steentijd

Voorwerp: Allerlei stenen gereedschappen + vuist bijlen c.a. 5000 B.C.
Geef je ogen ook te werk als je aan het detecteren bent.
Soms werpt dat vruchten af zoals……

Different stone tools, one primitive axe and one stone age Ambrose and so on. Period stone age a period of the evolution.

Classificatie van het leven.

Iedere techniek van waarnemen heeft zijn eigen bijdrage gegeven aan onze indeling van het leven. De microscoop gaf bijvoorbeeld de mogelijkheid eencelligen te ontdekken. De mogelijkheden om genetisch materiaal (DNA en RNA) te analyseren gaf de mogelijkheid om onderlinge verwantschappen tussen de rijken te ontrafelen.

Carl Woese, een microbioloog en professor te Illinois, kon op basis van deze technieken het ‘3 domeinen-6 rijken’ model introduceren; Zo bleek het voormalige rijk der Monera uit twee zo verschillende groepen organismen te bestaan, dat we nu praten over het domein Bacteria en het domein Archaea. Het derde domein omvat alle andere rijken (Protista, Plantae, Fungi en Animalia). Deze drie domeinen hebben al vanaf het begin van het leven hun eigen onafhankelijke ontwikkeling meegemaakt.

Eukaryoten:

De domeinen van de archaeaten en de bacteriën zijn duidelijk aantoonbaar in het archaeïcum gevonden. Het derde domein, die der eukaryoten, wordt pas in het midden van het proterozoïcum gevonden. In tegenstelling tot de andere twee domeinen hebben de eukaryoten cellen met een celkern met een eigen membraan. De eukaryoten worden onderverdeeld in vier rijken: planten, schimmels, dieren en de Protista. Echter, gezien het bij de Protista om zo’n diverse groep gaat, zal in de toekomst besloten worden om het in meerdere rijken op te delen. Men denkt aan totaal 12 rijken voor de Eukaryota. Naast planten, dieren en schimmels zijn voor de geologie vooral de rood-wieren, de alveolaten (vooral foraminiferen en dinoflagellaten), de radiolariën en de chromisten van belang.

Dieren:

Dieren, ook wel Animalia of Metazoa genoemd, zijn meercellige heterotrofe organismen zonder celwand. Heterotroof betekend dat ze voor de bouw van hun organische moleculen andere organismen moeten eten en ze niet direct uit CO2 en H2O kunnen bouwen. De cel wordt omsloten door een soepel membraantje en niet zoals bij planten door een starre celwand. Het dierenrijk moet ongeveer 700 miljoen jaar geleden uit choanoflagellaten, ééncelligen met een kraag (choano = kraag) en een zwiepstaart (flagel = zweep). Deze ééncelligen groeperen zich soms in bollen, waarbij ze hun flagellen aan de buitenkant hebben. Als eerste dieren ontstonden de sponzen. Hieruit moeten de radiale en de bilaterale dieren voortgekomen zijn. Ongeveer 540 miljoen jaar geleden bestonden alle 36 tegenwoordige levende stammen.



 Terug