Napoleon

Keizer Louis Napoleon III, 1808 - 1873



********* Ook hij heette Napoleon *******

Koning Willem II van conservatief liberaal werd, tot verbazing van zijn eigen , maar meteen toegejuicht door het volk.
Thorbecke kon eindelijk zijn nieuwe grondwet opstellen waarin o.m. de macht van de Koning drastisch werd beperkt,
Koning Willem III heeft er heel zijn leven moeite meegehad, maar dat is een ander verhaal.

De periode 1850 tot 1870 is de tijd van Keizer Louis Napoleon III, een neef van Keizer Napoleon Bonaparte, want, zoals we zagen, de jongste zoon van Lodewijk Napoleon. Het zoontje van Keizer Napoleon Bonaparte werd door Louis Napoleon nummer II genoemd, vandaar die III : Voor velen is Napoleon III een raadselachtige figuur gebleven, voor sommigen zelfs een omhooggevallen avonturier. Toch is er in de laatste decennia meer waardering voor zijn regering gekomen, waarbij dan de nadruk wordt gelegd op zijn binnenlandse politiek en zijn ontegenzeggelijk grote populariteit, vooral in het eerste deel van zijn regering.

In elk geval ligt er in zijn regeringsperiode een duidelijke breuk. In die eerste periode lukte hem bijna alles: 1848 president, 2 december 1851 prins-president, na een wat uit de hand gelopen staatsgreep. In 1852, alweer op 2 december, keizer. Door zijn hulp aan de paus in 1849 en door zijn onderwijspolitiek had hij zich van de machtige steun van de katholieke Kerk verzekerd. Hij liet een groot programma van openbare werken uitvoeren, zoals de drastische herbouw van Parijs, waardoor velen werk vonden.

In zijn buitenlandse politiek bleek hij geleerd te hebben van de lessen van zijn oom. Hij wilde dan ook goede relaties onderhouden met Engeland, geen botsing met de paus riskeren en de onder de eerste Napoleon verloren gegane Franse gebieden heroveren. Het eerste gelukte hem. In de Krimoorlog was Engeland zelfs zijn bondgenoot, zijn persoonlijke relaties met koningin Victoria waren voortreffelijk. In 1860 sloot hij het vrijhandelsverdrag met Engeland (Cobden-verdrag). Hoogtepunt was uiteraard zijn voorzitterschap van de vredesconferentie in Parijs tot bezegeling van de Krimoorlog.

Voorts stelde hij zich, waarschijnlijk oprecht, op als kampioen van de verdrukte nationalisten in Europa. Voor hem, evenals voor veel van zijn tijdgenoten, was nationalisme een volstrekt rechtvaardig streven naar de bevrijding van een vijandig gezag.

In 1858 werd een wel zeer bloedige aanslag door de Italiaanse nationalist Orsini op hem gepleegd. Op zijn minst was het opzienbarend dat Orsini vanuit zijn cel theatrale brieven mocht publiceren, nog wel in de keizerlijke krant: Le Moniteur. 'Red Italië, Sire, en vijftig miljoen Italianen . . .' enz. In elk geval ging hij zich toen intensief met de Italiaanse zaken inlaten. Daardoor verloor hij de steun van de katholieken, die bevreesd waren voor de positie van de paus. Hij moest dan ook op de liberalen gaan steunen, waardoor zijn regime steeds meer democratische concessies moest doen, met als gevolg dat Frankrijk aan het eind van zijn regering bijna een constitutioneel-parlementaire monarchie was geworden.




In zijn buitenlandse politiek streefde hij, nadat de gebeurtenissen in Italië een voor hem ongunstige wending genomen hadden, krampachtig naar een succes. Dat bleef uit, want Bismarck en anderen zaten hem dwars.

Genoemd kan ook worden het krankzinnige Mexicaanse avontuur, waarin hij, vooral op aandringen van zijn vrouw, een poging deed om, gebruik makend van de Amerikaanse Burgeroorlog, in Mexico een katholiek, Romaans Keizerrijk te stichten als tegenwicht tegen de angelsaksische, overwegend protestantse republiek van de Verenigde Staten. De overwinning van het Noorden betekende het einde van dit plan.

Napoleon III probeerde ook tevergeefs van koning Willem III Luxemburg te kopen, waarover Bismarck zijn beslissend veto uitsprak.

napoleon-louis Keizer Louis Napoleon III ,1808 - 1873 (de jongste zoon van Lodewijk Napoleon)

De Luxemburgse kwestie ontstond in het najaar van 1866 over de politieke status van het Groothertogdom Luxemburg, dat sinds het Congres van Wenen (1815) het persoonlijk bezit van het Huis van Oranje was en door de Nederlandse koningen werd geregeerd in personele unie met Nederland.

