vuurkets

Vuurkets

Different 17th -18th century firearms items with leaden frames. Within the leaden frame's there are firestones.

This item was made for the explosion that was necessary to shoot away the bullet of the pistolet or the musket.

Verschillende 17e-18e eeuwse loden ketsen. 't Woord zegt 't al, ketsen, dus ketsvuur vonken kwamen af van deze loden omhulsels waarin een vuursteen gemonteerd zat. Voor 't afsteken van een pistolet of musket. Deze vonk kwam dan in aanraking met 't buskruit wat in 't vuurslot van 't wapen zat, en zo kreeg je een explosie waardoor de loden musketkogel een snelle en dodelijke vaart kreeg. Zijn werking is te zien op deze website op middeleeuws bij fotonr 583 je kunt er bijvoorbeeld een keertje mee schieten zet dan wel jou p.c. geluid aan voor de knal en voor onze mooie muziek op ít voorfront. Ook voor jou zit er wel een regionale zender bij dus jou dagelijkse radio vitamine zijn in ieder geval voorzien. Niet door vertellen he! Types; De kleinere ketsen zijn voor de pistolet. De grotere voor het afstandsgeweer de musket.

ONTWIKKELING VUURSLOT WAPENS EN ZIJN ANDEREN ONDERDELEN O.A. DE KETS

Wanneer en hoe dat het vuurwapen is uitgevonden, en de eigenlijke ontwikkeling, is niet bekend. Wel is bekend dat de Chinezen al in de elfde eeuw de samenstelling van buskruit of zwartkruit kenden. Hoe men de kennis van de samenstelling in Europa heeft gekregen, is ook nog steeds de vraag. De een vermoed via de handelswegen van de Arabische landen, en de ander denkt dat Marco Polo, een ontdekkingsreiziger, de kennis heeft meegenomen. Wel wordt er rond 1260 in de geschiedschrijving, gewag gemaakt, dat ene Roger Bacon in zijn boeken over de natuur schreef over een samenstelling van explosief kruit. Meer zekerheid is dat in 1301 een Duitse monnik en alchemist, Berthold Schwarz uit Freiburg, proeven nam en daarbij bijna verongelukte. Hij heeft de meeste bekendheid gekregen, en daarom wordt het ook schwarzpulver (zwartkruit) genoemd. De samenstelling zwartkruit is: Salpeter 75%, Zwavel 10%, Houtskool 15% Hoe en wanneer de bovengenoemde samenstelling is uitgevonden, zal wel altijd een raadsel blijven. Ook het moment dat iemand op het idee kwam om met dit kruit een projectiel uit een aan een kant dichtgemaakte buis kon wegschieten, zal wel een groot vraagteken blijven. Toch was er wel de kiem gelegd voor het vuurwapen. Het grondprincipe is nog steeds hetzelfde. Het eerste geschut was een primitief kanon. Men maakte aan een kant een buis dicht, aan de gesloten kant boorde men een gaatje, waardoor men de kruitlading kon aansteken. Dat werd het zundgat genoemd. Het buskruit werd aan de voorkant in de buis gedaan, dan het projectiel, eerst een steen, later van ijzer en toen van lood, werd in het kruit gedrukt, en dan was het wapen schietklaar. Men moest om het af te schieten, wel een vuurbron hebben, om via het zundgat het kruit aan te steken. Eerst werden er gloeiende sintels en houtspaanders gebruikt, welke later werden vervangen door lang gloeiende lonten van katoen die in Kaliumnitraat waren gedrenkt. Het zundgat was meestal met een zeer fijn gemalen gevuld. Na de ontbranding vloog het projectiel uit de buis (loop) naar het doel, in de hoop dat het geraakt werd.

De ontwikkeling ging steeds verder, en in 1530 werd het radslot uitgevonden. Dit is een combinatie van een metalen schijf met een spiraalveer, welke met een sleutel opgewonden kan worden, en daarna wordt vastgezet. Door middel van een trekker wordt de blokkering opgeheven en met grote snelheid draait de schijf terug over een stuk Pyriet, welke vuurgensters (vonken) afgaf, en zo het buskruit ontstak. Er waren nogal wat nadelen, zoals het breken van de veer, en het verliezen van de sleutel. Daarom kwam er eind 1500 het vuurslot, welke werd verbeterd en vereenvoudigd tot een betrouwbaar Silex vuursteenslot. De vuursteen werd hierbij in een bek van een soort hamer geklemd, welke aan de zijkant van het wapen was aangebracht. De hamer werd tegen veerdruk in naar achteren gehaald (gespannen), en dan vastgezet. Deze hamer werd haan genoemd. Bij het overhalen van de haan schoot deze naar voren, en de vuursteen sloeg tegen een ijzeren plaatje wat zich vlak bij het zundgat bevond. De vonken deden het kruit via het zundgat ontbranden. Met een goede Silexsteen kon men 40 a 50 goede vonken produceren. Het vuursteenslot heeft het enige honderden jaren, met enige variaties stand gehouden, tot er een ware revolutie op gang kwam, toen de Schotse Alexander Forsyth de grondslag van het percussie-slaghoed uitvond. Tussen 1800 en 1815 experimenteerde hij, en in 1820 kon men in een klein kapseltje een hoog explosieve samenstelling onderbrengen. Door een klap op het kapseltje te geven kwam dit tot ontploffing. Het wapen moest nog steeds van voren geladen worden, maar men kon nu naast of achterop het wapen een hamertje (haan) met een opzetstukje op het zundgat plaatsen. Dit noemde men Piston of Schoorsteentje. De haan werd naar achteren getrokken, en geblokkeerd. Na het overhalen van de trekker sloeg met flinke kracht de hamer (haan) op het slaghoedje, welke een vlam produceerde welke het kruit ontstak. Dit systeem heeft op geweren en revolvers goed voldaan getuigen de vele gaatjes in de vele lichamen t veranderde overal t strijdpatroon van de aanval.


Terug