Metaaldetectors bij Detector Plaza

We bieden alle leden van dit forum een korting van 5% op ons assortiment.
Om de korting te verzilveren gebruikt u tijdens het afrekenproces
de volgende kortingscode: MBCKORT5
Nieuwe artikelen (introductie of beperkt leverbaar), Accessoires of
Aanbiedingen (bijv. artikelen waarbij gratis
accessoires worden gegeven) kunnen hiervan worden uitgezonderd.

Auteur Topic: Kloppen deel A.muntkloppen deel A Door Noord- of Zuid-Nederlands &..  (gelezen 728 keer)

JozefHerman

  • Gast
Kloppen deel A.muntkloppen deel A Door Noord- of Zuid-Nederlands &..
« Gepost op: maart 25, 2018, 00:11:08 am »


1e Foto is een   Achtentwintig stuiverstuk of florijn van Kampen met klop van Holland

Klop A 14

klop A 14, Holland

Datering: Plakkaat Staten van Holland van 20 mei 1693.

Omschrijving: HOL in een rechthoek.

Bedoeld voor: Florijnen.

Monetair effect: Geldig verklaren van in de provincie aanwezige florijnen en tegengaan van nieuwe invoer.

Lit.: Van der Wis (II) blz. 113-116.

Terug naar kloppen deel A


Klop A 14 holland.jpg
Klopa14.jpg
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
2e Foto is een   Een Zes stuiverstuk van de provincie Gelderland met klop
en vele meeer op http://wiki.muntenenpapiergeld.nl/index.php?title=Kloppen
                                             &
http://wiki.muntenenpapiergeld.nl/index.php?title=Kloppen_deel_A

de op 1 na laatste onderste Foto is een klop op n Duit van Traiectum(Utrecht)

JozefHerman

  • Global Moderator
  • 2000+ Berichten
  • *****
  • Berichten: 11686
    • http://www.jozefherman.nl
Re: Kloppen deel A.muntkloppen deel A Door Noord- of Zuid-Nederlands &..
« Reactie #1 Gepost op: mei 04, 2020, 11:42:56 am »
Drie Reckheimse duiten en een Hollandse penning D. PURMER
Reckheim. duit !65.i
Fries type (koper
20mm): klop Meurs
ca. 1700

In de 17e eeuw circuleerden in de
Nederianden grote hoeveelheden duiten en in mindere mate oorden met een duidelijk
te laag gewicht. Met name Reckheim imiteerde met grote fantasie het omlopende
kleingeld.

Ten behoeve van het muntwezen werddoor stedelijke en provinciale overheden
een groot aantal plakkaten uitgegeven,waarin de eigen muntslag werd beschermd
en de van buiten komende munten werdenverboden of gereduceerd. Deze plakkaten

worden tussen I63O en 1685, alsmede rond1702 veelvuldig aangetroffen. Zo staat te
lezen in het plakkaat van de stad Amsterdamvan 16 juni ló81: Echter bier ter stede
ingebracht en aan de gemeente uytgegeuen en opgedrongen werden groote sommen, niet

alleen van veelerhande duyten, ter Munte van andere potentaten btiyten de gemelde
Geünieerde Provinciën geslagen, maar voornamelijk van snoode duyten die by particulieren
 valscbelijk na die van Vriesland,

Utrecht en anderen geconterfaiet en nagemaakt worden, sijnde seer kleyn, dun en
licht en midsdien van gantsch weynig waarde en daarom ook seer gemakkelijk te kennen
 en te onderscheyden, als mede daar uyt dat het meerendeel aan de een sijde in
plaatse van FKISIA, mem en in plaatse van mmcTiJM, TRARECHEM hebben uytg

Vervolgens komt een groot aantal maatregelen zoals halveren van de waarde en
worden Figuren van de duyten in deGeünieerde Provintien geslagen weergegeven, die hun
 waarde bleven behouden.Overigens is hieronder tevens een Friesoordje opgenomen.

Een andere beschermende maatregel van de eigen muntslagwas het voorzien van de munten van een
instempeling, een zogenaamde klop. Binnen korte tijd echter werd deze klop veelal vervalst,
zodat ook deze maatregel niet het gewenste rendement opleverde. Bekend zijn de kloppen van de
steden Utrecht en Deventer, die aangebracht werden in 1702 en slechts een zeer korte tijd hun
werking  behielden.

