Romeinse haarnaald

Romeinse Haarnaald

Voorwerp: Romeinse haarnaald.
Afmeting: 13 cm.
Periode: 0 tot 400 n.Chr.

Roman hairneedle (complete)
Size: 5,12 inch
Period: 0 - 400 AD.

De haarnaald

De haarnaald stamt uit de 1e eeuw A.D en diende om gevlochten haren bij de vrouwen en bij diverse mannen bij elke stam of volk uit de Romeinse periode om deze haren vast te pinnen. Bij de vrouwen had deze haarpin cq. speld meerdere functies zoals een muts of kapje vast te pinnen. Ook denkbaar is om kledij, bv. een overdoek, op slot te zetten zoals men nu doet met een gewone hedendaagse knoop.

Haarspelden Deze z.g haarnaalden had je in vele varianten o.a de vroegste uitvoering en de simpele zoals bovenstaande van brons. Maar er waren ook de meer bewerkte vormen zoals gemaakt van zilver of van goud. Men had ze in vele varianten en ernaast zijn ze in verscheidene periodes in zwang geweest maar dan onder de volgende noemer: "de Hoedennaald cq. Speld" en je hebt ze nu nog in de 21e eeuw.

Hair needle dates from approx. the 1st century A.D and served to lock their braided hair for women and severall men in each tribe from the Roman period to these; Hairneedl the women had these hair pins to lock their braidet hair. These hairpins (hairneedles) had multiple functions like locking a hat or cap on their hairy heads with this hair needle. These so called hair needles come in many different linings, there are the more expensive, the sober bronze ones, and the more precious metals such as silver or gold. In many graves from the Roman period these hair needles where found next to the womans head.

Haarnaalden

Der haarstäbe stammt aus warscheinlich aus dem ersten jahrhundert nach Christi geburt und diente für die frauen irhe geflochtene hare vast su setzen oder su locken. Auch verschiedene Männer in jedem stamm oder volk aus der Römerzeit periode machten das selbe mit diese Römische haarstäbe.

Bei der vrouwen aus diese antieken periode setzste sie auch irhe hut oder them koph duch damit vast diese haarstab aus die Römerzeit gibt es in viele varianten die soberen und die luxeren und sie waren von brons gemacht oder andern metalen zoals siber oder gold.

Wat deden de Grieken en Romeinen aan haardracht?

Haardracht bij de vrouwen:
Tijdens de Republiek was het kapsel van vrouwen eenvoudig. Het haar werd in het midden in een scheiding gebracht en samengehouden door een simpele knot in de nek. Kapsels die meer versierd waren, werden beschouwd als ongepast voor getrouwde vrouwen. Later bonden vrouwen die in het huwelijk traden hun haren samen in zes grote delen met nieuwe linten en knoopten die vast boven op het hoofd. Van vrouwen die getrouwd waren hing het kapsel af van de mode op dat moment of de persoonlijke smaak. Jonge vrouwen droegen een paardenstaart of vlochten hun haren en brachten die vlechten samen achter op het hoofd. Soms werd het kapsel opgesierd met enkele krulletjes op het voorhoofd. Sommige vrouwen waagden het zelfs om enkele krulletjes te laten hangen langs de wangen. In de Augusteïsche periode werd het Republikeinse kapsel uitgebreid met een motief. Er werd een haarlok naar voren gekamd en samengebracht in een knot. Langzamerhand leggen vrouwen steeds vaker krulletjes in hun haren. Hiervoor werd de krultang gebruikt.

In de tijd van de Flavische keizers en tijden de regering van keizer Trajanus werd het kapsel van de vrouwen steeds indrukwekkender. Het haar werd in een halve cirkel opgemaakt en viel neer in talloze krulletjes. Door al deze krulletjes zag de vrouw er veel groter uit dan ze in werkelijkheid was. Zo zei Juvenalis hierover: "Frontaal zou je zeggen dat je een reuzin ziet, van achter ziet ze er veel kleiner uit."

Het kapsel van de vrouw was in de keizertijd nooit natuurlijk. De kapper krulde, verhoogde en zette elke haarpluk naar zijn wens. Hoe ingewikkelder het kapsel was, hoe mooier. Bij zulke kapsels werd ook vals haar gebruikt. Pruiken, pommades en verven werden veel bij vrouwen gebruikt. Vooral blond haar was erg gewild, dat werd in grote hoeveelheden uit Germanië ingevoerd tegen zeer hoge prijzen. Het ging zelfs zo ver, dat de bustes en portretten van vrouwen een pruik droegen. Zo kon ook het haarkapsel van een stenen portret zich aanpassen aan de mode van die dag en bleef het eeuwig jong en modieus. Pas vanaf de derde eeuw keerde men weer terug naar een natuurlijker kapsel, waarbij meestal het haar golfde en de oren bedekte.

