haaientanden

Haaientanden

Some very old fossel sharkteeth. For more than 9 miljon years he lost a couple unterwater of the atlantic ocean. Also the fosselstonearms from the just as old octopus.

M'n zoekmaat en tevens webmaster en ik hadden 'n dag uit gekozen om bij ons in 't zuiden. In een zandopgraving eens te gaan kijken in de buurt van het Brabantse plaatsje Mill wat er niet allemaal Van zo een zandzuiger omhoog gehaald word. Dus met een zeef en een schop in de aanval die dag met als resultaat verschillende fossielen, haaientanden en versteende tentakels van een 15 miljoen jaar geleden zwemmende inktvis. Tevens wat andere opgespoten zeer oude prehistorische attributen.

DE MEGALODON EN Z'N BEK VAN 2 METER DOORSNEE VOL MET SNIJTANDEN

De meest legendarische haai is ongetwijfeld Megalodon (Grieks: mega = groot, lodon = tand, of Grote Tand). Deze haai, die in het Boven-Krijt verscheen, domineerde de gematigde zeeën van de wereld vrijwel zonder vijanden; tussen 25 en 10 miljoen jaar geleden kwam hij het meest voor en kon een lengte bereiken van 15 meter. Het is de voorouder van de huidige witte haai. Megalodon carcharokles kon zijn enorme bek tot 2 meter opensperren, hij kon gemakkelijk een heel gezin verzwelgen. Megalodon joeg voornamelijk op walvisachtigen. Toen was zijn prooi vele malen groter dan nu voor zijn nazaten het geval is, dus hij moest wel zo groot worden. Zijn jachttechniek was vermoedelijk, zoals nu bij de huidige witte haai, met grote kracht van onder aan te vallen. De prooi was dan zo gehavend dat hij zo goed als dood was. Meestal beet hij eerst de staart eraf.

Tot vandaag de dag worden er regelmatig fossiele tanden gevonden van Megalodon; de rest van het kraakbeenskelet is vergaan. Zijn vrij grote tanden zijn zeer kenmerkend (piramidevormig) en ze zijn nog vlijmscherp.

VAN OUDS HER ZOEMDEN OOK DEZE BEESTJES, VELE ATEN DE KLEVERIGE BREI.(zie foto boven, goed kijken!)

DE HONINGBIJ (Apis mellifera L.)
Honingbijen behoren, samen met de hommels, wespen en mieren, tot de vliesvleugelige insecten. Net als de hommels en mieren en een aantal wespensoorten, zijn het sociale insecten, dat wil zeggen dat ze in kolonies leven. Het onderscheid tussen honingbijen, hommels en wespen is niet voor iedereen altijd even duidelijk. De meestal donker gekleurde, dikke, behaarde zoemers die in de zomer van bloem tot bloem vliegen zijn hommels. Wespen zijn overwegend geel met een zwarte tekening op het slanke, onbehaarde achterlijf en zijn herkenbaar aan de duidelijk zichtbare ‘wespentaille’. Ze komen vooral in de nazomer in grote aantallen voor en zijn tijdens hun zoektocht naar alles wat zoet is veel hinderlijker dan hommels en honingbijen. Bijen zijn kleiner dan hommels, ook donker gekleurd, soms met lichtere strepen, licht behaard en vrij schuw. Zolang zij voedsel in de bloemen kunnen vinden, komen zij niet op zoetigheid af, maar beperken zich tot bloemen. Ze komen zelden in de huiskamer.

HET BIJENVOLK
In de zomer bestaat een gezond bijenvolk uit één eierleggende koningin, 30 tot 60 duizend (vrouwelijke) werkbijen en enkele honderden (mannelijke) darren. De koningin legt van december tot oktober eitjes, in het hoogseizoen tot wel 1.600 per dag. Zij kan zelf bepalen of een eitje bevrucht wordt of niet. Uit de bevruchte eitjes ontstaan werkbijen, uit de onbevruchte eitjes darren (de mannetjes). De werkbijen leggen onder normale omstandigheden geen eitjes. Als het volk echter haar koningin verliest en er is geen mogelijkheid om een nieuwe koningin te kweken, gaan de werksters onbevruchte eitjes leggen, waaruit darren (mannetjes) ontstaan. Als woning is elke holte geschikt, de bijen bouwen daarin zelf raten met zeshoekige cellen die worden gebruikt als broedkamer en opslagruimte voor honing en stuifmeel. Een imker houdt de bijenvolken in houten kasten of in strokorven (dit laatste vooral vroeger).

BIJENHOUDEN ALS HOBBY
De tijd van de romantische bijenteelt in strokorven is voorbij. Tegenwoordig worden bijen gehouden in meerdelige houten of kunststof kasten. Het voordeel van kasten is dat de imker zijn volken gemakkelijker kan controleren. De raampjes kunnen er worden uitgehaald om de honing te oogsten en om ziekten en plagen van de bijen te bestrijden. Het is in Nederland nagenoeg niet mogelijk van de bijenteelt te leven, maar als de imker het goed doet, kan het imkeren een aardige hoeveelheid honing opleveren en hoeft de hobby geen geld te kosten.

HET NUT VAN DE HONINGBIJ
Honingbijen leveren was en honing. Hoe meer bijenvolken een imker er op na houdt en hoe meer honing hij kan oogsten, hoe meer hij kan verkopen. Dat is het directe nut van bijen. Bij het verzamelen van nectar en stuifmeel vliegt de bij van bloem naar bloem. Een deel van het stuifmeel blijft hierbij aan het behaarde lichaam en de pootjes kleven en zorgt voor de bestuiving van een volgende bloem. Doordat bijen 'bloemvast' zijn, ze vliegen op de bloemen van één plantensoort zolang daar voedsel te halen is, zijn ze uitermate geschikt voor de bestuiving van appel, peer, pruim en kers, maar ook voor bramen, aardbeien en bessen. Vooral in kassen moeten bijen ingezet worden voor de bestuiving van paprika en tomaten en bij de zaadteelt. De toegevoegde waarde van land- en tuinbouwgewassen als gevolg van de bestuiving door honingbijen wordt geschat op ongeveer 18 miljoen Euro per jaar. De honingopbrengst vertegenwoordigt een waarde van 4,5 miljoen Euro.

NATUUR EN MILIEU
Bijenhouden is een echte natuurhobby: voor het imkeren ben je afhankelijk van het weer voor een goede honingoogst. Door het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en het voorkomen van monocultures in de landbouw, zijn veel andere bestuivende insecten uit ons milieu verdwenen. Hun taak wordt nu overgenomen door de honingbij, zodat bijvoorbeeld heesters in plantsoenen dankzij de bijen 's winters bessen dragen en er op die manier voor zorgen dat veel vogelsoorten in onze steden en dorpen kunnen overwinteren. Op hun manier dragen honingbijen dus bij aan de instandhouding van de flora en fauna.



 Terug