De meeste verzamelaars hebben wel een Reckheims duitje of een munt met een klop in hun verzameling.
In mijn jongensjaren haalde ik voor een gering bedrag een muntje met op de voorzijde het wapenschild
van de stad Utrecht en op de keerzijde TRARECHEM, iu drie regcls, uit een grabbelbak en het heeft
lang geduurd voordat ik wist dat het een Reckheimse vervalsing betrof

Het heeft wel mijn belangstelling voor de Reckheimse muntslag sterk doen groeien. Het is boeiend
 te zien, dat er vrijwel geen twee gelijke munten van Reckheim te vinden zijn: altijd is er wel een
klein verschilin tekst, interpunctie of wapenschild. Het aantal gebmikte stempels en dus de
productie moet wel erg groot geweest zijn,

waardoor de plakkaten en andere beschermende maatregelen te verklaren zijn. Het aantrekkelijke van het
verzamelen van Reckheimse munten wil ik illustreren met enkele voorbeelden.
Enige jaren geleden kreeg mijn zoon van de heer J. Schulman een Reckheims duitje met de opmerking, dat
hij het muntje maar eens goed moest bestuderen. Het type kwam vrijwel overeen met Lucas (Reckheim) 391'.

Op de voorzijde een versierde imitatie van het Friese wapenschild, op de keerzijde FRiciR 1653 in drie
regels, in een bladerkrans. Het bijzondere echter - en daarom vond de heer Schulman nadere studie
noodzakelijk -was de op de voorzijde aangebrachte, helaas slechts gedeeltelijk leesbare klop, met
de letter M.

Tot mijn grote genoegen werd mijn verzameling later uitgebreid met een Reckheimse imitatie van een Friese
 duit (variant Lucas 367) met op de keerzijde FRICIR 1633, in drie regels, met eveneens een klop, die ook
 gedeeltelijk leesbaar is. Op zich zelf is het merkwaardig om op hagemunten kloppen tegen te komen, terwijl
 bovendien de herkomst van de kloppen onbekend was. Het gaat hier om twee imitaties, van Friese munten, dus

bedoeld voor circulatie in de Noordelijke Nederlanden en om deze circulatie te bevorderen zou een klop zeer
 wel denkbaar kunnen zijn. Tien jaar geleden schreef Van der Wis over kloppen uit de Noordelijke Nederlanden
 Hierin beschrijft hij onder meer de redenen, die geleid hebben tot het aanbrengen van een klop, zoals: 1°

het geldig verklaren van uitheemse munten voor inheems verkeer,2° het verhinderen van afvloeiing van munten
 naar andere gebieden, 3° het weren van valse of minderwaardige muntsoorten, 4° het saneren van de geld-
circulatie,5° het heffen van belasting. Door Van der Wis wordt de klop met de letter M niet behandeld; de
kans dat deze instempeling van Nederlandse oorsprong is, is daarom kleiner.

In de veiling Jacques Schulman BV van september 1989 kwam onder nummer 101 een penning 1573 Holland voor
Ingestempeld met: M boven wapenschildje van Malchem in Mecklenburg. Bij vergelijking van deze
instempeling met die op de Reckheimse imitaties, bleek dat het om dezelfde klop ging.

Voor toeschrijving van deze klop aan Malchem is echter geen grond aanwezig endaarom is een Noordduittse
herkomst van deze klop niet zonder meer acceptabel. Van drs A. Pol (KPK) vernam ik dat de heer
R. Fritsch te Meurs een klop met daarin de letter M en een balk wel meer had aangetroffen en deze
instempeling toeschreef aan het graafschap Meurs. Dit graafschap ligt ten westen van de Rijn tussen Kleef,
Gelder en Berg en werd in 1597 veroverd door Prins Maurits. Maurits erfde in l600 het graafschap, dat Riim
honderd jaar in het bezit bleef van Oranjes, tot 1702.

