...........

Romeinse Eikels

Different Dutch - Roman period bronze oak nuts (acorns) All kind of different sizes. Period 1st - 4th century AD.

Verschillende Nederlands Romeinse perioden bronzen eikels
Periode: 1e - 4e eeuws AD.

De eik vruchten (eikels) hadden veel betekenis voor de mensen uit de antieke wereld velen van hen spraken rechtuit onder zijn robuuste eiken stam . 't Vonnis was dan meteen van kracht. Ook kon men er nieuwe energie door krijgen als men ze bij hen droeg.

1. Bij de Germanen was de eik aan de god Thor (Donar) gewijd. Hij was de god van de donder, het onweer. Het is opvallend dat de bliksem vaker eiken treft dan andere bomen. De boom werd daarom aanzien als de brenger van het vuur. De eik werd als de verbinding tussen hemel en aarde en tussen de goden en de mensen aanzien. Een verklaring voor de bliksem op de eiken zou kunnen zijn dat eiken diepe wortels hebben die ver naar water kunnen zoeken. Ze zijn vaak te vinden op kruispunten van ondergrondse wateraders. Daarom zouden ze goede bliksemafleiders zijn want de eik bevat ook vrij veel zetmeel (goede geleider).

2. Bij de Germanen was de eik toegewijd aan Wodan (Odin), de oppergod. Als hoogste god bepaalde hij wat goed en kwaad is. Hij was dus ook de heer van de rechtspraak. Wanneer er in de gemeenschap onrecht geschiedde, plantte Wodan zijn speer, als teken van scheiding tussen goed en kwaad bij een eikenboom. Daarom werd aan de voet van eiken recht gesproken.

3. Dieren die zich niet goed in hun vel voelen gaan onder een eikenboom liggen om op krachten te komen. Onder een boom zitten of liggen is gezond omdat je er verse zuurstof vindt. Vaak houden bomen ook insecten weg. De dieren kunnen blijkbaar ook de kracht van de eik opnemen zodat ze na enige tijd weer gesterkt en krachtig verder kunnen. Zieke en oude mensen gingen onder de eik zitten om te genezen. Ze hoopten op de kracht en het uithoudingsvermogen van de eik. Als ze te ziek waren om onder de boom te overnachten bond men voor de zieken een lap stof aan de eik en smeekten de boom om de ziekte over te nemen. Wanneer een ziek persoon een vuur maakt van eikenhout, wordt hij gereinigd van de ziekte. Als je een vallend eikenblad vangt in de herfst, word je niet ziek in de winter. Draag een eikel tegen ziekte en pijn.

4. Het hout van de eik was vroeger het meest gebruikte bouwmateriaal. Het was sterk en duurzaam en groeide in de gebogen vormen (kromhout) die men nodig had voor dakgebinten in huizen en schepen. Eiken waren zo belangrijk voor de scheepsbouw dat men talloze exemplaren aanplantte ter vervanging van de gevelde bomen. In sommige boerengemeenschappen in Nederland was men verplicht om eikels of eikenbomen te planten bij huwelijken. Het vormde een bruidsschat die diende voor het gebinte (balkwerk) bij de bouw van boerderijen voor de generaties erna.

5. De eik was een belangrijke bron van voedsel voor de mens. De eik produceert vooral eikels die gedroogd, geschild en fijn gemalen werden. Daarna bakte men er brood van. Dat gebeurde in Europa tot in de 18 e eeuw. Maar ook voor de varkens waren eikels een grote voedselbron. De varkens waren op hun beurt belangrijk voedsel voor de mens. Varkens waren voor onze voorouders de Germanen belangrijk om te kunnen overleven in de winter wanneer er weinig voedsel is. Als je nog een varken had in de winter dan had je geluk. Daarom hebben mensen vandaag nog een spaarpot in de vorm van een varken. Dit alles dank zij de eik.

6. De eik is symbool van mannelijke kracht, seksualiteit en een lang leven. De vrucht van de eik, de eikel, vertoont veel gelijkenis met het geslachtslid van de man. De top van de penis wordt daarom ook eikel genoemd. Het dragen van een eikel als een hanger om je hals of waar ook, bevordert de vruchtbaarheid en versterkt de seksuele potentie. Het zorgt voor een lang leven en om je jeugdigheid te bewaren.

