romeinse voorwerpjes

2 small La Tène bronze wheels with glass or emaille pasta in it the wheel on the right is size 17 mm. And on the left below is14 mm. Approximately the time of these two items: 300 B.C.- 50 A.D.

Twee La Tène kralen: deze waren binnen in met glas voorzien of emaille. Ze werden gedragen om 'n leren riempje om de hals. Waarom ? De betekenis is hiervoor verloren gegaan. Daarnaast droeg men in die periode ook gekleurde kralen zoals La Tène blauw of groen als het om een meloenkraal ging. De afmetingen van deze 2 bronzen kralen: de rechtse is doorsnee 17 mm.
De linker is 14 mm.
Periode waarschijnlijk 300 B.C.-50 A.D.

Van koper gemaakte kralen of anders....

De prehistorische geschiedenis van koper en brons

Koper komt op enkele plaatsen van nature aan de oppervlakte. Het aanwezige erts heeft dan een blauw-groenige kleur, net als op oude standbeelden. (Blauw erts: (azurite) of groen (malachite).

Door erosie kan het gaan schitteren waardoor het natuurlijk opvalt. Mensen ontdekken dat, en proberen uit wat ze ermee kunnen doen. Als verfstof gebruiken,smeren op potten, doffe kralen ermee versieren: zo kan het begin van het gebruik van koper zijn begonnen. Door koper te hameren en af en toe te verhitten (250 oC) konden kralen worden gesmeed.
Dat gebeurde het eerste in Mesopotamie (Irak, ongeveer...8000 jaar voor onze jaartelling!! Later (± 5e millennium v.C.) begon men in Centraal-Turkije op kleine schaal koper te smelten. Men leerde steeds beter met het koper om te gaan, kennis verspreidde zich en al gauw kende men in het hele Midden-Oosten kralen, spelden en priemen van het glanzende metaal.

Er zijn veel voordelen :

  • het schittert op een unieke wijze rotstekening koperen dolken Alpen
  • het was tamelijk zeldzaam, dus het bezit ervan gaf status
  • als het kapot ging, kon het omgesmolten worden
  • het is makkelijk te slijpen
  • na een tijdje krijgt het een andere kleur (blauw-groenig)
  • toen de mensen leerden om het te gieten, werden de mogelijkheden nog groter.

Afbeelding: de oudste kopermijnen, van ver voor 3000 v.C.

Op de Balkan worden rond 4800 v.C. op grote schaal kopervoorraden ontgind. Men legt mijnen aan en volgt de ertslagen. Er zijn in Servië 20 schachten ontdekt, waarin de mijnwerkers waarschijnlijk als volgt te werk gingen:

  • men legde vuur aan tegen het erts in de wand,
  • men gooide water tegen het erts aan, waardoor het los ging zitten,
  • men wrikte de ertsen los met gewei-houwelen,
  • na enkele bewerkingen (malen, zuiveren, smelten) goot men het pure koper in gietmallen.

De vondst van een Vinca dissel / bijl inclusief gegoten steelgat (5e millenium v.C.... Ashmolean museum, Oxford, GB, zie foto) toont de enorme aanwezige kennis.

koperen bijl
De koperontginning breidt zich ook uit naar andere delen van Europa. De "gletsjer-man" Ötzi had rond 3300 v.C. een prachtige koperen bijl (zie foto). En onder een steen van Stonehenge is geoxideerd koper gevonden.
Zo`n 1000 jaar later heeft men in Portugal, behalve mijnen, ook gegoten bijlen, messen, zagen, beitels en priemen.

In Nederland komt het oudste metaal (koper) uit een hunebed bij Buinen (gevonden in 1927 door dhr V. Giffen - zie foto beneden).
Deze spiraalvormige kralen worden gadateerd rond 2500 v.C., hoewel de hunebedden ouder zijn, namelijk 3500 v.C. - 2900 v.C.
Ook in Odoorn is koper gevonden in een hunebed. Later werden koperen dolkjes en diverse priemen gedeponeerd in graven van de klokbekercultuur op de Veluwe. Er zijn in enkele van deze graven ook enkele `aambeeldstenen`gevonden; vooral het graf bij Lunteren (van een smid?) was bijzonder. Het koper werd zeker geimporteerd, want in ons land zijn geen koperertsen. Maar waar vandaan, door wie en wanneer precies blijft onduidelijk. Het is opvallend, dat de koperen `tongdolkjes` in de graven sterk lijken op hun vuurstenen voorgangers. Een ander opvallend detail is, dat het koper in veel gevallen het giftige arseen bevat waardoor het veel harder is dan puur koper. Waarschijnlijk werd de smid door de arseendampen niet oud. (laatste informatie: uit experimenten is gebleken, dat het arseen grotendeels in het erts blijft tijdens het smelten!) Buinen
Het toevoegen van tin aan het koper gaf ook een verhardend effect, deed de smid langer leven en bracht tevens het begin van een nieuw tijdperk: de bronstijd. (ong. 2000 v.C.)

