Metaaldetectors bij Detector Plaza

We bieden alle leden van dit forum een korting van 5% op ons assortiment.
Om de korting te verzilveren gebruikt u tijdens het afrekenproces
de volgende kortingscode: MBCKORT5
Nieuwe artikelen (introductie of beperkt leverbaar), Accessoires of
Aanbiedingen (bijv. artikelen waarbij gratis
accessoires worden gegeven) kunnen hiervan worden uitgezonderd.

Auteur Topic: Tremissis Tippen vlinder dunnen glimmende Muntjes met weinig gram goud erin  (gelezen 735 keer)

JozefHerman

  • Gast
Tremissis Tippen vlinder dunnen glimmende Muntjes met weinig gram goud erin
« Gepost op: februari 24, 2014, 20:04:44 pm »


Vindplaats: Betuwe, Bijzonderheden: Tremisis 13 mm geslagen in Maastricht ROND 620, Voorzijde portret nar rechts met TREICTO FIT (geslagen te Maastricht), Keerzijde: Calvariekruis met MADELINUS M (MUNTMEESTER MADELINUS, Voor mijn vondst waren er volgens het KPK zes expemplaren van bekend

http://www.nederlandsemunten.nl/Virtuele_munten_verzameling/Merovingers/Verzameling_Gouden_tremissis_Dorestad_Madelinus.htm

http://www.jozefherman.nl/munten/html/gouden-tremissis.html


Hand leiding Romeinse Munten ;

Romeinse munten verzamelen : een beginnershandleiding!

Romeinse munten verzamelen : een beginnershandleiding!
Romeinse munten verzamelen voor beginners

Stel je belandt op mijn site en je weet niets van Romeinse munten. Wat dan? Muntplaats, denominatie, muntsnede… Hieronder een korte introductie in de wereld van Romeinse munten en het verzamelen ervan.

1. Denominatie: de guldens, kwartjes, centen uit de oudheid, zeg ik maar. Van hoog naar laag de belangrijkste:

a. Solidus, 24 karaats goud, weegt ca. 4,5 gram, werd door Constantijn de Grote ingevoerd rond 310 na Chr. Voor die tijd heette voor hij Aureus, die woog zelfs ongeveer 8 gram.
b. Denarius, zilveren munt, eerst met een waarde van 25 tegen een aureus, maar door inflatie rond 350 na chr 3,6 miljoen tegen een solidus! Een denarius woog eerst ca 4,5 gram en ten tijde van Commodus nog maar ca. 3 gram. Onder Diocletianus werd hij uiteindelijk afgeschaft.
c. Antoninianus, opvolger van de Denarius geïntroduceerd door Caracalla in 215. Was twee denari waard. De Antoninianus werd weer afgeschaft onder Diocletianus. De munt is gemakkelijk te herkennen door de stralenkroon op het hoofd van de keizer of de halve maansikkel die de schouders van een keizerin sieren. Bij de denari hebben keizers een lauwerkrans op (of helemaal geen hoofdbedekking). De munt had in het begin een zilverlaagje en wordt daarom ook wel verzilverde antoninianus genoemd. Later moesten ze een zeker zilvergehalte bevatten.
d. Sestertius,  de grote jongen, gemiddeld ca 30 mm (in de eerste eeuw ongeveer 35mm) en rond de 25 gram in gewicht. De sestertius is veelal van messing. Het mooiste is als er een groene patina aanwezig is op de munt. De sestertius had een waarde van 4 Assen of twee dupondiussen en weer 1/4 denarius. Na 275 (onder Aurelianus) verdween de munt uit het muntstelsel. Een soldaat verdiende ongeveer 18 sestertii per maand.
e. Dupondius had een waarde van 1/2 sestertius en 2 Assen. De dupondius is vaak herkenbaar aan de stalenkroon op de munt, die bij de As ontbreekt. Een Dupondius is kleiner en lichter dan een sestertius: ca 27 mm en ca 15 grVerder was de dupondius van messing en de As van koper. De dupondius verdween onder Diocletianus.
f. As was van koper en was 1/4 sestertius waard. Verder te onderscheiden van de Dupondius door het ontbreken van de stralenkroon. Ook de As verdween onder Diocletianus.
g. Semis, halve As
h. Quadrans kwart As
i. Follis, werd rond 294 onder Diocletianus ingevoerd. Dit koperen munten was in eerste instantie voorzien van een zilverlaag. Deze laag is veelal verdwenen, maar bij sommige munten nog goed zichtbaar! Eerst stond een follis tegenover 12,5 denari en daarna tegenover 25 denari. In 346 verdween de munt weer van het toneel.
j. Maiorina of AE1 (26-30 mm), opvolger van de follis. Ingevoerd door Constantius. Een maiorina stond gelijk aan een 1/2 siliqua. De maiorina was groter dan de follis en had maar een laag zilvergehalte.
k. AE2 of centenionalis (22 mm-26MM) latere uitgaves kleiner:  18-22 mm
l. AE3 of half-centenionalis of nummis (vroege edities), 15-18 mm
m. AE4 zeer kleine muntjes 0,8 mm-1,5 mm, vaak zo klein dat ze alleen herkenbaar gemaakt konden worden door een monogram van de keizer.
n. Siliqua, in 320 onder Constantijn de Grote voor het eerst voor zilvermunten gebruikt. Toen woog een siliqua 3,2 gram en later onder Constantinus II nog maar 2,4 gram. Een silqua was 1/24ste solidus waard.
o. Tetradrachme, de dollar uit de oudheid. Een Grieks-Romeinse munt die vooral in Alexandria werd geslagen. Eerst met hoog zilvergehalte en later voornamelijk koper.

