Voorwerp: Marine oorlogsbodem fibula - Romeins roei-zeilschip met weinig diepgang.
Dus ook voor de mosa (maas) te bevaren.
Materiaal: brons
Lengte: 45mm
Tijd: 50 -100 BC.
Vindplaats: omgeving Noviomagus.
Plate zoomorphic
2nd-3rd century
These were made in a number of designs such as dogs, hares,
cockerels, dolphins, flies, birds, fish and horses. Animal brooches
in particular are found on religious sites. Many horse and rider brooches
have been found at temple sites indicating a cult significance.
Scheepvaart bij de Romeinen. De Romeinen waren, anders dan bijvoorbeeld de Grieken, niet
afhankelijk van een marine voor de verplaatsing van hun leger en
onderdrukking van andere volken. Ze vertrouwde liever op hun legioenen aan wal.
Voor handel bleek het Romeinse rijk schepen wel erg handig te vinden. Maar echt grote tochten werden nooit
ondernomen. Handel werd vooral op binnenvaarwegen bedreven per boot. Om goed door de
ondiepe rivieren te kunnen varen bouwde men boten met vlakke bodem. Deze werden gemaakt
door een bodem van planken te maken met aan weerszijden opstaande planken die de boorden
genoemd worden. Om dit op zich fragiele geheel stevigheid te geven maakte men spanten ertussen.
De kieren werden gedicht met mos, zo heb je een weliswaar primitieve maar bruikbare boot.
Toen het Romeinse rijk begon te groeien rond het Middellandse zee gebied werden de Romeinen
gedwongen zich meer te verdiepen in scheepvaart. De Handel was belangrijk maar om het rijk in
stand te houden was controle over de zee van essentieel belang. Hierdoor moesten de Romeinen
slagschepen gaan bouwen.
Ze keken wat ideeën af van andere volken en kwamen tot verschillende
typen slagschepen; zoals de trireem. De Romeinen waren niet echt goede zeilers en lieten hun
schepen bewegen door middel van roeiers. Meestal waren deze roeiers gewonen legionairs maar
soms ook slaven.
Omdat er in de Romeinse tijd nog geen buskruid bestond werden er andere
manieren gebruikt om de vijandige schepen tot zinken te brengen of in te nemen. Er werd gebruik
gemaakt van een beweegbare loopplank om de legionairs aanboord van het andere schip te krijgen.
Ook waren alle oorlogsschepen uit die tijd uitgerust met een zware bronzen ram. Deze werd gebruikt,
zoals de naam al zegt, om de vijand te rammen, de roeiers roeiden zich helemaal uit de naad als het
schip zicht kwam. De bronzen voorkant werd dan hard in de flank van de vijand gedreven. Hierna kon
het kreupele schip worden ingenomen als het nog niet gezonken was. Dit rammen was de enig
mogelijke manier om een schip naar de bodem te sturen.
Er waren ook wel wat mogelijkheden
om een schip met behulp van brandende pijlen in de fik te steken. De "Romeinse"manier om
te varen heeft niet echt een groot belang gehad in de geschiedenis. Pas in de Middeleeuwen
leerden mensen boten sterk genoeg bouwen om ermee op de oceaan te gaan. De eer van het
ontwerpen van de boten gaat niet uit naar de Romeinen maar naar andere volken uit heb
Middellandse zee gebied.