De vroege en midden bronstijd
In Syrië liggen 2 rivieren, waarin zowel kopererts als tinerts voorkomen. Tijdens de winning van het kopererts zal er ongetwijfeld bij toeval ook tinerts zijn gewonnen, zodat er 'Aziatisch koper' ontstond.
Dit begrip ('Aziatisch koper') duikt rond 2500 v.C. op in Egyptische teksten en betekent waarschijnlijk brons.
Maar tin komt veel minder voor in de natuur dan koper, en al gauw waren handelaren in heel Europa op zoek naar mogelijke tinmijnen.
Door 90 % koper te mengen met 10 % tin wordt het resultaat ongeveer 2 x zo hard dan puur koper! Uiteindelijk kwam men ook in Zuidwest Engeland (Cornwall) aan, waar waarschijnlijk tinmijnen werden aangelegd die de lokale bevolking ongetwijfeld rijkdom brachten.
Stonehenge dateert ook gedeeltelijk uit die periode (1700 v.C.) en ligt in hetzelfde gebied. Onder een van de stenen van Stonehenge is koperoxide gevonden. stonehenge
Pythias, een Griekse reiziger, schreef al over tin in Cornwall:

"De tinhandelaren bij Lands End in Cornwall....winnen tin door het ertshoudende gesteente vakkundig te bewerken. Dan gieten zij het in kubusvorm en brengen het naar een voor de kust gelegen eiland dat 'Ictus' wordt genoemd. Buitenlandse handelaren komen het daar kopen om het naar Gallië te brengen".

Dat vreemde handelaren Nederland ook bezochten verklaart de diverse 'buitenlandse' vondsten: tinnen kralen uit Engeland, fayence kralen uit Egypte (!), barnsteen uit Denemarken en natuurlijk koper en brons uit Duitsland, Ierland, Oostenrijk en Bohemen.
De precieze datering van het begin van de bronstijd in Nederland is omstreden. De schattingen lopen uiteen van 2200 v.C tot wel 1800 v.C. Laten we nu de interessantste vondsten eens bekijken.

  • Het graf van de 'smid van Wageningen' rond 1800 v.C.
  • Een vlakke bronzen bijl, een stenen bijl, een hellebaard, het zijn typische voorwerpen uit de vroege bronstijd.
  • De half afgewerkte voorwerpen (bronzen armband, klinknagels) wijzen op een smid.
  • Het rare aan deze vondst is, dat de vormen wijzen op Ierse herkomst, terwijl het brons uit Duitsland kwam (Een reizende smid?).
  • Het stamhoofd van Drouwen (Drenthe) rond 1800 v.C.
  • In dit graf lagen een Noordduits bronzen zwaard, een randbijl, een 'Brits' scheermes, vuurstenen pijlpunten, gouden spiraal oorbellen, een vuurstenen vuurslag.

De late bronstijd
Dit artikel toont de verdere ontwikkeling van het gebruik van koper en brons.

De late bronstijd loopt -in Nederland- van ongeveer 1100 tot 800 of 700 v.C.
Het belangrijkste verschil met voorgaande periodes is, dat men de doden gaat cremeren in plaats van begraven. Daarom noemt men deze periode (tot 400 v.C.) ook wel: "urnenvelden".
Wat het brons betreft: sinds de midden-bronstijd gaat men een beetje lood aan sommige voorwerpen toevoegen, waardoor je de details van de mallen beter terugziet in het resultaat. In Oostenrijk ligt een plaats (Hallstatt) waar uit deze tijd gigantische hoeveelheden vondsten zijn gedaan in en bij een zoutmijn (19.000 !). Het lijkt erop dat dit gebied ("Salzkammergut" bij Salzburg) een enorme invloed had op de rest van Europa, mede door het zout dat er werd verhandeld. En natuurlijk de rijkdom, die dat weer meebracht. Er lagen ook veel kopermijnen bij Hallstatt. In diverse boeken kun je lezen over de periode "Hallstatt A" of "Ha A" waarmee men dan de Centraaleuropese, late, bronstijd aanduidt. In ons land vindt er op het gebied van brons een verdere ontwikkeling plaats, die ik zelfs 'revolutionair' durf te noemen. Men gaat namelijk het ontwerp van bijlen en messen drastisch veranderen; ze krijgen een koker, waar de bijlsteel of het heft in past. Dat idee is waarschijnlijk afgeleidt van de holle speerpunten, die al sinds de midden-bronstijd verschenen (incl. geboord of geponsd gaatje voor een nageltje). Daar zijn in ons land wel 150 van gevonden. Ook messen krijgen deze "holle bevestiging" en worden ook wel "urnenveld messen" genoemd. Het is een vrij algemeen mes uit de westelijke regio's van Midden-Europa. Zeldzamer maar mooier versierd zijn de messen met een massieve, aan het lemmet vastgegoten heft met een dubbele T-vormige versiering voor gemakkelijker gebruik. Van de 10 "T-messen" zijn er 5 bekend uit Noord-Nederland.(zie afbeelding rechts beneden) 'Jutphaas zwaard'

In Noord-Engeland is zelfs een "kokerzwaard" gevonden, eveneens uit deze periode.
Het meest interessante aan deze vondst vind ik overigens het erbij gevonden voorwerp; een eveneens hol gegoten, antenne-achtige (typisch Keltisch!) handvatversiering. Hierop waren zelfs soldeertechnieken toegepast!

