Voorwerp: Een 19e eeuws zilveren Bonboniere schaaltje.Op veler plaatsen door de meester bestempeld Kunstje van vakwerk.
Afmeting: Van eind oor tot eind oor 12 cm.Breedte 6.5 cm/hoogte 4 cm.
Periode: 19e eeuws.

One silver CHOCO BONBONĘRE approximately 18th century with stamps from the maker in it .

Het bruine goddelijke spul chocolade mmmmm.

De eerste kennismaking van de westerse wereld met cacao was in 1521 toen Herman Cortez in Mexico aankwam. Hij werd door de toemalige bewoners binnengehaald als een grote held dus door de Azteken. Ze boden grote hoeveelheden cacaobonen aan die zij als gebruikten om te betalen. In het begin wilde de Spaanse Cortez geen cacaobonen, maar nam toch het recept voor een cacaodrank mee naar Spanje. De Azteken noemden het drankje chocolat. . Pas in 1825 legde de Nederlander van Houten de basis voor het maken van cacaopoeder, cacaoboter en chocolade. Van Houten ontdekte een manier om de cacaoboter uit de cacaobonen te persen. Ook ontdekte hij het alkaliseren, een manier om de zuren in de cacao minder zuur te maken, waardoor de smaak en kleur van cacaopoeder beter werden.

De Azteken uit Zuid-Amerika maakten van cacaobonen een bitter drankje: xocoatl. Dat brouwsel was volgens hen een geschenk van de goden. Oude indianenlegendes beweren zelfs dat de zaden van de cacaoplant uit het Paradijs afkomstig zijn. De god Quetzalcoatl reisde van het Paradijs naar de aarde en nam als geschenk een cacaoplant mee. Hij leerde de Azteken hoe ze de cacaozaden moesten roosteren en malen om er een pasta van te maken die in water oploste. Degene die het dronk, werd wijs en sterk. De naam ‘chocolade’ is waarschijnlijk afkomstig van het woord dat de Azteken gebruikte: xocoatl.

Het waren de Spanjaarden die voor het eerst suiker bij de chocoladedrank van de Azteken deden. In het midden van de 16e eeuw kwamen de eerste cacaobonen naar Europa. De Spaanse ontdekkingsreiziger Hernando Cortez nam de chocolade van de Aztekenkoning Montezuma uit Mexico mee naar het hof van koning Karel V. Het chocoladegeheim werd bijna een eeuw lang verborgen gehouden. De Italiaan Antonio Carletti verbrak het stilzwijgen, waardoor de chocolade begin 17e eeuw over heel Europa werd verspreid. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog bereikte de chocolade via de Spanjaarden ook Nederland. Het was in die tijd een kostbaar ruilmiddel; chocolade was nog niet voor iedereen weggelegd. Rond 1700 deden de Engelsen bijvoorbeeld melk bij de chocolade. Hiermee was de ‘chocolademelk’ ontstaan. In 1828 vond de Nederlander C.J. van Houten de cacaopers uit. Chocolade werd hiermee een stuk goedkoper. Tijdens de Industriële Revolutie kwam de massaproductie van chocolade pas echt op gang en in 1847 werd uiteindelijk de eerste chocoladereep gemaakt door het Engelse Fry & Sons. Een Zwitser die daarna nog met het recept experimenteerde kwam erachter hoe je eetbare melkchocolade kon maken.

Terug