insecten fibulae

Romeinse insecten fibulae


Several types of Dutch-Roman period bronze wings beast from a fly to a darr -----their was ones the seven plague called in Egypt and started by Moses and also under the new and fast growing Roman lands and inlands tribe population in Europe ---- and all over the world when the people for the first time going in to their plains or fields to plant the seeds of some vegetables into the ground like corn or weed or.... With this implantation of these things came many different types of insects and maybe these Roman treasures were to introduce them for the danger that you have with this flying beast in the fields and everywhere. You see many of these bottom findings in a shape of a fly or beast or an animal of the Roman time period. The people back than stood closer to nature as we do now today.

Sommige bodemvondsten uit vervlogen Nederlands-Romeinse tijden van bronzen vliegbeestjes insecten hier afgebeeld. Waaraan herinneringen zaten voor deze antieke mensen uit de zeer oude tijd om en om B.C.---A.D. Het is een gegeven toen men de aarde ging beplanten met sommige zaadjes waaruit planten ontsproten zoals maïs of de koren tarwevelden etc. etc. er ook talloze insecten gingen vormen en vermenigvuldigen om ooit tot plaag uit te groeien gingen dienen zoals Mozes ze ooit weg gaf aan de Egyptische koning. Deze insecten die men hierboven ziet hadden een tijdloze functie voor deze mensen, men wist wat voor habitat zij te weeg brachten en door er afbeeldingen van te maken kon men er bijvoorbeeld met ‘n afgebrand akkertje vanaf komen. Deze nieuwe aankomende boeren van daar dit evenbeeld van sommige muggenbeetjes of darren steken of........

Verschillende insecten uit de Nederlandse-Romeinse periodes In verschillende lengtes en types beestjes.

Periode waarschijnlijk van bepaalde types 50 B.C.- 4e eeuws. En andere wat later circa vroeg middeleeuws. Verschillende maten en grotes gevleugelde insecten .

En toen zag ik vreemde en snerpende kleine vogels in beweging.
Sinds het prille begin van de landbouw in ca. 8000 BC (Mesopotamië) staat de voedselvoorziening onder druk van plagen. Daarvóór hadden de jagers en verzamelaars er waarschijnlijk niet zo’n last van: de voedselbronnen waren verspreid en het verzamelde voedsel werd niet bewaard, maar direct gegeten. Een populatie insecten of andere belagers van het voedsel heeft dan weinig kans om tot een plaag uit te groeien. Dit veranderde met de introductie van de landbouw, die gepaard gaat met monoculturen en voedselopslag. De mogelijkheid om meer mensen te voeden betekent ook de mogelijkheid om meer ‘concurrenten’ te voeden: de plaag.

Historische bronnen geven talrijke voorbeelden van plagen en daarop volgende hongersnood in de oudheid. De "Tien plagen van Egypte" volgens de Bijbel (Exodus) behoren tot de meest bekende. Van de tien natuurrampen die Egypte rond 2200-2000 BC troffen, hadden er vier te maken met ongedierte: kikkers (tweede plaag), muggen (derde plaag), horzels (vierde plaag) en sprinkhanen (achtste plaag). Ook veepest (vijfde plaag) en hagel (zevende plaag) troffen de Egyptenaren via de voedselvoorziening.

In de Bijbelse optiek zijn plagen geen natuurverschijnsel, maar een straf van Godswege: de natuur wordt in stelling gebracht tegen de mens.