Sinds ± 2500 v.C. gebruikte men in het Midden-Oosten de zogenaamde "verloren wasmethode" om voorwerpen van brons te maken. Deze techniek komt vanaf ± 1500 v.C. ook naar West-Europa. Daardoor is het zelfs mogelijk, om mantelspelden te gieten met een holle knop plus steentje, dat rammelt tijdens het lopen. De lengte van deze spelden was onwaarschijnlijk lang: van 28 tot zelfs ruim 52 cm.! (Oosterhout, late bronstijd) Trouwens, dit deel van de bronstijd schijnt vooral gekenmerkt te worden door "grote voorwerpen":

  • speerpunten van 20 - 39 cm (België) tot zelfs 47,5 cm (Tollebeek, bij Urk 1500 - 1000 v.C.)
  • mantelspelden (van Scandinavisch type) in de vorm van, en even groot als, een bril (Gasselte, Noordwijkerhout)
  • 2,2 kg zware, dikke, onpraktische "zwaarden" (Jutphaas - zie afbeelding-, Ommerschans)
  • even onpraktisch zware bijlen (Denemarken, 28 X 14 cm)
  • een enorme, schaalvormige, gordelversiering (doorsnede 20 cm, "Prinses van Drouwen", 8e eeuw v.C.)

Ook technologisch wordt er blijkbaar grootschaliger gewerkt:

  • in Griekenland gebruikt men (vanaf 1200 v.C.) smeltkroezen met een doorsnede van 30 - 40 cm, waarin vele kilo's brons tegelijk kunnen worden gesmolten.(standbeelden!)
  • in het oosten van Duitsland (Dresden) is een koepelvormige koper-smeltoven gevonden (5 m doorsnee, 4 m hoog) met een natuurlijke luchtinlaat van wel 18 m lang

Buiten ons land begint men rond 900 v.C. steeds betere wapenuitrustingen te maken: harnassen, schilden, zwaarden (voorlopig alleen van brons). Er worden zelfs harnassen voor vrouwen gemaakt, dus die speelden waarschijnlijk ook een rol in het leger.

Een paar honderd jaar later nemen vrouwen op een heel andere wijze deel aan gevechten. Tijdens de belegering van Gergovia door de Romeinen laten de Gallische vrouwen en masse hun borsten zien bij wijze van verzoening. Overigens verloren de Romeinen die slag. En Boudicca was rond 50 v.C. een heel bekende strijdvrouw in Britannia. T-messen vroege ijzertijd

In Nederland, en dan vooral in de regio Nijmegen / Roermond, verschijnen er wat wapens betreft, alleen maar zwaarden en speerpunten. Deze werden vanaf de midden-bronstijd in flinke hoeveelheden in rivieren gegooid, maar waarom is niet duidelijk.

Bij Roermond zijn zelfs 10 late bronstijd zwaarden opgebaggerd. Maar een mooi exemplaar komt ook uit Bergeijk. Omdat de meeste zwaarden niet zijn gevonden bij -goed dateerbaar- aardewerk, is het moeilijk om een precieze datering en ontwikkeling te geven.
De (vooral Noord-) Nederlandse bronsindustrie die rond 800 v.C. ontstaat richt zich meer op het versieren en verbeteren van bestaande vormen:

  • dubbele "T-vormige" messen (zie afbeelding)
  • kokerbijlen met "vleugelversiering" (8e eeuw v.C)
  • armbanden met ribbels (Drouwen, late bronstijd)

In Zuid-Nederland komen de oudste bewijzen van lokale bronsbewerking uit Berg-en-Terblijt, Limburg (8e eeuw v.C.) Een smid had daar zijn voorraad begraven: een 'hielbijl', een kokerbijl en een sikkel met knopjes om een handvat aan te bevestigen. De komst van ijzeren voorwerpen maakt een eind aan de bronstijd (8e eeuw v.C), maar zeker niet aan de produktie van bronzen voorwerpen.

Samenvatting van de bronstijd

Periode / cultuur: Geschatte jaren v.C.: kenmerken:
klokbeker 2500-2000 eerste koper, dolkjes, kralen
vroege bronstijd 2000-1800 vlakke bijltjes, dolkjes, hellebaarden
midden bronstijd 1800-1100 lange dolken zonder heft, armbanden, randbijltjes, de eerste korte zwaarden, holle speerpunten met gaatje, hielbeitels / -bijlen met of zonder oortje
late bronstijd (="urnenvelden", "Hallstatt A en B") 1100-800 hielbijlen, vleugelbijlen, kokerbijlen, zwaarden met 'greeptong' of met gegoten handvat, kokermessen, brilfibulae, armbanden met ribbels


 Terug