7. Eikenhout werd als onverwoestbaar beschouwd en was daarom het symbool van de onvergankelijkheid. De eik werd dan ook het symbool van onsterfelijkheid en eeuwig leven. Daarom werden aan de voet van de eik de doden begraven. Zoals de eiken veel langer doorleefden dan de mensen, zo wilde men ook dat de voorouders verder bleven leven. Kransen van bladgoud werden als sieraad voor een overledene gemaakt. Ze symboliseerden de hoop op de ultieme overwinning, die op de dood. Het begraven bij eiken gebeurde vroeger maar ook vandaag nog zijn er begraafplaatsen bij eiken. (foto eik en begraafplaats toevoegen. Het rode herfstblad van de eik wordt veel gebruikt voor bloemstukken die op graven worden gelegd, meestal in combinatie met chrysanten.

8. Eens per jaar beklommen de druďden, gekleed in witte gewaden, hun eiken, om met hun gouden sikkels de maretakken er uit te snijden. Maretakken kwamen niet zoveel voor in eiken. Daarom waren ze heel speciaal. Ook omdat ze in de winter groen blijven. Groenblijvende gewassen in de winter werden geëerd voor hun vruchtbare krachten. Takken die naar beneden vielen, werden in witte doeken opgevangen en onder het volk verdeeld. Maretak is het symbool voor eeuwig leven en nieuw leven, teken van hoop en vruchtbaarheid. Verliefde koppels zoenen elkaar tot op vandaag onder de maretak. Als uitdrukking van hun gelukkige en hopelijk eeuwigdurende liefde en hun verlangen naar het krijgen van kinderen.

9. De eik graaft met de wortels diep onder de grond. Zijn takken gaan breed en hoog in de lucht tot 45 meter. Daarom zeggen mensen van de eik dat hij de hemel en de aarde met elkaar verbindt, dat hij onderwereld, met de kruin de hemelen en de wereld van de goden verbind. Tussen de wortels van de eiken wonen elfjes, aardmannetjes, trollen en ook kabouters. Ook hoorde men de stemmen van de goden in het ruisen van de bladeren en voorspelde men de toekomst.

10. Twee twijgen eik, samengebonden met een rode draad, zodat ze samen een gelijkbenig kruis vormen, zijn een krachtige bescherming tegen het kwaad. Het kan dan voor dit doel in huis worden gehangen. De eik werd beschermer tegen onweer en bliksem, zorgde voor een lang leven en voor een goed huwelijk.

11. Al in de oudheid werd aan overwinnaars een lauwerkrans van eikenbladeren gegeven ten teken van onvergankelijke roem. Voor de Kelten was iedere eikel bezield door een fee en daardoor een geluksbrenger. Daarom werden eikenbladmotieven en eikels vaak opgenomen in sieraden. Ook vandaag nog worden eikmotieven in sieraden verwerkt.

12. De eikenbossen werden door de Germanen 'Loh' genoemd, in veel plaatsnamen in Vlaanderen is dit nog terug te vinden, zoals Beverlo, Tessenderlo, Eekloo, Kessel-lo, Koningsloo, Waterloo… Letterlijk betekent deze plaatsnaam 'Heilig Bos'. Omdat het bos met zijn vele ‘boomrijkdommen’ als helend en heel makend werd aanzien, werden de heilige bossen ook bossen van Vrede genoemd. De eiken in deze bossen mocht men niet zomaar kappen. Daar waren eiken veel te belangrijk voor. Bij de Scandinaviërs vertelde men dat de eerste mens uit een eik is ontstaan. Ook bij de Grieken en de Romeinen werden deze verhalen verteld. De boom waaruit de mens is voortgekomen moet men respectvol behandelen. Een eikel planten en dus voor een nieuwe eik zorgen werd als een zorg voor de toekomst aanzien. Daarom leerde men dit aan de kinderen en vertelde men er in verhalen over. Bij nieuwe maan een eikel in de grond steken, verzekert je dat je geld zult krijgen in de nabije toekomst. Een stuk eik bij je dragen brengt altijd geluk aan.

