romeins beeldje

Romeins Bronzen Beeldje

A bronze Roman statue.

Romeinen...

Toen de Romeinen in de 1e helft v.d. 2e eeuw voor Christus Griekenland Veroverden. Liep ook deze laatste bloeiperiode ten einde. Soms langzaam zoals in Pergamon, soms snel en gewelddadig zoals in Corintie. De culturele invloed van de Grieken in de Romeinse wereld was echter zo groot dat de Romeinse dichter Horatius zich afvroeg wie nu de overwonnenen waren.

De mysterieuze Jozef...

Hoewel de evangeliën verrassend zwijgzaam blijven over Jozef van Arimatea, als men de levensbelangrijke rol die hij bij de kruisiging speelt in aanmerking neemt----en de rol die hij daarvoor al moet hebben gespeeld-----is het door wat hij in dat laatste uur onmiddellijk voor de zonsondergang op de eerste ‘Goede Vrijdag’ deed, dat we in staat zijn onze man op te sporen………met verbazingwekkende resultaten!

Er wordt ons verteld dat deze Jozef een rijk man was en een lid van de machtige Joodse Sanhedrin of regering ( Joods gerechtshof/raad eigenlijk )-------wat hem een man met status doet zijn----en toch, terzelfder tijd was hij ook nog eens één van Jezus’ geheime discipelen. Zelfs dit schamele beetje bevat schokkende informatie en zorgt voor twee vragen die, voorzover bekend, nooit bevredigend zijn beantwoord. Niet door de kerk of wie dan ook.

Hoe was het mogelijk dat deze man een soort van discipel van Jezus was terwijl die juist zo’n punt maakte van het onvermogen der rijken het Koninkrijk Gods binnen te gaan?

Nogmaals, als Jezus ‘missie’ werkelijk zo onschuldig was als men beweert dat hij was, waarom was het voor Jozef van Arimatea dan nodig om zijn steun aan hem en de zaak geheim te houden?

Een andere vraag die een antwoord verlangt is waarom de vermogende, belangrijke, man die zich drie jaar lang----afhankelijk van hoe lang Jezus’ missie heeft geduurd----duidelijk als een spion gedroeg, en die dus de Joodse regering verraadde, zich opeens bekend maakt en hierbij zowel zijn rijkdom als zijn leven in gevaar brengt terwijl Jezus nota bene, schijnbaar en officieel, dood was en Jozef niet meer van verdere betekenis voor hem kon zijn.? Was het uit respect voor een dode leider? Of was het uit medeleven voor zijn nog steeds levende koning?

Tot het moment dat de zon onderging had hij de uiterste moeite ondernomen zijn betrekkingen tot Jezus te verbergen en nu het moment aanbrak dat hij niet langer een levende man kon dienen maakt hij zichzelf bekend door een ogenschijnlijk zinloze daad die niet enkel in strijd was met de Joodse Wet maar wat een snelle en woeste vergelding van het Sanhedrin tot gevolg zou hebben.

En waarvoor? Enkel maar om een man die niet meer van interesse kon zijn een fatsoenlijke begrafenis te geven?

Bedenk wel dat het eigenlijk Jozef was die samen met zijn makker Nicodemus-----ook zo’n geheime discipel die mogelijk een lid was van het Sanhedrin----opmerkelijk genoeg Jezus’ lichaam van het kruis afhaalden, in plaats van de Romeinse beul wiens taak dat eigenlijk was. Het was niet zo dat zij slechts het lichaam in ontvangst namen nadat het ervan af was gehaald, maar het waren zijzelf die dat letterlijk deden! Waarom?

Was dat soms zo omdat de beul dan niet zou ontdekken dat Jezus nog leefde?

Bedenk dan gelijk dat het deze twee waren die de groep aanwezige vrouwen van Jezus’ familie opzij schoven-------wiens traditionele taak het eigenlijk was om het lichaam voor te bereiden op de begrafenis-----en zichzelf zo toebedeelden met wat eigenlijk vrouwenwerk was. Was dat voor precies dezelfde reden?

