nederlands papiergeld. Detector vondtsen van munten in goud, zilver, koper, en brons

nederlands papiergeld. Papieren goudgulden

Nederlands papiergeld

Nederlands papiergeld, vondsten van gouden en zilveremunten en van papiergeld Heavy news
Metal $$$$ money $$$$ became $$$$ paper
Goldfinger here is y that’s of mister Goldfinger tja la la -- and so one that song money makes the men he dude ------ paper money became the presents in the world around 1640 they started the first banking business --- me I have me money please........ Some over time money bills from different countries.

Ongeveer in 't jaar 1640 werd ons huidige papiergeld geboren. Na vele omwegen en hervormingen daaromtrent van dat boven genoemd jaar starte de locale smid met een stevige kluis in huis de 1e bank was geboren. Vanaf dat moment ging het geld $$$ sneller rollen $$$

Papieren Goudguldens

Fiduciair geld is geld dat zijn waarde niet ontleent aan de materie waaruit het gemaakt is (zoals gouden en zilveren munten), maar aan het vertrouwen dat we er goederen en diensten mee kunnen kopen. De monetaire overheid heeft tot taak ervoor te zorgen dat de geldhoeveelheid die in omloop is niet te veel uit de pas loopt met de hoeveelheid beschikbare producten en diensten die in de samenleving wordt geproduceerd. Wordt er teveel papiergeld gedrukt, dan treedt er inflatie op.

De overheid zorgt ervoor het vertrouwen in het fiduciair geld in stand te houden doordat zij het accepteren ervan verplicht stelt dit geld als middel erkent om belastingschulden mee te vereffenen en erop toeziet dat er niet te veel van dit geld in omloop wordt gebracht. Fiduciair geld is niet alleen papiergeld, het kan ook giraal geld zijn, geld dat uitsluitend op bankrekeningen bestaat.

Geschiedenis

Het fiduciair geld begon met wissels die door een bankier aan goede cliënten werden verstrekt, waarmee zij bij een aan hem gelieerde bankier in een andere stad een bepaalde hoeveelheid gouden of zilveren munten konden krijgen. Deze papieren maakten het overbodig om op reis te gaan met grote hoeveelheden metaalgeld, die gemakkelijk konden worden gestolen. (Met wissels gaat dat niet als zij op naam van een bepaalde persoon staan). Op den duur begonnen wissels bij grote transacties het metaalgeld grotendeels te verdringen.

Een stap verder is dat er van overheidswege papieren worden uitgegeven, een soort wissel "aan toonder", op grond waarvan een door de staat daartoe gemachtigde bank "aan toonder" een bepaald bedrag in gouden munt betaalt. De Bank van Amsterdam begon hiermee vroeg in de 17e eeuw. De praktijk leerde dat, zo lang de reputatie van de bank niet geschokt werd, deze biljetten vaak van de ene particuliere persoon aan de andere werden overgedragen en dat de houders ervan zich maar betrekkelijk zelden tot de bank wendden om betaling in specie te krijgen.

De "Bank of England" kreeg in 1688 machtiging om papieren geld uit te geven. In ruil daarvoor financierde hij een deel van de Engelse staatsschuld. De Bank of England zorgde er wel voor dat er niet te veel papiergeld werd uit gegeven, zodat het vertrouwen behouden bleef.

Een experiment met papiergeld in Frankrijk in 1719 en 1720, waar de Schotse bankier John Law van de Regent machtiging kreeg tot het uitgeven van papiergeld liep echter minder goed af. Ook de assignaten die de Franse Republiek in de jaren van de revolutie uitgaf, verloren spoedig een groot deel van hun waarde. Dit soort negatieve ervaringen vertraagden de opmars van het fiduciair geld aanzienlijk.

De initiatieven tot het uitgeven van fiduciair geld bleven echter aanhouden. Een economisch bestel met alleen gouden en zilveren munten kent namelijk grote problemen. De aanwezige hoeveelheid edel metaal is doorgaans onderhevig aan vrij grote schommelingen en perioden van "geldtekort" waren niet zeldzaam. Dan was het handig als er een flinke hoeveelheid (betrouwbaar) papiergeld kon worden uitgegeven. Ook vergemakkelijkte de uitgave van papiergeld de financiering van overheidsuitgaven in crisistijd en van grote investeringsprojecten (spoorwegen, kanalen e.d.).

