romeinse lepeltje

Romeins lepeltje

One Dutch-Roman period kitchen instrument a copper spoon with small steel for removing the tail of the fish or bones of one small bird like a pigeon and so one, to eat them at dinnertime.

Total length of the copper spoon: 12 cm.
Letters in it from the maker or owner are: e p n s
Time approx.: 3rd-4th century A.D.

De wieg van de lepel begon in de vroege bronstijd voor de gewone man Men zocht naar 'n mooie dikke tak en begon die te bewerken tot een gereedschap waarmee Men kon roeren, prakken, proeven, eten voor in hun grote bronzen kookpotten die men in deze tijden had. Tevens begon men te pionieren in goedkope keuken accessoires zoals:
houten nappen en kommen,potten, pannen te maken voor hun inbus. Er bestond al een eenheid en rangorde in de tribe omgeving waarin diverse producten geŰvolueerd werden en versneld de luxe in opkomst was. Eenieder was een terdege jager en bij de familie-houtvuren werd genast in alle uitgeprobeerde smaken en sappen en werd telkens herhaald wat goed voor consumptie was. In feite werd dit door de oudsten door verteld en met de paplepel doorgegeven aan hun opvolgers. De vork kon men toen nog niet, daar men ten alle tijden een mes bij zich droeg, en daar mede iets van eten aanpikte en dit met hun handen nuttigden. Ook al in die perioden van uitproberen van hun eten kwam men met verse soep op de proppen waarin de meeste onder hen zich ontpopten in het eten met deze houten lepels en niet de nap leeg slurpten offffff.....

Met hun vieze stinkende handen die men nooit wasten ook niet na afloop van darmen en blaaslozing. Je kon zeggen het steriele eten was ook geboren door alles te koken en te verhitten. Het eten met deze houten items had ook z'n voordeel dat dit na het eetgebeuren niet ging corroderen het was dus minder bewerkbaar en de gerandsioneerde etensporsies werden afgemeten. Kortom het gezinsgeluk kon niet op, in alles de betere vooraanstaande families die hadden al betere kwaliteiten van bestek, pannen en potten. Deze waren namelijk alle van brons.

Er vonden vernieuwingen plaats, met en door het paard kon men zich beter verplaatsen qua afstand en lag er veel meer binnen handbereik. Men vond of zag ergens anders weer een betere kwaliteit die men thuis of onderweg dan namaakte. Pas in de latere bronstijd werden de lepels en andere gereedschappen vernieuwd of verbeterd. De Kelten waren hier goed in ge´nformeerd in 't maken van tal van bronzen, koperen en messing producten die ze onderweg in hun veroveringen van veel landen gezien hadden. Bijvoorbeeld in Griekenland waar men ook al in grote luxe leefden. Deze Keltische smeden waren terdege goede vaklieden die niet voor grote uitdagingen uit de weg gingen.

Hierboven afgebeeld een Nederlands-Romeinse perioden koperen lepel met initialen erin, of van de maker, anders van de eigenaar, met deze letters erin: ----e p n s----.

Deze lepels werden vrij veel gebruikt in tegenstelling tot vorken, deze laatste kon men niet in die periode. De latere lepels werden gewoonlijk gemaakt van koper, brons, verzilverd, of geheel van zilver en waren in veel huishoudens verschillend in gebruik. Daarbij had men ze in verschillende kom- bakvormen zoals peervormig of ovaal, rond en/of met lange of korte steel. Afhankelijk van het menu hierboven ziet u een koperen lepel voor 't nuttigen van eieren en verschillende soorten van rivier of zeevis. Kenmerkend is de korte scherpe steel die dienden om te fileren en de visgraat er mogelijk goed uit te halen en bij gevogelte zoals fazant, patrijs, duif enz. de botjes te verwijderen. De naam toentertijd van deze lepel was in het Latijn -----cochlear------z'n tijd kan men plaatsen 3e-4e eeuw na Christus. Een andere soort, tijdgenoot lepel namelijk 'n verzilverd exemplaar kan men zien hier op deze website op Romeins en wel bij foto nr. 390 de middelste bovenste lepel. Kortom de vork was het mes in deze lange donkeren jaren van 't olielicht en kampvuur.







 Terug