwen eindigen met de ontdekking van Amerika, de Nieuwe Wereld en de overige werelddelen die zo lang schijnbaar buiten bereik van de Oude Wereld waren geweest.

In de middeleeuwen stond natuurlijk niet alles en iedereen 1000 jaar lang stil. We onderscheiden de vroege middeleeuwen (de tijd van monniken & ridders), de eerste 500 jaar, en de late middeleeuwen (de tijd van steden & staten), de laatste 500 jaar. De middeleeuwen is een periode waarin veel dingen die nu normaal zijn voor het eerst voorkwamen. Veel grenzen (gemeenten, provincies, ..) stammen bijvoorbeeld uit deze tijd, net als de namen die we nu ervoor hanteren. De oudste bril stamt uit de jaren 80 van de 13e eeuw, uit Italië. De middeleeuwen zijn heel verschillend met de tijd ervoor omdat we vanaf die tijd enorm veel schriftelijke bronnen hebben. De Romeinen konden wel schrijven, maar deden dat niet zo veel. Vanaf de middeleeuwen kennen we kronieken, geschreven om de goede daden van koningen en de andere gebeurtenissen van een bepaalde tijd te noteren.

De vroege middeleeuwen

Na de ineenstorting van het Romeinse rijk werd (letterlijk) op de brokstukken ervan kleine steden gebouwd. Die ineenstorting was officieel in 476, maar werd al ingeluid door de volksverhuizingen een eeuw eerder. West Europa verviel tot kleine vorstendommetjes die pas vanaf 768 onder Karel de Grote kwamen te vallen. Veel verworvenheden van de Romeinen gingen in deze donkere eeuwen verloren en de levensstandaard ging achteruit. Karel de Grote regeerde tot 814, 46 jaar lang en zijn rijk strekte zich uit van Noord-Duitsland tot in Spanje. Hij had het bestuur van zijn grote rijk erg goed georganiseerd en bezat een prima leger. Vaak verbleef hij in Aken of Nijmegen. Ook na hem waren er nog keizers. Handelssteden zoals Dorestad beleefden, ondanks de bezoeken van Vikingen, een bloeiperiode. Het feodale stelsel hield de wereld in zijn greep, maar bood ook zekerheid. Het land van de keizer was verdeeld over leenmannen die trouw en soldaten schuldig waren aan de leenheer. In Blixembosch (Noord Eindhoven) stond in de 10e eeuw een bootvormig huis, een soort stapelplaats van belastingen en schattingen, verzameld door een lokale rentmeester voor de Duitse Keizer. Grote rijkdommen zijn onder andere de paarden en sieraden. Bootvormige huizen dateren uit de tijd 900 – 1250. Nederland katholiek? Nou, pas vanaf de 8e eeuw werd ons land gekerstend door monniken uit Ierland en Engeland. Bonifatius was daar een bekende naam, die samen met een reeks collega’s het rijk van Karel de Grote binnen trok. Maar tot op de dag van vandaag zijn resten van de denkwijze en logica van vóór het Christendom opgenomen in het dagelijkse leven. Kerstmis en Pasen bijvoorbeeld zijn al veel oudere feesten dan je zou denken.

De late middeleeuwen

De grens tussen vroege en late middeleeuwen is een erg belangrijke. Vóór de late middeleeuwen leek het leven nog erg op het leven in de prehistorie, in de late middeleeuwen kwamen de steden op, en daarmee de ambachten en handel. Maar een stad in het heilige Duitse Rijk (waar wat we nu Nederland noemen toe hoorde) was heel wat anders dan een stad in dezelfde tijd in bijvoorbeeld Italië. Er werden in deze tijd weer dorpjes gesticht en kleine steden gesticht, zoals bijvoorbeeld Eindhoven in 1232. De landerijen buiten de stad waren eigendom van heren, die ofwel bij de adel hoorden die weer onder een hogere heer viel, ofwel de landerijen waren van de kerk en vielen dan bijvoorbeeld onder een klooster. De kerk had grote delen van Nederland in bezit gehad en "wilde gebieden" werden door monniken ontgonnen en dijken en afwatering aangelegd. Windmolens deden hun intrede in Europa, net als de zware ploeg, waardoor ontginningen vergemakkelijkt werden.

De strijd om de macht in Europa werd op alle niveaus gevoerd met de kerk aan de ene kant en de aristocratie er tegenover. De grote meerderheid van de Europeanen leefde nog steeds van de landbouw, ook al waren er al wat specialisaties: ambachtslieden met een eigen beroep en handelaars. In de steden waren de mensen nog erg op zichzelf aangewezen. Ze hadden een eigen tuin of akkers binnen de stad waar ze verbouwden wat ze nodig hadden. De rest moesten ze inkopen op de weekmarkt die in de stad gehouden werd. Boeren van de landerijen in de omgeving waren verplicht hier hun waren aan te bieden, zoadat de stedelingen in de stad konden blijven. De stad had immers voor de hertog een economische betekenis: via belastingen kreeg hij hier zijn rijkdom bij elkaar. Daarnaast hadden de steden ook een politieke functie: het land eromheen werd ermee onder controle gehouden. In de late middeleeuwen werden voor het eerst op grotere schaal vuurwapens als kanonnen en musketten gebruikt. De oude handelsroutes door Europa werden in de middeleeuwen veel gebruikt, denk bijvoorbeeld aan de barnsteenroute. Deels waren ze ook in gebruik door pelgrims. Buiten Europa werd er ook gereisd voor zowel handel als geloof. De kruistochten kwamen op, maar er werd ook “voor het geloof” gevochten aan de Oostzee en de Baltische kusten. Handelsreizigers zeilden naar West-Afrika en het nabije Oosten. De zijderoute liep vanaf ver in Azië helemaal tot in Europa.

De late middeleeuwen staan bekend om hun kunst. Deze werd met name gemaakt voor de adel en de kerk. Bekende bouwstijlen zijn de Romaanse bouwkunst (vrij gesloten), gevolgd door de Gotiek (1200 – 1500). Het open karakter en de toepassing van licht kan je goed terugzien in de Sint Jan in Den Bosch. Al in de 11e eeuw werden in Europa de eerste universiteiten gesticht. Het was de bedoeling hier álle beschikbare kennis te kunnen verzamelen en door te geven. De oudste universiteit in wat nu Nederland heet werd opgericht in 1575, in Leiden. De Katholieke Universiteit in Leuven werd al in 1425 door de Paus gesticht. Het was wel vaker dat een universiteit in dienst stond van het geloof of de wereldlijke heersers van het betreffende land.

De middeleeuwen eindigen met de Reformatie die voor veel Europeanen leidde tot een breuk met “Rome”. De Reformatie is de tijd waarin Luther en Calvijn een beweging in gang zetten die leidde tot een splitsing van de kerk in een katholieke stroming en een aantal protestantse stromingen. Veel eerder waren al de orthodoxe kerken afgescheiden. Er veranderde nog veel meer: het gedrukte boek verdrong het handgeschreven manuscript, Amerika werd “ontdekt” en nieuwe ideeën werden beschreven over het heelal en de aarde. Door de Kruistochten drong veel kennis uit de Arabische wereld tot Europa door. De Arabieren hadden veel kennis en literatuur van de Klassieken bewaard. Italië werd een bloeiende en bijzonder rijke doorvoerhaven van ideeën en kunstuitingen. Al deze ontwikkelingen zouden het leven in Europa voorgoed veranderen. Er ging echter heel wat tijd overheen voordat de “grote veranderingen” de gewone man bereikten.







 Terug