Sinds Pruisens overwinning in de oorlog met Oostenrijk (1866) maakte Napoleon III zich zorgen over het Europese evenwicht, dat hij hersteld wenste te zien door de toevoeging van Luxemburg aan Frankrijk. De uitgesproken francofiele Nederlandse Koningin Sofie, echtgenote van Koning Willem III, en haar oudste zoon Willem steunden dit denkbeeld. In het algemeen zagen veel Nederlanders, die door de opgang van Pruisen vreesden voor het voortbestaan van Nederland, wel wat in de Franse plannen.

Op 28 maart 1867 overhandigde kroonprins Willem aan Napoleon III, namens zijn vader koning Willem III, een schriftelijke verklaring van afstand en op 31 maart 1867 keerde hij in Den Haag terug met volmacht aan de daar geaccrediteerde Franse gezant Baudin om het koopcontract namens de keizer te tekenen, mits een vertegenwoordiger van de Luxemburgse Statenvergadering zou meetekenen. De daartoe aangewezen diplomaat, Tornaco, talmde echter.

Inmiddels had Bismarck de publieke opinie in Duitsland tot heftige protesten aangezet; hij lokte een interpellatie in de Rijksdag op 1 april 1867 uit en droeg, vermoedelijk er van uitgaand dat inmiddels de koopakte getekend was, de Pruisische gezant te Den Haag, graaf Perponcher, op de Nederlandse regering te laten weten dat de verkoop een aanleiding tot een oorlog zou worden. Onmiddellijk nam minister van Buitenlandse Zaken, Graaf Van Zuylen van Nijevelt, een voorstander van de verkoop, het initiatief tot een conferentie van de mogendheden over de status van het Groothertogdom, die van 7 tot 11 mei 1867 in Londen plaatsvond tussen Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland, Oostenrijk, Pruisen en Nederland. Dit resulteerde in een verdrag waarbij o.a. Luxemburgs neutraliteit werd gegarandeerd.

Echter bij de begrotingsdebatten van najaar 1867 slaagde Van Zuylen er niet in het gevolgde beleid en met name de buiten de Staten-Generaal om aangegane internationale verplichting ten opzichte van Luxemburg aannemelijk te maken; de regering had zich buiten deze kwestie moeten houden, omdat zij daar niets mee te maken had.

Op 26 nov. 1867 werd de begroting van Buitenlandse Zaken verworpen, wat de zeer boze koning Willem III deed besluiten tot kamerontbinding.

De nieuwe Tweede Kamer keurde bij motie-Blussé van Oud-Alblas de ontbinding af en verwierp de betrokken begroting op 28 april 1868, waarop het ministerie aftrad.

De Luxemburgse kwestie heeft grote invloed gehad op de ontwikkeling van het Nederlandse parlementair stelsel. Met betrekking tot de verhouding tussen Kamer en regering ontstonden nu de volgende regels:

1. Ministers moeten het vertrouwen genieten van het parlement

2. Met gebruikmaking van het budgetrecht kan het parlement ze tot aftreden dwingen

3. Van zijn recht om ministers te benoemen of te ontslaan kan de Koning slechts gebruik maken indien de meerderheid van het parlement daarmee akkoord gaat.

4. De regering kan in geval van conflict één of beide Kamers ontbinden; indien echter de nieuwe Kamer bij het standpunt van de oude blijft, dan moet de regering toegeven.

Napoleon III wachtte ook tevergeefs op een territoriale compensatie voor zijn neutraliteit in de Pruisisch-Oostenrijkse oorlog van 1866, zie onder Saksen.

Hij poogde, eveneens tevergeefs, een Belgische spoorwegmaatschappij te kopen. Hier stuitte hij op een afwijzing van Engeland, dat Napoleons initiatieven inzake België wantrouwde. Zijn politiek met betrekking tot de Spaanse troonsvacature, leidde tot de oorlog tegen Bismarck en daarmee kwam het militaire debacle, dat resulteerde in het smadelijk einde van zijn keizerrijk. De Krim oorlog was de eerste grote oorlog sinds 1815. Een oorlog die overbodig was en gemakkelijk voorkomen had kunnen worden. Kort samengevat: de Turkse regering had in 1852 toegegeven aan Napoleons eis om erkend te worden als bescherm heer van de heiligge plaatsen in Jeruzalem.

Terug