fallushanger

fallushanger

Fallushanger

The talisman
One naked bronze gold plated barbarian man with a big cock
for taming the flames in Rome in 64 AD.
(Nero’s flames.)
approx. 1st - 4th century AD.
Size: bronze statue total length 35 mm.
The water canon 20 mm.

De talisman:
Verguld beeldje van naakte man met hangoogje en met grote fallus Nederlands – Romeinse tijd.
Waarschijnlijk 4e eeuws.
Lengte beeldje: 35 mm.
Lengte fallus: 20 mm.

Wind-Water en Vuur

Toen Promentheus het vuur haalde van de Olympus, was het zijn bedoeling de mensheid welbehagen te brengen. Inderdaad ontvingen de mensen warmte van het vuur. Maar het vuur bleek ook te kunnen omslaan in brand. De geschiedenis laat hiervan enkele desastreuze voorbeelden zien. Hele steden brandden soms tot de grond toe af. Een bekend voorbeeld, ten tijde van keizer Nero, is de brand van Rome, die zes dagen achtereen voortwoedde. Tegenwoordig komen, althans in woongebieden, geen branden van een dergelijke omvang meer voor. Met allerlei moderne middelen en voorschriften worden branden niet alleen bestreden, maar ook voorkomen. De brandbestrijding heeft zich in de loop der eeuwen ontwikkeld van de menselijke keten die emmers water doorgeeft, tot de moderne sprinklerinstallatie. Met al het menselijke vernuft behoren branden niet tot het verleden. Zolang er vuur bestaat, dat net als water en lucht een voorwaarde is voor het voortbestaan van de mensheid, zullen er af en toe branden uitbreken. Dat is een dagelijks risico waarmee wij hebben leren leven. Het verschil met onze voorvaders is, dat wij het risico van brandgevaar kunnen dekken.

Voorkomen is beter dan blussen

Toen Rome in 64 n. Chr. voor een groot deel was afgebrand, liet keizer Nero een nieuwe stad aanleggen met prachtige gebouwen. Om te voorkomen dat er een nieuwe brand uitbrak, werden er strenge voorschriften opgesteld. Voor zover bekend was dat het eerste voorbeeld van wat wij tegenwoordig brandpreventie noemen. Het is ook een van de slechtste voorbeelden ervan: nog geen zestien jaar later werd Rome voor een tweede keer door een grote brand getroffen, die ditmaal 'slechts' drie dagen aanhield. Uit eigen land dateren de eerste brandpreventiemaatregelen nog net uit de veertiende eeuw. In 1399 vaardigde Amsterdam, toen nog een handelsnederzetting in opkomst, een zogenaamde brandkeur uit. Hierin stond beschreven wat menmoest doen bij brand, waar het materiaal lag om de brand te blussen, en welke straffen er stonden op het overtreden van de keur. Deze straffen logen er over het algemeen niet om.

Het ALLER eerste brandweerkorps

De Romeinen hebben ons veel verteld over de manier waarop zij branden bestreden. Zo weten we dat keizer Augustus een brandweerkorps in het leven had geroepen, bestaande uit zeven zgn. cohorten van elk duizend man. De middelen die deze brigade ten dienste stonden waren primitief: emmers, bakken, potten en pannen. Toch moeten we deze dienst beschouwen als de eerst georganiseerde vorm van brandbestrijding. Het blussen van branden met al het vaatwerk dat maar voorhanden ligt, bleek een weinig efficiente methode, die om verbetering vroeg. De Romeinse schrijver Vitruvius bericht ons dat het de Griek Ktesibios (ca. 120 v. Chr.) was die de brandspuit uitvond. Diens uitvinding, of wat er althans van over was, is opgegraven in het Italiaanse Bolsena, en wordt thans tentoongesteld in het British Museum te Londen. Het opmerkelijke is dat Vitruvius, als tijdgenoot van keizer Augustus, niet meldt of de Griekse uitvinding door het pas opgerichte brandweerkorps werd toegepast.



 Terug