De toeschrijving aan Meurs, die in de mij bekende literatuur niet bevestigd wordt, acht ik zeer goed mogelijk
Het wapen van de graven van Meurs bestaat uit een balk,d.w.z. een dikke liggende streep. De oordjes van Huissen,
geslagen door de zgn. Possidierende Fürsten in l609-l6ll hebbenop het wapenschild in het óe veld een gelijk
wapenschild van Meurs opgenomen.

Daarnaast is bekend, dat in het grensgebied veel uit Nederiand afkomstig geld circuleerde. Een Nederlandse
geldcirculatie is nog waarschijnlijker voor een gebied, dat aan de Oranjes toebehoorde. Wanneer de klop is
aangebracht is, bij gebrek aan literatuur, niet exact te bepalen.^^

De jongste munt draagt het jaartal 1653 en zal dus geïmiteerd zijn in 1653 of enige jaren daarna. Gezien de
slijtage van de munten en de weliswaar slecht aangebrachte, doch weinig gesleten klop is een mimschoots latere
datering wel waarschijnlijk.

In het Grafschafter Museum te Meurs worden twee munten met een iets afwijkende klop 'M met balk' bewaard; één
daarvan is een duit 1687 Zutphen. Uit Nederiandse bodem is een ondetermineerbaar koperstuk met diezelfde klop
bekend geworden, waarop nog juist de drie eerste jaartalcijfers l69 leesbaar waren, zodat die klop in ieder
geval niet eerder is dan uit de '90-er jaren van de 17e eeuw.'' Zo komt de datering van de instempelings-
aktviteiten in Meurs heel dicht in de buurt van die van Utrecht enDeventer, kort vóór de duiten-her\'orming
van 1702 - naar mijn mening is gelijktijdig heid van de beide kloppen van Meurs met die van Utrecht en Deventer
heel goed mogelijk.

Blijft nog de vraag naar de reden van de klop. Indien de redenen van Van der Wis worden doorgenomen zou een goede
verklaring zijn het geldig verklaren van uitheemse munten voor inheems verkeer,waarbij men zich niet beperkte tot
de muntslag uit de aangrenzende gebieden, maar zelfs munten uit Holland accepteerde. Het weren van valse of
minderu'aardige munten zal beslist niet de bedoeling van de klop geweest zijn. Al met al een curieuze klop.
Mochten er onder de lezers ander opvattingen leven, dan zou ik hieromtrent gaarne geïnformeerd worden.
Tevens zou ik het op prijs stellen te vernemen of er nog andere kloppen op Reckheimse munten bekend
zijn.

Een derde muntje, dat ik onder uw aandacht wil brengen is een Reckheirnse duit met de tekst WESTFALIAE, een imitatie
dus van de Westfriese duiten. In een ander artikel besteedde J.C. van der Wis aandacht aaneen tweetal duiten met op
de keerzijde WESTFALIAE1660, in drie regels.' De voorzijde van beide munten was verschillend, namelijk imitaties van
de wapenschilden van Utrecht en West-Friesland. Op een veiling in 1986 werd deze munt aan Reckheim toegeschreven met
de verkeerde omschrijving WESTFALiAC. Bij nadere bestudering blijkt de munt gelijk te zijn aan de in 1977 beschreven
duit, echter nu met het onbekende jaartal l66l. De in eerste instantie door mij gesignaleerde afwijking in de stand
van de luipaarden blijkt veroorzaakt te zijn door hetin spiegelbeeld afdrukken van de munt in

De Beeldenaar m Wil Gezien de grote overeenkomst kan ook de duit l66l - conform de door Van der Wis gegeven bewijsvoering
- worden toegeschreven aan Reckheim en is de duit geslagen onder Ferdinand d'Aspremon-Lynden(I636-I665). Onlangs verwierf
het Penningkabinet een exemplaar van deze wESTFALiAE-duit met de bovenbehandelde klop .M uit Meurs.^ •

REF:DE BEELDENAAR 1992-3
Voor een interessante Archeologische Bodemvondst is het beter deze meteen aan te melden bij het Archeologische Onderzoek Centra de PAN- www.fgw.vu.nl - als hier je verkrijgt daar een terdege info & je Determinatie van het gevonden voorwerp het-email adres is in deze  pan.fgw@vu.nl

=-->hier doen we t dan wel nog het voorwerk van de diverse  items in onze vele Rubrieken.

Groetjes Jozef

 

Naar Boven