romeinse werktuigen
romeinse werktuigen pikhouweel

Romeinse werktuigen

Different iron Dutch Roman period tools and one piece off a Roman dagger also an iron nail and a roman hammer with a thistle Maybe this comes from the legion soldier who build in piece time a Roman project for example a villa in Britannia. Roman iron tools.
Period approx 1st-4th century A.D.

Verschillende Nederlands Romeinse tijd ijzeren gereedschappen o.a. een mes – spijker –hamer - beitel- enz. deze spulletjes had men nodig voor het bouwen van bijvoorbeeld een Romeinse villa en dan wel als er eventjes niet 'n relletje of een oorlogje in de buurt was anders kon je jou werk neer leggen en andere wapenen hanteren net zolang totdat ook dat opgelost was.
Nederlands Romeins inheems ijzeren gereedschappen.
Waarschijnlijk 1e---4e a.d.

onder de wapenen bij de Romeinen 1e deel en als...
Romeins legionair

De Romeins legionair of gregarius miles (ook wel legionarius of gewone soldaat genoemd) in de door Augustus hervormde legioenen is een plebejer met Romeins burgerrecht die zich - meestal vrijwillig - opgeeft om zijn betaalde dienstplicht te vervullen. Filosofen, grammaticaleraars, redenaars, priesters en artsen zijn echter vrijgesteld van deze dienstplicht. Dit artikel schets verder vooral de situatie in de eerste 150 jaar van de jaartelling. Daarna veranderde het romeinse leger drastisch.

Legerhervormingen

Het Romeinse leger heeft ondertussen al twee grote hervormingen gekend: vanaf 107 v.Chr. worden er door de generaal Gaius Marius naast de kleine zelfstandige Romeinse boeren ook voor het eerst de armste Romeinse burgers gerekruteerd. Hierdoor wordt het leger naast een militair ook een politiek werktuig voor zijn aanvoerder, want al deze soldaten kunnen deelnemen aan de politiek belangrijk geworden comitia centuriata. Augustus maakt van het Romeins leger het eerste beroepsleger in de westerse geschiedenis. Hij trekt door de diensttijd op van 16 naar 20 jaar plus 5 jaar reserve en met de mogelijkheid om daarna nog terug opgeroepen te worden als evocatus en door steeds meer provincialen met Romeins burgerrecht aan te trekken.

De legionairs komen meer en meer uit de met Romeins burgerrecht bedeelde provinciae zoals Hispanië en Gallia Narbonensis terwijl er steeds minder "echte" Italische Romeinen deel uitmaken van de basis van hun legioenen. Er wordt bij voorkeur gerekruteerd onder boerenzonen, stadsbewoners komen slechts zelden in aanmerking. Uitgesloten van rekrutering zijn banketbakkers, vishandelaren, linnenwevers en allen die een "vrouwenberoep" uitoefenen. Steenhouwers, smeden, timmerlieden, slagers en jagers zijn welkom. Litterae commendaticia (aanbevelingsbrieven) zijn zeker aan te raden, want er wordt wel degelijk rekening mee gehouden. Daardoor komen vooral zonen van oud-soldaten in het leger terecht. Men kan ook - indien men geen familie meer heeft of een (ex-)soldaat als vader - zijn aanbevelingsbrief laten opstellen door de patronus waar men cliens bij is. Na de eerste selectie, moet de rekruut eerst een medische keuring ondergaan. De voorkeurslengte is 6 Romeinse voet (bijna 1,80 m) lang en in het bezit van een scherp zicht en goede fysieke conditie. In de praktijk wordt er regelmatig afgeweken van dit ideaal. Vervolgens moet de rekruut nog 4 maanden probatio of proeftijd doen, waarbij hij naast een intensieve training nog eens grondig medisch gecontroleerd wordt en men ook zijn karakter bestudeert. Hierdoor kan men voorkomen dat luieriken, veroordeelden, bannelingen, dieven of gewetenloze bruten in de legioenen worden ingelijfd. Na zijn probatio ontvangt men een viaticum (reisgeld) van 75 denariiof 3 aurei om zich bij zijn legioen te gaan vervoegen. Pas hierna wordt hij in de administratie van het legioen ingeschreven.