13. De eik was een boom waarin vele dieren een plaats kunnen vinden. Het werd een teken voor de mensengemeenschap van goed en rechtvaardig en vredevol samenleven. Daarom werd er ook onder de eik recht gesproken. Voor de leefregels in het dorp werd onder de eik samengekomen en zieken vonden onder de eik genezing. Ook vandaag nog zijn er gezondheidscentra en plaatsen van ontmoeting die de naam van de eik dragen. Enkele voorbeelden: 'De Eik': praktijk voor natuurgeneeskunde en hydrotherapie. Stichting 'de Eik' orthopedagogisch centrum. Groepsaccommodatie D’n Eik, Communicatiecentrum de Eik. Het Inloophuis De Eik: een laagdrempelige ontmoetingsplaats voor mensen met kanker. Communicatiecentrum de Eik: voor persoonlijke ontwikkeling en groei. Ook vandaag wordt de eik als plaats van genezing en heelheid ervaren waarbij mensen niet alleen genezen van ziekten maar ook in de omgang en communicatie met elkaar.

14. De boomkalender van de Kelten bevat 14 bomen. Elke boom heeft een eigen plaats in de jaarkalender. Zo ook de eik, namelijk 21 maart. Wanneer je geboren bent op 21 maart betekent dat het volgende: Je bent een ijzeren doorzetter. Je hebt dezelfde kracht en vastberadenheid als de eik. Je gaat graag tegen de stroom in en als je tegenstand ontmoet, wekt dat je vechtlust op. Je hebt een ijzeren gestel, je wordt meestal stokoud. In je beroep gedraag je je voorbeeldig. Aan rondlummelen heb je een hekel, want je wilt je tijd graag nuttig gebruiken. Je hebt een rotsvast vertrouwen en je zit vol ondernemerszin. Zit het even tegen, dan ga je niet bij de pakken neerzitten, maar stort je je vol enthousiasme op een nieuwe zaak. Je blijft jezelf onder alle omstandigheden en je kunt je totaal wijden aan een bepaald doel. Op het pad van de liefde stel je jezelf nogal eens star op en je munt niet uit door je romantische inslag. Heb je iemand gevonden die bij je past, dan blijf je die persoon een leven lang trouw.

15. De geneeskrachtige werking van de eik was algemeen bekend. De Griek Dioscorides roemde de samentrekkende kracht van de eikenbast en Plinius de Oudere raakte niet uitgepraat over de werking als tegengif. In de Middeleeuwen raakte het gebruik van eikenbast wat op de achtergrond en paste men eerder eikenbladeren, eikels en eikengallen toe. Ook de beroemde Vlaamse bioloog Dodoens schenkt veel aandacht aan de eik en gebruikt vooral de bladeren en de eikels medicinaal. De eik verhoogt de weerstand, vooral bij zwakte en uitputting, geeft kracht vanwege de vele mineralen. Werkt op alle hormonen, met name regulerend op de schildklier. Bij oedeem en verkoudheden. Bij aambeien en spataderen. Winterhanden en – voeten. Bij diarree. Bij botpijn door ontkalking (osteoporose) door het aanwezige calcium. Bij neusbloedingen. Voor kinderen met een lage weerstand. Bij een overmatige menstruatie. Bij huidirritaties, bijvoorbeeld jeuk in de oksels, bij haarroos.

16. De schors, de bast van eiken bevat een sterk zuur dat gebruikt werd bij het leerlooien, tannine genaamd. De naam stamt van het Latijnse tannare, dat looien betekent, een procédé waarmee van huiden leer wordt gemaakt. Om dierenhuiden te bewaren werden ze gedrenkt in grote kuipen, gemaakt van eikenhout. De kuipen bevatten water gemengd met de gemalen schors van eik. Wanneer de huiden eruit kwamen en gedroogd waren, konden ze niet meer bederven. Voordat de huiden droog waren, werden ze eerst nog gekrabd, geschuurd en gewalst. Dit was allemaal als afwerking. Het schuren en krabben zorgden ervoor dat het leer ging glanzen. Door het walsen werd het leer platter en gladder. Dit alles gebeurde vaak met het sterke hout van de eik. Dank zij de eik konden mensen zich kleden en beschermen met duurzame stoffen.


 Terug