Het feit dat ze zelfs het lichaam maar aanraakten betekende dat zij zich moedwillig verontreinigden en dat ze zichzelf, een uur voordat de Pasen begon, ceremonieel onrein maakten waardoor hun deelname aan het Heilige Paasfeest onmogelijk werd. Maar dit scheen hen niets te kunnen schelen, evenmin als het feit dat nu ze zichzelf bekend hadden gemaakt ze mogelijk in gevaar konden komen.

De meest gedurfde handeling van Jozef van Arimatea----tenzij dit ook reeds van tevoren was geregeld-----was het om naar de Romeinse procurator te gaan en om het lichaam te vragen. Hun gesprek werd in het Grieks gevoerd en de beschrijving van deze gebeurtenis werd eveneens in het Grieks geschreven----Jozef had de onbeschaamdheid om Jezus’ levende lichaam te vragen (soma) waarna Pilatus hem corrigeerde en over het dode lichaam (ptoma) sprak. Hoewel het duidelijk is dat hij ervan af moet hebben geweten dat het slechts een schijnvertoning was, of hij moet het tenminste hebben vermoed, wendde hij zich tot een centurion die met Jozef van het kruis vandaan was gekomen ( Mogelijk de Romeinse soldaat Longinus, van deze wordt eveneens beweerd dat hij een sympathisant van Jezus was ) en nadat hij zich verbaasd erover had uitgelaten dat Jezus zo snel was gestorven vroeg hij de centurion of hij wel echt dood was. Hierover gerust gesteld door de centurion, die ook erg goed in het tellen van extra denarii moet zijn geweest, gaf Pilatus Jozef toestemming ………… en het grote plan kon verdere voortgang vinden!

Ons wantrouwen over dat er wel iets aan de hand moet zijn geweest wordt gesterkt door het feit dat de Joodse Wet het gebood dat niemand anders dan een specifiek daartoe aangestelde------vrouwen uitgezonderd want die telden niet mee------ een dood lichaam aan mochten raken. Daar kwam dan ook nog eens bij dat die Wet bepaalde dat wie er was gekruisigd op een schaamtevolle wijze de dood had gevonden en voor altijd door God was vervloekt ……. zoals Jezus, de zogeheten Zoon van God. Dus iedere Jood die het lijk aanraakte zou op een zelfde wijze zijn vervloekt.

Door dit alles mag men er gerust van uitgaan dat Jezus helemaal niet dood was.

De Joden hadden zo’n afgrijzen voor zulke dingen dat de volledig desolate familie van zo’n slachtoffer onaangedaan kon toezien hoe de beul het lichaam verwijderde en het in een wagen kieperde om weg te worden gebracht naar de Gehenna, waar het aan de vlammen of de straatdieren van Jeruzalem werd overgeleverd.

( Wikipedia zegt hierover: Gehenna is een Grieks woord dat in het Nederlands wordt vertaald als hel, is afgeleid van de naam van het smalle, rotsachtige Dal van Hinnom (Hebreeuws: Gej Hinnom, een afkorting van ??? ?? ?????, Gej Ben-Hinnom, het dal van de zonen van Hinnom), ten zuiden van Jeruzalem. Tijdens het koningschap van Salomo werd in de vallei Moloch vereerd met het brengen van kinderoffers onder zang en dans. (1 Koningen 11:7). Het betrof hier eerstgeboren kinderen die levend in het vuur werden geworpen, terwijl de priesters masturbeerden. In de Bijbel werd dit een gruwel genoemd en werd gezegd dat de HEER woedend werd op Salomo en hem vervloekte. De details werden echter niet opgeschreven, maar zijn bekend van de geschiedschrijving van de Ammonieten. Om die reden werd het later de plaats waar vuilnis werd verbrand. Afval, vuil en lijken van dieren en verachte misdadigers werden geworpen in het vuur van gehenna, ofwel het Dal van Hinnom. Gewoonlijk werd al wat in dit dal werd geworpen door vuur vernietigd, volledig opgebrand. Het vuur werd dag en nacht brandend gehouden met behulp van fosfor en de geur was van verre te ruiken. )

Geen hand werd er dan door de levenden uitgestoken om een gekruisigde een fatsoenlijke begrafenis te geven……wat de handeling van Jozef van Arimatea enkel maar des te opmerkelijker maakt tenzij ….