Training

Met behulp van oefenwapens moeten de rekruten trainen op de volgende onderdelen: zwemmen, exercitie met speciale aandacht voor het herkennen van bevelen en signalen, het zwaardvechten - waarbij opgelet moet worden dat de rekruten eerder gericht steken dan houwen -,het gooien van werpspiesen, het gebruik van steenslingers, paardrijden, het dragen van een zware last (dmv. dagmarsen met een bepakking van ca 25 kilogram). Ongeveer één derde van de rekruten moet worden onderricht in boogschieten. De oefenwapens, die bij de training worden gebruikt, houten zwaarden en gevlochten schilden van wilgentenen, zijn zwaarder dan de echte wapens, zodat de veldtocht gemakkelijk lijkt in vergelijking met de training.

Tot het begin van onze jaartelling, zijn de milites uitgerust met een lorica hamata. Dan krijgen zij ook de beschikking over de lorica segmentata, die betere bescherming bood, ook tegen slagwapens. Ze dragen verder een cassis (helm), scutum (schild) en caligae (zware sandalen) en een balteus, een riem (vgl het Engels belt, de riem wordt ook vaak cingulum genoemd). Verder zijn ze uitgerust met een pilum (werpspeer), of soms een hasta (lans), een pugio (dolk) en een gladius (kort steekzwaard). De uitvoering van deze basisuitrustingsstukken van de milites is zeer uiteenlopend, omdat ze deze zelf moeten bekostigen. Tevens hoorde de pugio niet tot de standaarduitrusting, omdat deze door de legionair zelf betaald moest worden. Het verbaast ons dan ook niet dat de uitrusting van de officieren veel beter en rijkelijker bewerkt is dan die van een simpele miles. De miles draagt dan ook extra zorg voor zijn uitrusting, omdat een nieuwe helm een klein fortuin zal kosten. Helmen gingen, duur als ze waren, vaak van hand tot hand, wat blijkt uit de verschillende namen van gebruikers die in veel helmen zijn terug te vinden. Er zijn helmen gevonden met wel drie namen. Het onderhouden van je lorica kan bovendien je leven redden op het slagveld, want een slecht onderhouden lorica segmentata valt sneller uit elkaar. Ze doen bovendien waar mogelijk zelf herstellingen aan hun uitrusting om kosten te kunnen besparen. Hetzelfde geldt voor de sandalen: de spijkers waarmee deze werden beslagen dienden door slijtage vervangen te worden; een klusje dat door de manschappen zelf werd uitgevoerd. Hiervoor kregen de soldaten overigens wel 'spijkergeld' Het is bekend dat in ieder geval één maal gestaakt werd, omdat op dit spijkergeld bezuinigd werd

Dagelijks leven

De dagelijkse karweitjes verschillen van diegene die in de provinciae verblijven en zij die in Italië gelegerd zijn. De troepen uit de provinciae klagen dan ook vaak dat zij de zwaarste taken hebben. In vredestijd moet de gewone soldaat zowel aan wapendril, conditietraining, wachtlopen, wapens, gereedschap en militaire gebouwen onderhouden en reinigen. Daarnaast doet men administratieve zaken, maar ook begeleidt en bewaakt men handelstransporten van zowel de keizer als van private burgers, neemt politietaken waar, bestrijdt roversbendes, brengt civiele berichten over, haalt belastingen op en moet soms zelfs meehelpen aan bouwwerken voor de burgerij. De immunes zijn vrijgesteld van deze taken om zich te kunnen wijden aan gespecialiseerde zaken in de administratie, ateliers of dergelijke.

HET 2E DEEL VAN ONDER DE WAPENEN BIJ DE ROMEINEN STAAT BIJ FOTO NR 406 OP ROMEINS.


 Terug