Kapfibulae
ON HOLE BUNSCH OFF DUTHS CELTICS PERIOD BRONZ MESSING SNEAKHEADS LATÈNE BROOCHES THE PLAY TOY"S
FROM THE CELTS HIS CLOATING THE TOTAL OFF 11 AND OLL FROM DIFFERINT SIZES AND TOTAL LENGTHS .
NR 1 THE SMALLEST ON = TOTAL LENGHT 40 MM
NR 2 ---------- --------- = 42 MM---------NR 6 = 55 MM
NR 3 ---------- ---------- = 43 MM--------NR 7 =57 MM
NR 4--Y HAVE 2 THE SAME = 45MM-------NR 8 = 60MM
NR 5 Y HAVE 2 THE SAME = 50MM-------NR 9 =65 MM
HIERBOVEN 'N 11 TAL INHEEMS NEDERLANDS CELTIESE LATÈNE BRONS MESSING KAP FIBULAS VAN
VERSCHILLENDE MATEN CG LENGTES EN TYPES DEZE STAAN BEKEND OM ALS EEN VAN DE OUDSTE
GEVONDEN FIBULAS UIT DE BRONSTIJD MEN VIND DEZE MEESTAL OOK MET DE KELTIESE MUNTJES
DIE DEZE KELTIESE STAMMEN OOK TRANEN VAN DE GODEN NOEMDEN OF TE WEL DE REGENBOOGSCHOTELTJES
OOK DIE WAREN WEER IN VERSCHILLENDE VARIANTEN-MATEN EN METALEN KIJK OOK EENS HIER OP DEZE WEBSITE
ONDER DE NOEMER----- ROMEINS GELD-- DAAR TREFD MEN ONDER FOTO NRS 306-326 DE KELTIESE FRAAIEN MUNTJES AAN.
De Maandkalender en de Zonnekalender.
Onze voorouders, de Kelten gebruikten vroeger een Maandkalender. Deze was gebaseerd op de Maan. Door observatie van de Maan kwamen ze op een Maancyclus van 28 dagen, die werd verdeeld in 4 groepen van 7 dagen (Nieuwe Maan, 1e kwartier, Volle Maan en Laatste Kwartier: telkens een periode van 7 dagen). Ook de Islam gebruikt nog steeds een niet gecorrigeerde Maandkalender, met als gevolg dat de Ramadan steeds opschuift. De Joden gebruiken ook een Maandkalender, maar dan wel een gecorrigeerde.
Later zijn wij overgestapt op de Zonnekalender, gebaseerd op de veranderingen van de Zon. Onze voorouders zagen dat de Zon in de winter een kleine boog maakt, en laag aan de hemel blijft, tegelijk zijn de dagen korter. In de zomer volgt de Zon een grote boog hoog aan de hemel, dit valt samen met lange dagen. Deze bewegingen werden door de Druïden vastgelegd. Hoe deden ze dat? Ze sloegen een stok in de grond op de plaats waar de zon opkwam in het Oosten. Elke dag deden ze dat opnieuw. En de stokken schoven langzaam op naar het Noorden. Bij de Zonnewende bleef de stokken een drietal dagen op dezelfde plaats staan om daarna langzaam terug te keren. Tijdens de winterzonnewende werd het laagste punt bereikt. Tussenin wanneer de dagen evenlang waren als de nachten had je dan de lente- en herfstevening. Met deze palen had men dus de Zon kunnen vastleggen. De stokken waren in hout, en nadien werd er een heiligdom van gemaakt, in steen. Zo ontstond o.m. het bekende Stonehenge (zonneobservatorium).
De Zonnekalender werd uiteindelijk opgelegd door het Christendom (de Maankalender was eenvoudiger dan de Zonnekalender).