Of we de "Tien plagen" letterlijk moeten nemen is een punt van discussie. De archeologie maakt echter wel duidelijk dat Egypte in deze periode grote hongersnoden heeft gekend die een tamelijk abrupt einde hebben gemaakt aan het Oude Rijk.

insect

Exodus 10,14-15: "Nooit tevoren was er zulk een sprinkhanenzwerm geweest en nooit nadien zal er meer zo een zijn. Zij bedekten de gehele oppervlakte van het land, zodat het land erdoor verdonkerd werd en zij vraten al het veldgewas af en alle vruchten van de bomen, zodat er geen groen meer overbleef aan boom of veldgewas in het gehele land Egypte." Het verband tussen plagen en de activiteit van God of goden is niet uniek voor de Bijbel. Diverse culturen, waaronder de Grieken en de Romeinen, zochten de bescherming van goden en rituelen tegen deze bedreigingen van het voedsel. De Romeinen kenden bijvoorbeeld een specifieke god, Robigus, tegen de schimmelziekte roest in granen. Ook in de christelijke tijd behoren rituelen tot de strategie van plaagbestrijding. Tot in de 16e eeuw zijn er voor de kerkelijke rechtbank processen gevoerd voor de excommunicatie van aardrupsen en snuitkevers. Aardig detail: een van de laatste processen, in Frankrijk in 1545, werd door de dieren gewonnen. Ook snuitkevers hebben recht op een plekje onder Gods zon. Daarna was het snel afgelopen met de plaaginquisitie.

De strategie tegen plagen beperkte zich echter niet tot de religieuze sfeer.

Veel bestrijdingsmethoden die nu nog relevant zijn stammen uit de Griekse en Romeinse beschaving. Een aanbeveling tot luchtdichte opslag van granen vinden we al bij Plinius. Bij deze methode zorgt een hoge concentratie kooldioxide voor een insect-onvriendelijke atmosfeer. Drooglegging van moerassen werd door de Romeinen veelvuldig toegepast om muggen en andere insecten te bestrijden. Overigens waren ook deze moerassen vaak een gevolg van intensieve landbouw, die gepaard gaat met grootschalige ontbossing en erosie.

gewas

In het midden een gezond gewas, links en rechts gewassen die zijn aangetast door moederkoorn Ook chemische bestrijding kent een lange traditie: al in 2500 BC maken de Sumeriërs melding van gebruik van zwavel tegen insecten en mijten. De vliegenstrip was bij de Grieken bekend. De vroege Chinese beschavingen kenden de toepassing van arseen en kwik voor het doden van schimmels in zaden en granen. Ook de Romeinen gebruikten vele plantaardige en minerale middelen. Na de val van het Romeinse Rijk gingen deze praktijken echter verloren. Pas tegen het einde van de 19e eeuw is weer een opvallende ontwikkeling op dit gebied te melden.

Een van de meest pregnante plagen, die regelmatig de kop opstak gedurende de Middeleeuwen tot ver in de 18e eeuw, was de besmetting van rogge met de schimmel moederkoorn (Claviceps purpurea). Rogge was eenvoudig te verbouwen in een koud klimaat en op arme grond en dus eeuwenlang het belangrijkste voedingsmiddel voor een groot deel van de mensheid.

De schimmel produceert een gifstof (mycotoxine), waarvan de chemische structuur sterk overeenkomt met het bekende hallucinatiemiddel LSD. De uitwerking op het menselijk lichaam is soortgelijk. Een uitbraak van moederkoorn betekende een uitbraak van massapsychose. Men herkende moederkoorn echter niet als oorzaak van deze epidemieën en benoemde de psychose als hekserij, te bestrijden door vervolging, processen en veroordeling.

In de geschiedenis is een opvallende parallel te zien tussen jaren van intensieve heksenvervolging en klimatologische omstandigheden die gunstig zijn voor het voorkomen van moederkoorn. Deze periodes worden gevolgd door een daling van de omvang van de bevolking: de mycotoxine zorgt ook voor onvruchtbaarheid en spontane abortus. In latere jaren kent de stof dan ook een medische toepassing als weeënopwekkend middel.

De ontwikkeling van chemische bestrijdingsmiddelen vanaf het einde van de 19e eeuw en vooral vanaf de Tweede Wereldoorlog betekende een ommekeer in de omgang met ziektes en plagen in de landbouw. De ontwikkeling van DDT door Müller in 1939 is een mijlpaal. Bestrijdingsmiddelen zijn, tezamen met kunstmest en mechanisatie, de pijlers van de moderne intensieve landbouw.



 Terug