2. Metaalaanduidingen: ae staat voor brons, ar voor zilver en au voor goud

3. Graderingen
a. Goed, munt is zeer versleten, details zijn slecht zichtbaar
b. Zeer goed, hier en daar details te zien, maar is behoorlijk versleten
c. Fraai, legenda is goed te lezen en keizer/keizerin goed herkenbaar als ook de meeste details, wel is er nog sprake van duidelijke slijtageplekken
d. Zeer fraai, de details zijn allemaal goed te zien, de legenda goed te lezen, wel hier en daar slijtageplekken
e. Prachtig, praktisch geen slijtage, de details zijn haarscherp
f. FDC, ja ook bij Romeinse munten van 2000 jaar oud komt dit voor! Zelfs met stempelglans!

4. Munttekens, staan meestal in de muntsnede (aan de achterkant van de munt, onderin) maar kunnen ook links of rechts in het veld van de munt staan. Het zijn voornamelijk letters die staan voor de stad waar de munt geslagen is en het muntatelier (officina). Zo staat R voor Rome, SIS voor Siscia, ALE voor Alexandria. Kijk voor meer afkortingen op mij blog over dit onderwerp!

5. De gangbare voor keizer was Augustus, afgekort op munten met AVG en voor keizerinnen Augusta. Caesar (afgekort met C, CAES of CAE) staat voor onderkeizer of troonopvolger. Een keizer had vaak een of meer Caesars om zich heen. COS, CONS, C staat voor Consul, ooit de belangrijkste 2 vertegenwoordiger(s) in de Senaat, maar tijdens de Keizertijd een eretitel voor de keizers en een ander, vaak Caesar, die jaarlijks werd toegekend. Tenslotte staat TR P of TRP POT voor volkstribuun, ooit ingevoerd als titel van de vertegenwoordiger van het volk, die zelf vetorecht had. Deze persoon was niet van adel, maar eenvoudige komaf. De keizer eigende zich deze titel toe en elk jaar werd hij opnieuw benoemd. TR P III betekent dus dat hij al 3 jaar keizer was. Belangrijk voor de datering.
« Laatst bewerkt op: april 17, 2017, 23:02:34 pm »


 

Naar Boven