Penninkje Godebald van Utrecht 1128

Penninkje van Godebald van Utrecht (Trajectum) 1128 Anno Domini.

Oostveen was een veengebied ten noorden van de stad Utrecht, ten zuiden van 't Gooi en ten westen
van de Utrechtse heuvelrug.In dit veengebied bevond zich ook een nederzetting met dezelfde naam.
Dit werd later Maartensdijk genoemd. Oostveen maakte deel uit van het veengebied dat vanaf de
(Utrechtse) Vecht van west naar oost bestond uit de volgende gebieden Breukeleveen, Tienhoven,
Maarsseveen, Westbroek, Achttienhoven en Oostveen. Oostveen werd ook wel aangeduid als
De Oostveense landen.

Het ontstaan van bovengenoemde gebieden was pas mogelijk toen op initiatief van Bisschop
Godebald van Utrecht (1114-1127) de Kromme Rijn bij Wijk bij Duurstede in 1122 liet afdammen.
Diezelfde bisschop Godebald gaf daarna onmiddellijk na de omleiding van het water van de
Kromme Rijn ontginningscontracten aan 'copers' (ontginners) die het woeste land definitief droog
moesten maken; daar hoorde ook Oostveen toe.

De oudste nederzetting in het gebied was Voordorp. In 1451 werd de kapel van Voordorp vervangen
door een nieuwe met een geheel blauw interieur. De kapel werd daarom de Blaue Capel genoemd.
Langzamerhand werd de naam Blauwkapel voor het hele dorp gebruikt en verdween de naam "Voordorp".

Vanaf 1164 tot 1795 was Oostveen een gerecht. In 1795 maakten de gerechten plaats voor municipaliteiten en
vanaf 1813 voor gemeente. In 1811 werd de gemeente Oostveen qua naam vervangen door Maartensdijk.
Tot ver in de negentiende eeuw werd de gemeente Maartensdijk als Oostveen aangeduid. Deze gemeente
besloeg het hele gebied tussen Utrecht en Hilversum en was lange tijd de grootste gemeente van Nederland
(ca. 20 km. bij 5 km.). Een fietspad met de naam het "Oostveense pad" herinnert nog aan de oude naam
van dit gebied. Het loopt ten zuiden van Maartensdijk naar bos Voordaan, richting Groenekan en loopt
evenwijdig aan de snelweg A27.



 Terug