In de 19e eeuw bleef het papiergeld nog steunen op een garantie van betaling in gouden munt (met de goudstandaard). In de 20e eeuw werd de betekenis van de gouddekking steeds geringer, zodat ons geld tegenwoordig volledig fiduciair geworden is. Het muntgeld is natuurlijk al heel lang in omloop, de Romeinen hadden hun munten al. Papiergeld bestaal al wel ruim 1000 jaar, maar is gedurende deze periode heel plaatselijk in gebruik geweest. Het was in het begin van de 17e eeuw dat binnen Europa het eerste papieren geld zijn intrede deed.

Algemeen

De Nederlandsche Bank betaalt aan toonder…..Deze tekst stond geschreven op de Nederlandse bankbiljetten die als eerste gebruikt werden, wat aangeeft dat deze biljetten niets meer of minder waren dan een doodgewone schuldbekentenis.

Geschiedenis

Het waren de Chinezen die ruim 1000 jaar geleden het papiergeld introduceerden. Vreemd is dit natuurlijk niet, want het waren ook de Chinezen die het eerst papier wisten te maken. Het Chinese papiergeld had een vaste handelswaarde. Pas rond 1700 kwam in Zweden het eerste Europese papier geld van de pers.

Het papiergeld ging de geschiedenis in als wissels, deze werden door bankiers verstrekt aan zeer goede cliënten. Zij konden deze wissels meenemen op hun reizen en bij een gelieerde bankier elders in het land inwisselen. Dit was een veilige manier van reizen, want overvallers hadden niets aan een wissel. Deze stond namelijk op naam en was door deze persoon alleen te verzilveren.

Rond 1640 is het de Bank van Amsterdam, die als eerste verhandelbare certificaten op de markt brengt. De eerste vorm van papiergeld op de Nederlandse markt was de kartonnen dollar, die al in 1572 door de stad Leiden werd uitgegeven.

De naoorlogse bankbiljetten zijn ontworpen door R. Oxenaar en J. Druipsteen. Portretten van enkele bekende Nederlanders sierden deze biljetten, tot zij door de snip ( fl. 100,--) of de vuurtoren (fl. 250,--) werden vervangen. Joost van den Vondel stond tot 1988 op het fl. 5,-- biljet en Jan Pieterszoon Sweelinck sierde het fl. 25,-- biljet.

Hoe wordt papier geld gemaakt

Koninklijke Johan Enschedé maakt sinds 1814 het Nederlandse papiergeld.
Het maken van papiergeld is een heel speciaal klusje, eerst wordt er speciaal papier gemaakt, waarop goed een afbeelding op, en een watermerk in past. Het papier dat voor bankbiljetten gemaakt wordt bestaat uit de buitenste vezels om de zaadcapsules van de katoenplant. De gele kleur wordt gebleekt met waterstofperoxide.

Op de persen is een plaatje gegraveerd, de rollen papier worden door de persen heen gehaald, waarbij de echtheidskenmerken op het papier worden overgebracht. Grote vellen met bankbiljetten rollen de persen uit, worden op fouten gecontroleerd, gesneden, gebundeld en naar de Nederlandse bank vervoerd.

Ontstaan van het papiergeld

De eerste vorm van papiergeld op de Nederlandse markt was de kartonnen dollar, die al in 1572 door de stad Leiden werd uitgegeven.” = heel erg fout! : Het papieren geld van Leiden in 1574 (!!!) door de belegerde stad uitgegeven was noodgeld, uit gebrek aan ander materiaal (metaal) gemaakt van papieren rondjes gestanst uit oude boeken en daarna op dezelfde manier als een metalen munt -met stempels- geslagen en daarna gebruikt.
Het zijn dan ook munten van papier en geen papiergeld... Twee: “kartonnen dollar” ooit gehoord van een Nederlandse dollar in de 16e eeuw? Het waren guldens en kwart guldens die van papier gemaakt werden... geen "dollars". Op internet is genoeg te vinden over dit Leidse noodgeld uit 1574, ik begrijp dus niet waarom er op een website die kennis wil verspreiden zo'n ontzettend “domme” fout gemaakt kan worden...





 Terug