Vrouwen lieten hun haar vaak verzorgen door speciale slaven, die kregen regelmatig klappen of een steek met een haarspeld als ze te ruw kamden of als het resultaat niet naar wens was. In één periode bestonden er verschillende haarkapsels, dit hing af van de leeftijd of de sociale positie van de vrouw. Bij vrouwen is het echter nooit de mode geweest om het haar kort te dragen. Spartaanse vrouwen lieten hun haren lang en los groeien. Maar op hun trouwdag, werden hun hoofden helemaal kaal geschoren.

Enkele bekende vrouwen met hun haardrachten:

- Agrippina Minor: overlaadde het hoofd met krulletjes en achteraan eindigde het haar in twee vlechten

Haardracht bij de mannen:

De oudste Romeinen hechtten weinig waarde aan het haarkapsel. Pas toen barbaren steeds vaker voorkwamen en betaalbaar werden, lieten de Romeinen hun haren knippen. De eerste keizers hielden het bij dezelfde korte haardracht. Sommige keizers waagden zich aan een uitbundiger haardracht, maar vanaf Marcus Aurelius was gemillimeterd haar het meest voorkomend. De haren werden alleen lang gedragen door vrije jongemannen en luxeslaven. Slaven voor zwaar werk werden kaal geschoren. Een (overdreven) modieuze man liet met friseertangen (krultangen) krulletjes in zijn haren leggen.

In de laat-Romeinse tijd werden de haren meestal plat op het hoofd, geknipt aan de uiteinden en rondom het gezicht gespreid gedragen. Aan de achterkant hingen de haren tot in de nek. Dit kapsel droegen ook de eerste christelijke keizers. Atleten hadden meestal kort haar, soms hadden ze zelfs het hoofd kaal geschoren.

Enkele bekende mannen met hun haardrachten:

- Romulus: had haren tot op de schouders
- Julius Caesar: kort, plat haar zonder krulletjes en met het voorhoofd en de nek bloot
- Keizer Augustus: liet zijn haren losjes over het voorhoofd hangen
- Marcus Aurelius: had gemillimeterd haar, dit werd toen ook de mode
- Alcibiadis: had lang, goed verzorgd haar

Haardracht bij de kinderen:

In de haardracht van peuters en kinderen bestond er geen verschil tussen jongens en meisjes. Dat is bekend door enkele beeldhouwwerken. Het was zelfs de gewoonte bij jongens om hun haren niet te knippen tot ze volwassen werden.

Haardracht tijdens een rouwperiode:

Als je in de rouw was, werd er vanuit gegaan dat je er vuil en slordig uitzag: verwilderde haren, borstelige baard en vuile kleren. De haren werden alleen lang gedragen door vrije jongemannen en luxe-slaven: slaven voor hard labeur werden kaal geschoren. Vrije volwassenen lieten hun haren meestal kort knippen en soms zelfs millimeteren. Fatjes lieten zich met friseertangen krulletjes leggen.

Hoofdbedekking:

Meestal hadden de Romeinen niets op hun hoofd. Als het regende, konden ze een kap opzetten en als ze lang in de zon zouden zitten, konden ze een hoed met een brede rand dragen, petasos. Deze hoed werd ook veel door mannen gedragen als ze op reis waren. Bij de Saturnaliën (het Romeinse carnaval) droeg iedereen zo’n muts. Deze muts werd ook bij de slaven opgezet als ze werden vrijgelaten. Ook was er een kegelvormige hoed, de pilos. Vrouwen droegen soms een hoofddoek of sluier.

De Grieken hadden ook meestal niets op hun hoofd, maar als ze op reis gingen droegen ze wel een vilten hoed. Deze had geen of een kleine rand. Of ze droegen een hele vilten hoed, deze was vaak laag, ondiep. Daarom zat er een riempje op de hoed om er zeker van te zijn dat de hoed op het hoofd bleef zitten, ook als het hard waaide of de hoed scheef stond.

Griekse vrouwen droegen geen hoeden. Wel gebruikten ze vaak een sluier, calyptra, welke ze neerlieten over hun gezichten als ze niet gezien wilden worden. Deze sluier was vaak gemaakt van transparante en zeer licht weefsel, als het de bedoeling was dat de sluier het hele gezicht bedekte. Vrouwen deden de sluier omhoog en liet het op hun hoofd neer als bescherming tegen de zon.







 Terug