Als Jozef zijn verzoek aan Pilatus heeft gedaan op de wijze zoals de evangeliën het vermelden, dan had de gewiekste Pilatus-----die heus wel genoeg afwist van de gebruiken der Joden----hem direct gevraagd:”Waarom? Wat betekent deze man voor u?”

En wat zou daarop het antwoord zijn geweest?

De enige uitzondering die de Joodse Wet kende betreffende het verbod dat geen enkele mannelijke Jood een lijk aan mocht raken-----en al helemaal niet het lijk van een gekruisigde----was dat het ’t slachtoffers meest na staande, oudste, familielid wel werd toegestaan.

Is dit dan de verklaring? Toen Jozef en Nicodemus het lichaam van Jezus aanraakten, braken zij ofwel de wet of ze deden dit niet. Als zij dit niet deden betekent dit dat Jezus niet dood was, of dat ze nauw aan hem verwant waren en hierdoor gekwalificeerd om een uitzondering op de Joodse Wet te maken. Daar tegenover gesteld, als zij niet verwant waren en dus geen uitzondering vormden dan kan de enige verklaring ervoor zijn dat zij niet de Wet overtraden het feit dat Jezus niet dood was!

Natuurlijk kan er geen reden voor bedacht worden waarom ze niet zowel verwant aan Jezus kunnen zijn geweest als dat Jezus tevens nog in leven was!

Als zij aan hem verwant waren, op wat voor wijze zou dat dan zijn geweest? Het enige wat daar met zekerheid over kan worden gezegd is dat het noodzakelijk zeer nauw moet zijn geweest. Nicodemus kan nu echt niet meer achterhaald worden, door de afwezigheid van andere aanwijzingen. Zijn veronderstelde Griekse naam weet hem zeer effectief voor altijd verborgen te houden. Maar hoe zit dat met Jozef van Arimatea?

Nou, we kennen hem heel wat beter dan de evangeliën laten blijken----of willen toegeven-----en er zit nog meer informatie aan te komen.

Neem deze man nu eens in ogenschouw. Rijk, machtig en met goede connecties waardoor hij makkelijk gehoor vindt bij de Romeinse procurator van Judea en hij is, vrijwel zeker, de eigenaar van een zeer goed lopende Tuin die ‘Golgeth’ heet en waar men vluchtige oliën produceert. Dit alles suggereert een Hasmoneese afkomst en deze gedachte krijgt extra versterking door Lucas 23:50-52 waarin over Jozef staat:

“En zie, een man genaamd Jozef, die Raadsheer was, een goed en rechtvaardig man - deze had niet ingestemd met hun raad en bedrijf – van Arimatea, een stad der Joden, die het Koninkrijk Gods verwachtte, deze ging naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus.”

En hiermee lijkt het zonder twijfel dat hij inderdaad van de Hasmoneese clan was. De verwijzing naar hem in Lucas kan enkel maar betekenen dat hij eveneens een Messianist was, wat een tamelijk duidelijke en beknopte omschrijving van de Hasmoneeën betrof, die veel zei in weinig woorden.

Het gegeven dat een Hamoneeër ‘in de handel’ zat is niets anders dan een herformulering van de historische feiten. Flavius Josephes----die zelf een Hasmoneeër was----weet ons te vertellen dat toen Herodes de Grote zeventig jaar daarvoor hun troon stal deze ook een groot deel van hun onroerend goed ‘erfde’, inclusief een goed lopende balsemtuin in de buurt van Jericho. Uit dit kan men concluderen dat de Hasmoneeën een aardige oliebusiness hadden opgezet. De vijandigheid die er bestond tussen Josephes en een man die Johannes van Gischala heette---een andere Hasmoneeër----was te wijten aan de jaloezie van de historicus op de listige Johannes die een monopoliepositie op de olijfoliebusiness in heel Galilea bezat. Als het al niet over geheel Judea ( Palestina dus ) was., en daarvan kon incasseren.

Wat Herodes’ geërfde extraatje waard moet zijn geweest wordt aangegeven door wat er gebeurde toen Marcus Antonius het van hem af nam om de hebberige en wellustige Cleopatra tevreden te stellen. Herodes zag er niet tegenop het van haar terug te huren voor een jaarlijkse huurprijs van 200.000 Euro….waardoor men vast mag stellen dat het een aardig opstekertje